René Victor Posts

Poolse Toestanden

 

November 2021. Lucas Mariën

 

Dikè & Themis, de godinnen van het recht – het Paradigma heeft verplichtingen aan ze. Op dit ogenblik in verband met Polen.

Politiek katholicisme is eigenlijk de specialiteit van Eurykleia, maar die is in staking en het kan niet langer worden uitgesteld om een paar kanttekeningen te plaatsen bij gebeurtenissen van de jongste tijd.

Na het optreden van de Poolse premier Morawiecki twee weken geleden in het Europees parlement kwamen er uitingen van sympathie voor het Poolse standpunt, niet alleen van uiterst rechts. De angst voor een Europese superstaat, voor afhankelijkheid van een EU-mastodont, gepaard met de typisch linkse argeloosheid en onwetendheid over de precieze draagwijdte van Morawiecki’s woorden, hadden voor gevolg dat hij van alle kanten bijval kreeg. Er werd begrip opgebracht voor een streven naar onafhankelijkheid, naar zelfstandigheid van het arme Polen. Er werd zelfs respect gevraagd voor zijn geschiedenis en tradities – tegen de EU-gelijkmakerij. Ook mensen die over het algemeen geen fascistische sympathieën hebben waren niet anti-Pools. Over de sympathieën van de hierna genoemde personen spreek ik me niet uit.

 

Drie gevallen

Eerste:

Na het optreden van de Poolse premier dient Europees parlementslid Gerolf Annemans zich aan om als zijn mening te kennen te geven dat we de Poolse positie niet juridisch zouden moeten beschouwen, maar wel politiek. Kortom, het Poolse liedje, vertolkt door een representant van het Vlaams Belang.

Tweede:

Angela Merkel bracht kort geleden een bezoek aan het Poolse buurland, haar afscheidsbezoek als Duitse kanselier. Hoewel de Poolse president haar blameerde, geen tijd voor haar had en haar niet wilde ontvangen uit korzeligheid over bepaalde Duitse standpunten, predikte ze in haar slotverklaring ‘verzoening’. Ook zij propageerde het Poolse standpunt: niet ‘justitie-denken’ was er aan de orde in verband met de herhaaldelijk door rechtbanken veroordeelde Poolse afschaffing van de rechtsstaat, ook andere, met name politieke gezichtshoeken moesten worden gehonoreerd.

Derde:

Dat Polen al wel eens benoemingen geblokkeerd heeft van mensen die die afschaffing veroordeelden – daar kan bijvoorbeeld Guy Verhofstadt over meepraten. Ook Ursula von der Leyen had de Poolse stem nodig om voorzitter van de Europese commissie te kunnen worden. Of beter: om te verkrijgen dat Polen haar benoeming niet zou verhinderen, want dat had het gekund. Zo heeft het nog niet lang geleden een voorstel van Angela Merkel geblokkeerd dat de EU nog eens met Rusland zou gaan praten. De ziekelijke Rusland-haat van de Poolse natie wekte al de verwondering van Heinrich Heine omstreeks 1840, werd nog vroeger al gelaakt door Poesjkin en werd definitief belachelijk gemaakt door Dostojewski.

Maar Ursel dus, Von der Leyen, nam de pelgrimsstaf ter hand en ging in Warschau zoete broodjes bakken. Ze verkondigde daar dat ze de Europese opvatting over de rechtsstaat niet al te strak wilde toepassen als ze dat voorzitterschap kreeg, en dat ‘ook het Poolse standpunt gehoord moest worden’. Dat neerkwam op politiek in plaats van recht.

Het Paradigma had al gewezen op het Poolse gevaar naar aanleiding van Morawiecki’s optreden in hetzelfde Europees parlement drie jaar geleden, op 4 juli 2018.

Coralie Coloratuur schreef toen:

‘Morawiecki (…) begon met te zeggen dat de ‘democratie’ gesterkt moet worden. Dat horen de mensen graag, en de spreker geeft zichzelf impliciet een diploma van mensenvriend.

