Nieuwe Filosofen Posts

Vijgenblad 2: Filosofie als fiorituur, kunst als ornament

juni 2018. Coralie Coloratuur.

 

 

De Verenigde Staten van Amerika probeerden de Europese cultuur niet alleen te beïnvloeden via het inbedden van kunstenaars, het benoemen van hoogleraren en het organiseren van tentoonstellingen en congressen, https://hetparadigma.eu/2018/02/28/innerlijk-leven-van-het-vijgenblad/ ze waren ook begaan met wat er gedacht werd in Europa. Een document van de CIA uit 1985 dat een jaar geleden werd vrijgegeven legt daar getuigenis over af.

https://www.cia.gov/library/readingroom/docs/CIA-RDP86S00588R000300380001-5/

 

 

Het is een studie van twintig bladzijden die beoogt het op dat moment actuele intellectuele leven en de culturele tendenzen in Frankrijk te beschrijven. Het zogenaamde Congres voor Culturele Vrijheid had bureaus in meer dan 35 landen. Dit papier getuigt van de geest die de Amerikaanse ‘cultuurpolitiek’ ademde.

1

Het voorbije decennium had nog volop in het teken van Vietnam gestaan. Het werd gekenmerkt door de beweging van ‘68 en een massieve anti-Amerikaanse reflex. Maar de jongste tijd, zo stelt het CIA-document, zien we een kentering. De kritiek van de intelligentsia richt zich meer en meer op de Sovjet-Unie, in plaats van op de Amerikaanse wapenfeiten in Vietnam en elders. De speerpunten van die innovatie zijn de zogenaamde Nieuwe Filosofen.

In Frankrijk bestond er (ten laatste) sinds de Dreyfuss-affaire aan het begin van de twintigste eeuw iets als de intellectuelen-als-instituut, een los samenhangende en hoofzakelijk in Parijs bedrijvige groep van woordvoerders die hun duit in het zakje deden in alle mogelijke maatschappelijke en intellectuele debatten. In de jaren zestig, zeventig waren Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir de belichaming van de kritische intellectueel die zich inmengt, zich bemoeit. Dat was een type dat de Amerikanen niet zo graag zagen. Toegejuicht worden in het CIA-document de verzwakking, de uitschakeling, de verdringing van de intellectuelen die zich kritisch opstelden ten opzichte van de politiek van de Verenigde Staten. Het document draagt trouwens de titel: “France: defection of the leftist intellectuals”. ‘Defection’ betekent overloperij, afvalligheid, ontrouw. De woordkeuze zegt ook iets over wie zich daarover verheugt. En het was letterlijk bedoeld: ‘Nog doeltreffender in het ondergraven van het marxisme waren intellectuelen die als echte marxisten begonnen waren, om vervolgens de hele marxistische traditie te verwerpen’, staat er. (France: Defection… P.6/noot).[1] Dat ging op voor die Nieuwe Filosofen.

Op Sartre en De Beauvoir raakt de wereld in de jaren zeventig trouwens ook wat uitgekeken. De rijzende ster is Michel Foucault op dat ogenblik. Die wordt genoemd als denker die ertoe bij kan dragen de ‘marxistische invloed in de sociale wetenschappen terug te dringen’. In plaats van de geest van de kritiek – tot dan toe (en sinds twee eeuwen) hét kenmerk van wetenschappelijk denken; van denken überhaupt – komt er een nieuwe onoverzichtelijkheid. Er is geen waarheid mogelijk, er kunnen geen beslissingen worden genomen op vaste gronden. Machtsverhoudingen kunnen misschien nog gedeconstrueerd worden, maar niet meer revolutionair veranderd. Zwevende, ongedefinieerde, niet-rechtlijnige denkfiguren. Onbeslistheid in plaats van kritiek.

