klerikaalfascisme Posts

Poolse Toestanden

 

November 2021. Lucas Mariën

 

Dikè & Themis, de godinnen van het recht – het Paradigma heeft verplichtingen aan ze. Op dit ogenblik in verband met Polen.

Politiek katholicisme is eigenlijk de specialiteit van Eurykleia, maar die is in staking en het kan niet langer worden uitgesteld om een paar kanttekeningen te plaatsen bij gebeurtenissen van de jongste tijd.

Na het optreden van de Poolse premier Morawiecki twee weken geleden in het Europees parlement kwamen er uitingen van sympathie voor het Poolse standpunt, niet alleen van uiterst rechts. De angst voor een Europese superstaat, voor afhankelijkheid van een EU-mastodont, gepaard met de typisch linkse argeloosheid en onwetendheid over de precieze draagwijdte van Morawiecki’s woorden, hadden voor gevolg dat hij van alle kanten bijval kreeg. Er werd begrip opgebracht voor een streven naar onafhankelijkheid, naar zelfstandigheid van het arme Polen. Er werd zelfs respect gevraagd voor zijn geschiedenis en tradities – tegen de EU-gelijkmakerij. Ook mensen die over het algemeen geen fascistische sympathieën hebben waren niet anti-Pools. Over de sympathieën van de hierna genoemde personen spreek ik me niet uit.

 

Drie gevallen

Eerste:

Na het optreden van de Poolse premier dient Europees parlementslid Gerolf Annemans zich aan om als zijn mening te kennen te geven dat we de Poolse positie niet juridisch zouden moeten beschouwen, maar wel politiek. Kortom, het Poolse liedje, vertolkt door een representant van het Vlaams Belang.

Tweede:

Angela Merkel bracht kort geleden een bezoek aan het Poolse buurland, haar afscheidsbezoek als Duitse kanselier. Hoewel de Poolse president haar blameerde, geen tijd voor haar had en haar niet wilde ontvangen uit korzeligheid over bepaalde Duitse standpunten, predikte ze in haar slotverklaring ‘verzoening’. Ook zij propageerde het Poolse standpunt: niet ‘justitie-denken’ was er aan de orde in verband met de herhaaldelijk door rechtbanken veroordeelde Poolse afschaffing van de rechtsstaat, ook andere, met name politieke gezichtshoeken moesten worden gehonoreerd.

Derde:

Dat Polen al wel eens benoemingen geblokkeerd heeft van mensen die die afschaffing veroordeelden – daar kan bijvoorbeeld Guy Verhofstadt over meepraten. Ook Ursula von der Leyen had de Poolse stem nodig om voorzitter van de Europese commissie te kunnen worden. Of beter: om te verkrijgen dat Polen haar benoeming niet zou verhinderen, want dat had het gekund. Zo heeft het nog niet lang geleden een voorstel van Angela Merkel geblokkeerd dat de EU nog eens met Rusland zou gaan praten. De ziekelijke Rusland-haat van de Poolse natie wekte al de verwondering van Heinrich Heine omstreeks 1840, werd nog vroeger al gelaakt door Poesjkin en werd definitief belachelijk gemaakt door Dostojewski.

Maar Ursel dus, Von der Leyen, nam de pelgrimsstaf ter hand en ging in Warschau zoete broodjes bakken. Ze verkondigde daar dat ze de Europese opvatting over de rechtsstaat niet al te strak wilde toepassen als ze dat voorzitterschap kreeg, en dat ‘ook het Poolse standpunt gehoord moest worden’. Dat neerkwam op politiek in plaats van recht.

Het Paradigma had al gewezen op het Poolse gevaar naar aanleiding van Morawiecki’s optreden in hetzelfde Europees parlement drie jaar geleden, op 4 juli 2018.

Coralie Coloratuur schreef toen:

‘Morawiecki (…) begon met te zeggen dat de ‘democratie’ gesterkt moet worden. Dat horen de mensen graag, en de spreker geeft zichzelf impliciet een diploma van mensenvriend.