In één adem beschuldigde hij er dan de EU van ‘boosaardige dreigementen’ in de richting van Polen te uiten, naar aanleiding van die restauratieve ingreep, maar zijn land zou niet wijken, integendeel. In plaats daarvan was het zijn droom, aldus Morawiecki, ‘de EU te transformeren, ze te re-christianiseren.’

De ‘democratie sterken’ en tegelijk in zijn eigen land de rechtsstaat afschaffen– hoe valt dat te rijmen?

Tübingen, 11 november 2021. Foto LM.

Is dat alleen maar de tale Kanaäns, dat katholieke gefemel?

Equivoque taalgebruik, dat wil zeggen: dezelfde woorden gebruiken, maar in een andere betekenis. ‘We zijn niet tegen de democratie, we zijn voor de wa-ha-hare democratie.’ Er is die beruchte encycliek tegen de beroemdste bloei van de filosofie sinds de oude Grieken: Aeterni Patris van Leo XIII in 1879, over de wa-ha-hare filosofie die de Duitse moest vervangen. En wat de paus op dat moment nog niet wist: Nietzsche moest quasi nog komen!

Naast wa-ha-haar heeft ook ‘welbegrepen’ een speciale betekenis. Ze zijn niet tegen de vrijheid, ze zijn vóór een ‘welbegrepen’ vrijheid. In de niet minder opmerkelijke encycliek tegen het modernisme (Pascendi, 1907) wordt het zelfs – in de Franse versie die ik gebruikt heb – ‘sainement compris’ (§ 22), ‘gezond-begrepen’. Wie het woord in zijn eigenlijke, niet gekatholiseerde betekenis blijft gebruiken is niet gezond, is pestilent. De paus eigent zich de definitiemacht toe met een mengeling van arrogantie en naïviteit – hij heeft kennelijk nog niet begrepen dat de tijd van de absolute macht van zijn instituut voorbij is. Maar opgeven doen ze het niet.

Ik wil toch even herinneren aan een oude aan de literatuur toegeschreven functie, namelijk die van taalzuivering. Het ecologische classicisme interesseert zich bijzonder voor het deconstrueren van taalvervalsing, het afbikken van sediment dat zich heeft vastgezet op woorden en begrippen.

Merkel, Annemans en Von der Leyen… herhalen wat ze hebben horen voorzeggen en wat de Voorzeggers van de EVP hebben doen gonzen.

Het recht uithollen tot je toestanden krijgt als in Dutrouxland – maar waarbij een zekere schijn wordt opgehouden. En waar de waarheid alleen aan het licht komt in crises als die met Dutroux, als die met de Rechtvaardige Rechters. Na de jongste veroordeling van Polen door het Europese gerechtshof sprak Von der Leyen overigens plotseling weer stoere taal: inzake rechtsstaat zouden er nu ineens geen toegevingen worden gedaan. Nu eens zus, dan weer zo, dat mens zegt gewoon wat van haar wordt verwacht. Voorlopig moet de schijn nog worden opgehouden. Binnen de EU bestaat de scheiding van de machten nog en het Europees Hof moet schijnbaar nog worden gerespecteerd. Daarvoor die bekentenissen – tegelijk wordt het recht verwaterd en

worden de sancties die volgens de regels nodig waren niet toegepast. Het geld blijft Polenwaarts stromen. Dat geld zou moeten worden ingehouden, maar iedereen weet dat dat niet zal gebeuren. Daar zorgt de Europese Volksartij (EVP) wel voor. De tijd is nog niet rijp om daar openlijk voor uit te komen, maar Carl Schmitt, die vinden ze eigenlijk wel fijn.

Bij een volgende gelegenheid zal Von der Leyen weer verkondigen: niet zo juristisch, mensen, we moeten de zaken politiek zien.

We houden hier die denkfiguur, dat leerstuk van een voor een zwierige politiek zo hinderlijke advocaterij nog even vast.