De filosofie als dusdanig staat weer in een geur van mutserd en brandstapel. In plaats van kritische intelligentie is er een nieuwe voortekening nodig, een verandering van paradigma, die minder wil opwekken dan wel sussen. Ook het aanzien van de sociale wetenschappen kan wellicht worden ondergraven; studenten worden eerder in de richting ingenieur of econoom gestuurd dan in die van sociologie of filosofie. Alles wat ze kan afbrengen van een zogenaamd kritisch bewustzijn is goed. In verband hiermee denken we natuurlijk terug aan het Congres voor Culturele Vrijheid en de manier waarop bijvoorbeeld het abstract expressionisme werd doorgedrukt: absolute vrijheid in plaats van inhoud – kritische geest verdwenen ten voordele van een verabsoluteerde individuele uitingsmogelijkheid. De consument treedt in de plaats van de citoyen: ‘Ik heb het niet nodig te denken, als ik maar kan betalen. Anderen zullen die moeizame aangelegenheid (van het denken) dan wel voor mij opknappen.’ Het voorgeslacht heeft de bewondering van de geschiedenis afgedwongen door zijn kritische geest, terwijl de decadente bourgeois van dat moment zichzelf definieert door zijn conformisme.

3

Er is bij de Amerikaanse analisten grote belangstelling voor neo-structuralisten als Foucault, Lacan, Roland Barthes. Het neostructuralisme is in die tijd kennelijk bezig de humanistische hermeneutiek te verdringen. Dat alles draagt ertoe bij dat jongere intellectuelen recentelijk een afkeer van de Sovjet-Unie vertonen en een ‘more open attitude to US’ (p. 11) aan de dag leggen: ‘Deze wending heeft een golf van oprecht pro-Amerikaans gevoel doen ontstaan, wortelend in de vogue van de Amerikaanse volkscultuur, in het respect voor de Amerikaanse economische vitaliteit van de jaren tachtig en in de bewondering voor het nieuwe beeld van zelfvertrouwen dat de Verenigde Staten nu uitstralen in de wereld.’[2] Die bewondering moet wel hoofdzakelijk gesitueerd worden bij de CIA zélf. Die meent tenslotte ook een zekere neergang te kunnen vaststellen in de Franse literatuur. Er zijn geen Flauberts, Maupassants of Baudelaires meer, menen de auteurs handenwrijvend.

Het is waarschijnlijk niet in de eerste plaats het kritisch potentieel van Flaubert c.s. zélf dat de agenten verontrust, maar dat van de literatuur en de kunst als dusdanig, als oncontroleerbare, kritische massa, als freischwebende Intelligenz. Mei ’68 wilde ook de kunst politiseren en wel in de zin van de ontwikkeling van een vermogen tot kritiek in brede lagen van de bevolking. Een boek dat toen sterk in de mode was, heette Kunst als Kritiek (Amsterdam 1972), en was samengesteld door Jacques Firmin Vogelaar. Daarin werd getheoretiseerd over de ‘massaas’ die zouden ontwaken en over de ’presieze aard’ van de rol van de kunst in dat proces. Marx-citaten worden zo mogelijk nog progressiever gemaakt door een revolutionaire spelling: ‘Men moet de werkelike druk nog drukkender maken, de schande nog schandeliker.’

4

Jack Lang, minister van cultuur onder François Mitterrand, organiseerde een conferentie ‘Over Amerikaans intellectueel imperialisme’. Gelukkig werd dat niet onbeantwoord gelaten! Een inzake cultuur voor de auteurs van het CIA-document kennelijk gezaghebbend orgaan waar in beschaafde kringen in Europa niemand ooit van gehoord heeft, het Wall Street Journal, diagnosticeerde een ‘recent poverty of French cultural production, especially in comparison with American accomplishments’ (p. 9, noot 7). Armoede ‘in comparison’ – hihihi. Als het waar zou zijn dat eigen lof stinkt, dan zou de meest infernale en galaxieën omvattende beerput nog te welriekend zijn om de Verenigde Staten inzake stank naar de kroon te steken. Maar wat moet je doen, als de zo begeerde bewondering van de buitenwereld op zich laat wachten?