In één adem beschuldigde hij er dan de EU van ‘boosaardige dreigementen’ in de richting van Polen te uiten, naar aanleiding van die restauratieve ingreep, maar zijn land zou niet wijken, integendeel. In plaats daarvan was het zijn droom, aldus Morawiecki, ‘de EU te transformeren, ze te re-christianiseren.’

De ‘democratie sterken’ en tegelijk in zijn eigen land de rechtsstaat afschaffen– hoe valt dat te rijmen?

Tübingen, 11 november 2021. Foto LM.

Is dat alleen maar de tale Kanaäns, dat katholieke gefemel?

Equivoque taalgebruik, dat wil zeggen: dezelfde woorden gebruiken, maar in een andere betekenis. ‘We zijn niet tegen de democratie, we zijn voor de wa-ha-hare democratie.’ Er is die beruchte encycliek tegen de beroemdste bloei van de filosofie sinds de oude Grieken: Aeterni Patris van Leo XIII in 1879, over de wa-ha-hare filosofie die de Duitse moest vervangen. En wat de paus op dat moment nog niet wist: Nietzsche moest quasi nog komen!

Naast wa-ha-haar heeft ook ‘welbegrepen’ een speciale betekenis. Ze zijn niet tegen de vrijheid, ze zijn vóór een ‘welbegrepen’ vrijheid. In de niet minder opmerkelijke encycliek tegen het modernisme (Pascendi, 1907) wordt het zelfs – in de Franse versie die ik gebruikt heb – ‘sainement compris’ (§ 22), ‘gezond-begrepen’. Wie het woord in zijn eigenlijke, niet gekatholiseerde betekenis blijft gebruiken is niet gezond, is pestilent. De paus eigent zich de definitiemacht toe met een mengeling van arrogantie en naïviteit – hij heeft kennelijk nog niet begrepen dat de tijd van de absolute macht van zijn instituut voorbij is. Maar opgeven doen ze het niet.

Ik wil toch even herinneren aan een oude aan de literatuur toegeschreven functie, namelijk die van taalzuivering. Het ecologische classicisme interesseert zich bijzonder voor het deconstrueren van taalvervalsing, het afbikken van sediment dat zich heeft vastgezet op woorden en begrippen.

Merkel, Annemans en Von der Leyen… herhalen wat ze hebben horen voorzeggen en wat de Voorzeggers van de EVP hebben doen gonzen.

Het recht uithollen tot je toestanden krijgt als in Dutrouxland – maar waarbij een zekere schijn wordt opgehouden. En waar de waarheid alleen aan het licht komt in crises als die met Dutroux, als die met de Rechtvaardige Rechters. Na de jongste veroordeling van Polen door het Europese gerechtshof sprak Von der Leyen overigens plotseling weer stoere taal: inzake rechtsstaat zouden er nu ineens geen toegevingen worden gedaan. Nu eens zus, dan weer zo, dat mens zegt gewoon wat van haar wordt verwacht. Voorlopig moet de schijn nog worden opgehouden. Binnen de EU bestaat de scheiding van de machten nog en het Europees Hof moet schijnbaar nog worden gerespecteerd. Daarvoor die bekentenissen – tegelijk wordt het recht verwaterd en

worden de sancties die volgens de regels nodig waren niet toegepast. Het geld blijft Polenwaarts stromen. Dat geld zou moeten worden ingehouden, maar iedereen weet dat dat niet zal gebeuren. Daar zorgt de Europese Volksartij (EVP) wel voor. De tijd is nog niet rijp om daar openlijk voor uit te komen, maar Carl Schmitt, die vinden ze eigenlijk wel fijn.

Bij een volgende gelegenheid zal Von der Leyen weer verkondigen: niet zo juristisch, mensen, we moeten de zaken politiek zien.

We houden hier die denkfiguur, dat leerstuk van een voor een zwierige politiek zo hinderlijke advocaterij nog even vast.

 

Politiek in plaats van recht

Recht als muggenzifterij van advocaten, vakidioten, juristerij. Tegenover een gezonde politiek van creatieve persoonlijkheden…

De inspirator van het Poolse refrein, Carl Schmitt, sprak smalend van ‘Justizjuristen’, justitie-juristen, krentenkakkers. Daartegenover stelde hij politiek dus als scheppende, niet door starre regels van pietlutten gehinderde kracht die werkt in het belang van het hogere, de natie, god. Dat is de rechtstheoretische hoofdgedachte van Carl Schmitt, de advocaat van het politiek katholicisme.