 

Politiek in plaats van recht

Recht als muggenzifterij van advocaten, vakidioten, juristerij. Tegenover een gezonde politiek van creatieve persoonlijkheden…

De inspirator van het Poolse refrein, Carl Schmitt, sprak smalend van ‘Justizjuristen’, justitie-juristen, krentenkakkers. Daartegenover stelde hij politiek dus als scheppende, niet door starre regels van pietlutten gehinderde kracht die werkt in het belang van het hogere, de natie, god. Dat is de rechtstheoretische hoofdgedachte van Carl Schmitt, de advocaat van het politiek katholicisme.

Schmitt was tussen de twee wereldoorlogen op het terrein van de rechtswetenschap de belangrijkste leverancier van trefwoorden voor de katholieke anti-verlichting en de nieuw-middeleeuwse heilsstaat. Hij had een afkeer van wat hij noemde een ‘justizförmige Politik’, verzette zich tegen een ‘allgemeine Justizförmigkeit des staatlichen Lebens’, dit wil zeggen een staat die gebonden zou zijn aan rechtsnormen, die een juridische structuur als vorm accepteert en respecteert. In plaats daarvan wilde Schmitt een staat waarin het kleinbehuisde recht niet steevast in de weg zou zitten voor groot-denkende politici. Zoals bijvoorbeeld Adolf Hitler er een was.

Schmitts commentaar bij de zogenaamde ‘Nacht van de Lange Messen’ in de zomer van 1934, twee maanden na de diefstal van de Rechtvaardige Rechters, toen Hitler de top van de SA liet uitmoorden, was voor de kenners niet echt verrassend, maar viel indertijd wel op. Schmitt gaf Hitler namelijk gelijk. Voor de dictator kwam het er op dat ogenblik op aan de SA als machtsfactor uit te schakelen om zijn eigen alleenheerschappij veilig te stellen. Een grote zuivering, een moordpartij van jewelste, waarbij niet alleen de top van de SA over de kling werd gejaagd, maar ook intellectuelen en rivalen in heel Duitsland.

Carl Schmitt verdedigde de Führer tegen kritiek uit het buitenland dat – grosso modo – Hitler tot op dat ogenblik nog een zeker krediet had gegeven en dat nu hardhandig geconfronteerd werd met brutale massamoord van staatswege. Maar volgens Schmitt mocht de staat, belichaamd door de Führer, niet in zijn elan worden belemmerd. Een kernpunt in zijn denken is ook dat het individu niet van tel is. Dat opkomen voor individuele vrijheden was de allereerste dwaling van het liberalisme – eerst van de Reformatie – geweest. Maar het individu moest onderworpen zijn aan het collectief. Als je de hele tijd rekening moet houden met dat individu, bemoeilijkt dat het creatief door-regeren.

Schmitt kreeg de bijnaam Kroonjurist van Hitler. Nochtans was hij geen nazi. Hij besefte alleen dat de nazi’s enigszins zwak stonden op het gebied van de rechtstheorie en zag kans om ‘een rol te spelen’ en zijn ‘diensten aan te bieden’. De nazi’s maakten daar gebruik van voor zoverre en zo lang dat paste in hun kraam.

 

De Scheiding van de Machten.

De gedachte dat het politieke leven een vorm moest hebben binnen rechtsregels was een verworvenheid van de verlichting. Montesquieu was de theoreticus van de scheiding der machten, de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht. Die scheiding moest het onmogelijk maken dat een of andere vorst of potentaat tegelijk rechter en partij zou zijn in een geding. Dat er wetten ad hoc zouden kunnen worden gemaakt, d.w.z. dat de autoriteiten wetten zouden kunnen maken die ze juist nodig hebben om bepaalde politieke dingen door te zetten. De scheiding der machten moest een einde maken aan de absolute macht van de feodale heren en er voor zorgen dat de onderdaan – van ’burger’ is er in Montesqieus tijd nog geen sprake – minder een speelbal van willekeur zou zijn. Ze is een voorwaarde voor een voor de individuele burger ietwat draaglijke staatsvorm.