Mijn oma, de bekende columniste en algemeen activiste Eurykleia, herinnert het zich niet precies maar het moet bij de tweehonderdste verjaardag van de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring in 1981 geweest zijn, zegt ze, ‘toen er veel herdacht werd en te doen was’. En toen schreef Der Spiegel – dat was in die tijd nog een hoogstaand weekblad – dat van de culturele voortbrengselen van de Verenigde Staten de ketchup wellicht nog het belangrijkste was. In de jaren tachtig was dat nog een verspreide mening in Europa. Die begon toen wel snel te veranderen. Door de CIA? Alleen maar schijnbaar?

5

Tot zover het CIA-rapport in ieder geval, toegankelijk in het internet, aanbevolen. We zien hoogstaande wezens als Melissa en Gina zich tussen het folteren door verkneukelen over de verhoopte achteruitgang van de Franse literatuur en de verdwijning van de kritische geest in Europa. Iets nieuws kunnen die natuurlijk niet bedenken – behalve als het om het martelen van vrijheidsstrijders gaat – en ze brengen dan ook alleen maar opgewarmde romantiek te berde.

Filosofie als fiorituur, kunst als ornament – het is de bedoeling om een stille herdefiniëring van de begrippen kunst en filosofie ingang te doen vinden. De grote vijanden van de romantici waren ook in het verleden al:

1) de consequente kritiek à la Kant en

2) het geëmancipeerde individu à la Schiller.

Ik kan daar op deze plaats niet op ingaan. Lucas heeft erop gewezen dat emancipatoren als Van Ostaijen en Walschap juist het ‘bevrijde’ begrip van kritiek opnemen als werktuig, als wapen tegen de feodaliteit.[3]

De CIA laat zich veeleer door een obscurantistische dan door een democratische traditie inspireren. Kennelijk zijn de VSA een hegemoon die het hebben moet van het in slaap sussen, het verdoven van intellectuele vermogens en het elimineren of op non-actief zetten van intellectuelen.[4]

6

In Huichelarije wordt de traditionele, katholieke onderdrukking van de literatuur in die periode gecompleteerd door de domlinkse – zodat er géén ruimte meer blijft voor echte literatuur. Je zou denken dat veel van de ‘progressieven’ van toen op de loonlijst van de CIA stonden, maar ze waren wel hoofdzakelijk gewoon dom en werkten voor de CIA – nouja, uit linksigheid.

Lucas heeft me voor het wintersemester een bijdrage over die constellatie beloofd. Hij vertelt – dit om dit stuk af te ronden – dat hij er eens een linkse recensent op heeft moeten attenderen dat die totaal per ongeluk fascist was. Beste Jos, laat het me duidelijk proberen te maken. En hij zette al diens opvattingen op een rijtje en toonde stuk voor stuk aan dat die fascistisch waren. Dat had die man niet geweten! Hij had altijd meegelopen in alle antifascistische betogingen en zo hard mogelijk tegen de reactie geroepen en gebruld, en nu was hij het zelf!

Maar hij was van goede wil! Ogenblikkelijk zwoer hij al zijn ideeën af, er kwam absolute leegte in de plaats. Maar de man bleef zich wel links noemen en voelde zich zelfs, bevrijd nu van zijn fascistische ideologie, nog linkser dan voorheen! Hij recenseert ook nog vlijtig in een van die in Huichelarije ‘pers’ genoemde blaadjes die gelukkig steeds minder mensen willen lezen.

(C.c.A.e.d.)

 

____________________________________________________________

  1. ‘Even more effective in undermining Marxism, however, were those intellectuals who set out as true believers to apply marxist theory in the social sciences but ended by rethinking and rejecting the entire tradition.’
  2. ‘This in turn has given rise to an new wave of genuinly pro-American sentiment, rooted in the vogue of American popular culture, in respect of the American economic vitality of the 1980s, and in admiration for the new image of self-confidence that the United States now projects in the world.’
  3. Cfr. Traktaat van het Alsof in Alle lust wil eeuwigheid. Het Paradigma 2017.
  4. Cfr. Berichten in L. Fletcher Prouty: The Secret Team: The CIA and its Allies in Control oft the United States and the World. Skyhorse Publishing. United States 2011. ISBN 1616082844. Nachdenkseiten recensie: http://www.nachdenkseiten.de/?p=44360.