Schmitt was tussen de twee wereldoorlogen op het terrein van de rechtswetenschap de belangrijkste leverancier van trefwoorden voor de katholieke anti-verlichting en de nieuw-middeleeuwse heilsstaat. Hij had een afkeer van wat hij noemde een ‘justizförmige Politik’, verzette zich tegen een ‘allgemeine Justizförmigkeit des staatlichen Lebens’, dit wil zeggen een staat die gebonden zou zijn aan rechtsnormen, die een juridische structuur als vorm accepteert en respecteert. In plaats daarvan wilde Schmitt een staat waarin het kleinbehuisde recht niet steevast in de weg zou zitten voor groot-denkende politici. Zoals bijvoorbeeld Adolf Hitler er een was.

Schmitts commentaar bij de zogenaamde ‘Nacht van de Lange Messen’ in de zomer van 1934, twee maanden na de diefstal van de Rechtvaardige Rechters, toen Hitler de top van de SA liet uitmoorden, was voor de kenners niet echt verrassend, maar viel indertijd wel op. Schmitt gaf Hitler namelijk gelijk. Voor de dictator kwam het er op dat ogenblik op aan de SA als machtsfactor uit te schakelen om zijn eigen alleenheerschappij veilig te stellen. Een grote zuivering, een moordpartij van jewelste, waarbij niet alleen de top van de SA over de kling werd gejaagd, maar ook intellectuelen en rivalen in heel Duitsland.

Carl Schmitt verdedigde de Führer tegen kritiek uit het buitenland dat – grosso modo – Hitler tot op dat ogenblik nog een zeker krediet had gegeven en dat nu hardhandig geconfronteerd werd met brutale massamoord van staatswege. Maar volgens Schmitt mocht de staat, belichaamd door de Führer, niet in zijn elan worden belemmerd. Een kernpunt in zijn denken is ook dat het individu niet van tel is. Dat opkomen voor individuele vrijheden was de allereerste dwaling van het liberalisme – eerst van de Reformatie – geweest. Maar het individu moest onderworpen zijn aan het collectief. Als je de hele tijd rekening moet houden met dat individu, bemoeilijkt dat het creatief door-regeren.

Schmitt kreeg de bijnaam Kroonjurist van Hitler. Nochtans was hij geen nazi. Hij besefte alleen dat de nazi’s enigszins zwak stonden op het gebied van de rechtstheorie en zag kans om ‘een rol te spelen’ en zijn ‘diensten aan te bieden’. De nazi’s maakten daar gebruik van voor zoverre en zo lang dat paste in hun kraam.

 

De Scheiding van de Machten.

De gedachte dat het politieke leven een vorm moest hebben binnen rechtsregels was een verworvenheid van de verlichting. Montesquieu was de theoreticus van de scheiding der machten, de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht. Die scheiding moest het onmogelijk maken dat een of andere vorst of potentaat tegelijk rechter en partij zou zijn in een geding. Dat er wetten ad hoc zouden kunnen worden gemaakt, d.w.z. dat de autoriteiten wetten zouden kunnen maken die ze juist nodig hebben om bepaalde politieke dingen door te zetten. De scheiding der machten moest een einde maken aan de absolute macht van de feodale heren en er voor zorgen dat de onderdaan – van ’burger’ is er in Montesqieus tijd nog geen sprake – minder een speelbal van willekeur zou zijn. Ze is een voorwaarde voor een voor de individuele burger ietwat draaglijke staatsvorm.

Het eerste wat in Polen afgeschaft werd toen de recente ombouw van de staat in klerikaalfascistische zin begon was de onafhankelijkheid van de justitie. Rechters die niet bereid waren het recht in de zin van het regime krom te buigen werden vervangen door hielenlikkers. Een politieke justitie houdt altijd

carrièremogelijkheden in voor minder belichte exemplaren en opportunisten.