Het eerste wat in Polen afgeschaft werd toen de recente ombouw van de staat in klerikaalfascistische zin begon was de onafhankelijkheid van de justitie. Rechters die niet bereid waren het recht in de zin van het regime krom te buigen werden vervangen door hielenlikkers. Een politieke justitie houdt altijd

carrièremogelijkheden in voor minder belichte exemplaren en opportunisten.

Een van de hoofdpunten in Carl Schmitts staatsleer was dat het gehate ‘dogma’ van de scheiding der machten moest worden afgeschaft. Dat troonde’ in zijn ogen ‘als een afgod boven de instellingen’. Die afgod ‘van zijn sokkel te stoten’ was een eerste vereiste om tot een gezonde staatsvorm te komen.

Na de oorlog was kroonjurist Schmitt aangebrand, als propagandist van het Derde Rijk – letterlijk: hij peinsde ook na over een Derde Rijk waarvoor dat van Hitler maar een kinderlijke vóór-vorm zou wezen, laten we zeggen een wa-ha-haar Derde Rijk! Sinds de jaren tachtig, negentig wordt hij weer van onder het stof gehaald. Het werd ook mogelijk hem als examenthema voor te stellen – ik heb dat gedaan. De professor vroeg zich af of ik extreemrechtse sympathieën had, maar ik heb hem aan het verstand kunnen brengen dat ik alleen literaire standpunten inneem, overeenkomstig de heilige grammatica van de literatuur en het onwankelbaar Paradigma. En dat ik wars ben van politiek.

Maar Schmitt is intussen dus ook gemigreerd van de collegezalen en uit de auditoria naar het praktische leven. Wat toen toch nog ongelooflijk scheen, namelijk dat zo’n reactionaire, bekrompen, achterlijke, zompig soppende sok ooit een praktische betekenis zou kunnen krijgen – in sommige landen wordt het werkelijkheid.

 

Vrome Blijdschap.

De diefstal van de Rechtvaardige Rechters in 1934 valt in de hoogdagen van dat nieuwe rechtsdenken à la Schmitt. En waren op dat moment maar weinig verdedigers van de liberale staat meer over. Als kinderen naar de komst van Sinterklaas, zo hunkerde de nog niet door het moderne heidendom verdorven elite naar iets beters, naar een wa-ha-hare democratie – vol verwachting klopt ons hart. Duitsland – Hitler was op dat ogenblik een goed jaar aan de macht – dat was nog een en al belofte. En de kinderziektes – ‘wie betreurt die niet, beste mensen?’ – van het regime zouden zonder twijfel worden overwonnen. Had het nieuwe Duitsland niet al een concordaat met het Vaticaan gesloten?

Twee weken na de diefstal van de Rechtvaardige Rechters wordt in Oostenrijk de nieuwe, klerikaalfascistische grondwet van kanselier Engelbert Dollfuss van kracht. Juichkreten in de toen nog minder cryptokatholieke De Standaard. Frans van Cauwelaert die voorbestemd was om de Vlaamse Dollfuss te worden, zingt alleluja.

Verheugende ontwikkelingen hadden zich al eerder voorgedaan in Mussolini’s Italië. De in die tijd ook bekende ‘schrijfster’ – ‘letterkundige’ heette dat toen – en katholieke ‘literatuur’-activiste Maria Elisa Belpaire weet geen blijf van vroom welbehagen en verkondigt dat Mussolini’s staat gelukkig een einde maakt aan het godsdienst-vijandige liberalisme en bezig is de wa-ha-hare maatschappij in de praktijk te brengen. Italië was weliswaar nog niet katholiek genoeg, maar ook dat zou slechts een kwestie van tijd zijn. Het begin was gemaakt.