Een van de hoofdpunten in Carl Schmitts staatsleer was dat het gehate ‘dogma’ van de scheiding der machten moest worden afgeschaft. Dat troonde’ in zijn ogen ‘als een afgod boven de instellingen’. Die afgod ‘van zijn sokkel te stoten’ was een eerste vereiste om tot een gezonde staatsvorm te komen.

Na de oorlog was kroonjurist Schmitt aangebrand, als propagandist van het Derde Rijk – letterlijk: hij peinsde ook na over een Derde Rijk waarvoor dat van Hitler maar een kinderlijke vóór-vorm zou wezen, laten we zeggen een wa-ha-haar Derde Rijk! Sinds de jaren tachtig, negentig wordt hij weer van onder het stof gehaald. Het werd ook mogelijk hem als examenthema voor te stellen – ik heb dat gedaan. De professor vroeg zich af of ik extreemrechtse sympathieën had, maar ik heb hem aan het verstand kunnen brengen dat ik alleen literaire standpunten inneem, overeenkomstig de heilige grammatica van de literatuur en het onwankelbaar Paradigma. En dat ik wars ben van politiek.

Maar Schmitt is intussen dus ook gemigreerd van de collegezalen en uit de auditoria naar het praktische leven. Wat toen toch nog ongelooflijk scheen, namelijk dat zo’n reactionaire, bekrompen, achterlijke, zompig soppende sok ooit een praktische betekenis zou kunnen krijgen – in sommige landen wordt het werkelijkheid.

 

Vrome Blijdschap.

De diefstal van de Rechtvaardige Rechters in 1934 valt in de hoogdagen van dat nieuwe rechtsdenken à la Schmitt. En waren op dat moment maar weinig verdedigers van de liberale staat meer over. Als kinderen naar de komst van Sinterklaas, zo hunkerde de nog niet door het moderne heidendom verdorven elite naar iets beters, naar een wa-ha-hare democratie – vol verwachting klopt ons hart. Duitsland – Hitler was op dat ogenblik een goed jaar aan de macht – dat was nog een en al belofte. En de kinderziektes – ‘wie betreurt die niet, beste mensen?’ – van het regime zouden zonder twijfel worden overwonnen. Had het nieuwe Duitsland niet al een concordaat met het Vaticaan gesloten?

Twee weken na de diefstal van de Rechtvaardige Rechters wordt in Oostenrijk de nieuwe, klerikaalfascistische grondwet van kanselier Engelbert Dollfuss van kracht. Juichkreten in de toen nog minder cryptokatholieke De Standaard. Frans van Cauwelaert die voorbestemd was om de Vlaamse Dollfuss te worden, zingt alleluja.

Verheugende ontwikkelingen hadden zich al eerder voorgedaan in Mussolini’s Italië. De in die tijd ook bekende ‘schrijfster’ – ‘letterkundige’ heette dat toen – en katholieke ‘literatuur’-activiste Maria Elisa Belpaire weet geen blijf van vroom welbehagen en verkondigt dat Mussolini’s staat gelukkig een einde maakt aan het godsdienst-vijandige liberalisme en bezig is de wa-ha-hare maatschappij in de praktijk te brengen. Italië was weliswaar nog niet katholiek genoeg, maar ook dat zou slechts een kwestie van tijd zijn. Het begin was gemaakt.

Portugal, Slovakije zouden volgen en natuurlijk ook Spanje, waar de legitieme regering korte tijd later met de hulp van de bommenwerpers van Hitler en de zegen van de paus in een bloedige burgeroorlog zou worden geliquideerd door generaal Franco – die Onze-Lieve-Vrouw benoemd had tot generaal in het Spaanse leger. Zoals Christus Koning intussen ook koning van Polen is – dat hebben ze daar nog niet lang geleden in een niet van ludieke elementen gespeende plechtigheid officieel verkondigd, samen met de inhuldiging van het gigantische standbeeld voor diezelfde Christus Koning. Zoveel verblijdend nieuws, je begrijpt niet dat die Morawiecki in het EU-parlement altijd een lijkbiddersgezicht opzet.