Portugal, Slovakije zouden volgen en natuurlijk ook Spanje, waar de legitieme regering korte tijd later met de hulp van de bommenwerpers van Hitler en de zegen van de paus in een bloedige burgeroorlog zou worden geliquideerd door generaal Franco – die Onze-Lieve-Vrouw benoemd had tot generaal in het Spaanse leger. Zoals Christus Koning intussen ook koning van Polen is – dat hebben ze daar nog niet lang geleden in een niet van ludieke elementen gespeende plechtigheid officieel verkondigd, samen met de inhuldiging van het gigantische standbeeld voor diezelfde Christus Koning. Zoveel verblijdend nieuws, je begrijpt niet dat die Morawiecki in het EU-parlement altijd een lijkbiddersgezicht opzet.

 

René Victor

Niet onvermeld wil ik hier laten, de eenzame strijder voor democratie te midden van die antidemocratische ‘tijdsgeest’, alleen op een verloren post. Te meer omdat je de indruk hebt dat er verder niemand in staat was om dit debat intellectueel echt te kunnen volgen – zoals ze ook niet in staat waren om Walschap en Van Ostaijen adequaat te lezen.

De rots in de branding was de vriend van Van Ostaijen, de jurist en rechtstheoreticus René Victor. Victor die kritische opmerkingen plaatste bij het gedachtengoed van Carl Schmitt en die deze voordenker ook met name vinnig bestreed. Waaruit overigens blijkt dat Schmitts gedachtegoed ook hier al vroeg was doorgedrongen. Anders altijd te laat, maar met zoiets zijn ze er als de kippen bij.[1]

In een normaal land zouden er straten naar Victor worden genoemd, maar in Huichelarije is Polen nooit weggeweest. Hier wordt Victors betekenis gereduceerd tot zijn werk voor de vernederlandsing van het rechtswezen – overigens ook geen geringe prestatie. Maar bovendien was Victor een pionier van het post-middeleeuwse, post-feodale rechtsdenken in dit land. Hij zette zich in voor een ont-ideologiseren van het recht, voor een rechtspositivisme in plaats van Thomas van Aquino en Carl Schmitt.

Hij was iemand in wie beide stromingen, flamingant én verlicht-liberaal-democratisch samengingen. Domlinks heeft dat vanzelfsprekend niet begrepen en het terrein als steeds overgelaten aan les catholiques flamands.

 

Een kat een kat

De mainstream-media deinzen ervoor terug een kat een kat te noemen en kwebbelen over Poolse identiteit en nationaal gevoel. Polen wordt voorgesteld als ‘nationaal-conservatief’, ‘centrum-rechts’ – en andere omschrijvingen die moeten verhullen waar het precies om gaat: dat het Poolse project in de allereerste plaats een katholiek project is, dat er een complete staatsopvatting aan ten grondslag ligt waarvoor Carl Schmitt wezenlijke gedachten heeft geformuleerd.

Zoals Frankrijk zichzelf ziet als Grande Nation, zo ziet Polen zich als de ‘Christus der naties’. Maar de tijd is nog niet rijp voor een volledige verpoolsing van de EU, voor de openlijke overname daarvan door het Zwarte Paradigma, de re-christianisering waarover Morawiecki in het hoger aangehaalde citaat. Maar er wordt onophoudelijk ondergronds gewerkt, het is een kwestie van langzaam uithollen, corrumperen, ondermijnen. En het proces is verder gevorderd dan we denken.

Ook Spanje is herhaaldelijk veroordeeld voor schending van de mensenrechten in verband met Catalanen en Basken. Ook daarover bestaat er rechtspraak die genegeerd wordt.

De EU doet niets, het parlement het allerminst. Flagrant onrecht toegedekt, ingeduffeld. Ze kunnen er intussen bovendien op rekenen dat de mainstream-media daar geen punt van zullen maken.

Het democratie-begrip van het parlement bleek uit de uitsluiting van Catalaanse verkozenen uit datzelfde parlement op verzoek van de Spaanse Opus Dei-staat – een bewijs dat de Schmittiaanse staatsopvatting is doorgedrongen. Ook daar: eerder politiek dan recht. Angstwekkend is, dat er nauwelijks reacties komen.

Polen kan zich dus op Spanje beroepen, toen hebben jullie niets gedaan maar wij, het arme Polen… Ja, Spanje laten we betijen, dus mogen we Polen niet te hard vallen, dat zou discriminatie zijn.

Dat Europees parlement waarvan de Vlaamse nazi Leemans een van de eerste voorzitters was, heeft sowieso al geen affiniteit met democratie, heeft die waarschijnlijk nooit gehad. Hun Sacharovprijs voor mensenrechten geven ze aan Nawalny, een dubieuze figuur die in ieder geval een marionet is, gemanaged en gefinancierd door geheime diensten, in dit geval hoofdzakelijk de Duitse.

Curieus – dat speelt zich quasi in het geheim af, geen haan die ernaar gekraaid heeft. Voor die prijs genomineerd was ook de Boliviaanse putschiste Jeanine Añez die de wereld met verbijstering sloeg toen ze bij haar eerste optreden als juntachef na de putsch tegen Evo Morales met een bijbeltje stond te zwaaien en verkondigde dat dat voortaan het fundament van de politiek moest wezen.

Assange, de eigentijdse Dreyfus – geen kik naar aanleiding van het massieve onrecht tegen hem. Al een paar jaar heeft het EU-parlement de gelegenheid gemist om hem die prijs toe te kennen. Een prijs dus, niet voor echte voorvechters van mensenrechten, maar voor marionetten. Voor de liefhebbers van de wa-ha-hare mensenrechten.

 

Tenslotte

Polen en Spanje zijn als de twee kaken van de tang waarin Europa gevangen zit. Daar worden precedenten gecreëerd die dan maar moeilijk meer kunnen worden teruggeschroefd.

Een figuur van Europese betekenis was de Brusselse Carl Schmitt-specialist, Piet Tommissen, commentator, bibliograaf en verzamelaar van getuigenissen en documenten in verband met Schmitt.

Tommissen publiceerde o.a. herinneringen van Günther Krauss, een oude bekende van Schmitt. Krauss biedt een goede synthese:

‘Carl Schmitt stapt als echte contrarevolutionair heen over Montesquieu, stapt terug in de tijd vóór de verlichting. Zijn denken is (…) “middeleeuws”. Dat betekent: het is christelijk. Hoe paste dat bij het Nationaal-Socialisme? Welnu: ook dat keerde zich af van verlichting en vrijmetselarij. Zo waren er raakpunten bij alle onenigheid in andere opzichten…’[2]

Postscriptum

Op dit ogenblik verschijnt een stuk op Telepolis waarin de rol van de katholieke kerk in Polen wél enigszins belicht wordt:

https://www.heise.de/tp/features/Polen-Mehr-Klerus-wagen-6262064.htmlhttps://www.heise.de/tp/features/Polen-Mehr-Klerus-wagen-6262064.html

Uit een van de eerste reacties daarop, van een zekere ‘Schnupperkurs’, kennelijk vanuit Polen, over de repressie aldaar tegen wie zich verzet:

‘Als je als burger tegenover een junta staat, een brutale geheime dienst inclusief, dan blijft je weerstand binnen de perken.’

______________________________________________

 

  1. De belangrijkste propagandist van Schmitt was Victor Leemans die al in 1933 een monografie publiceerde: ‘Carl Schmitt. Bijdrage tot de sociologie van staat en politiek’. Antwerpen 1933. Leemans was een nazi van het eerste uur en werd tijdens de bezetting consequent een notoire collaborateur. Na de oorlog maakte hij carrière in de christendemocratische CVP. Onder hevige protesten, onder andere van de Nederlandse PvdA werd hij in 1965 voorzitter van het EU-parlement. De Duitse christendemocraten van de CDU drukten hem door. Logisch, hij was een geestesgenoot.
  2. Günther Krauss: Erinnerungen an Carl Schmitt. (1991)In: Piet Tommissen: Schmittiana II. (Eclectica jg. 20 nr. 84-85)