 

René Victor

Niet onvermeld wil ik hier laten, de eenzame strijder voor democratie te midden van die antidemocratische ‘tijdsgeest’, alleen op een verloren post. Te meer omdat je de indruk hebt dat er verder niemand in staat was om dit debat intellectueel echt te kunnen volgen – zoals ze ook niet in staat waren om Walschap en Van Ostaijen adequaat te lezen.

De rots in de branding was de vriend van Van Ostaijen, de jurist en rechtstheoreticus René Victor. Victor die kritische opmerkingen plaatste bij het gedachtengoed van Carl Schmitt en die deze voordenker ook met name vinnig bestreed. Waaruit overigens blijkt dat Schmitts gedachtegoed ook hier al vroeg was doorgedrongen. Anders altijd te laat, maar met zoiets zijn ze er als de kippen bij.[1]

In een normaal land zouden er straten naar Victor worden genoemd, maar in Huichelarije is Polen nooit weggeweest. Hier wordt Victors betekenis gereduceerd tot zijn werk voor de vernederlandsing van het rechtswezen – overigens ook geen geringe prestatie. Maar bovendien was Victor een pionier van het post-middeleeuwse, post-feodale rechtsdenken in dit land. Hij zette zich in voor een ont-ideologiseren van het recht, voor een rechtspositivisme in plaats van Thomas van Aquino en Carl Schmitt.

Hij was iemand in wie beide stromingen, flamingant én verlicht-liberaal-democratisch samengingen. Domlinks heeft dat vanzelfsprekend niet begrepen en het terrein als steeds overgelaten aan les catholiques flamands.

 

Een kat een kat

De mainstream-media deinzen ervoor terug een kat een kat te noemen en kwebbelen over Poolse identiteit en nationaal gevoel. Polen wordt voorgesteld als ‘nationaal-conservatief’, ‘centrum-rechts’ – en andere omschrijvingen die moeten verhullen waar het precies om gaat: dat het Poolse project in de allereerste plaats een katholiek project is, dat er een complete staatsopvatting aan ten grondslag ligt waarvoor Carl Schmitt wezenlijke gedachten heeft geformuleerd.

Zoals Frankrijk zichzelf ziet als Grande Nation, zo ziet Polen zich als de ‘Christus der naties’. Maar de tijd is nog niet rijp voor een volledige verpoolsing van de EU, voor de openlijke overname daarvan door het Zwarte Paradigma, de re-christianisering waarover Morawiecki in het hoger aangehaalde citaat. Maar er wordt onophoudelijk ondergronds gewerkt, het is een kwestie van langzaam uithollen, corrumperen, ondermijnen. En het proces is verder gevorderd dan we denken.

Ook Spanje is herhaaldelijk veroordeeld voor schending van de mensenrechten in verband met Catalanen en Basken. Ook daarover bestaat er rechtspraak die genegeerd wordt.

De EU doet niets, het parlement het allerminst. Flagrant onrecht toegedekt, ingeduffeld. Ze kunnen er intussen bovendien op rekenen dat de mainstream-media daar geen punt van zullen maken.

Het democratie-begrip van het parlement bleek uit de uitsluiting van Catalaanse verkozenen uit datzelfde parlement op verzoek van de Spaanse Opus Dei-staat – een bewijs dat de Schmittiaanse staatsopvatting is doorgedrongen. Ook daar: eerder politiek dan recht. Angstwekkend is, dat er nauwelijks reacties komen.

Polen kan zich dus op Spanje beroepen, toen hebben jullie niets gedaan maar wij, het arme Polen… Ja, Spanje laten we betijen, dus mogen we Polen niet te hard vallen, dat zou discriminatie zijn.

Dat Europees parlement waarvan de Vlaamse nazi Leemans een van de eerste voorzitters was, heeft sowieso al geen affiniteit met democratie, heeft die waarschijnlijk nooit gehad. Hun Sacharovprijs voor mensenrechten geven ze aan Nawalny, een dubieuze figuur die in ieder geval een marionet is, gemanaged en gefinancierd door geheime diensten, in dit geval hoofdzakelijk de Duitse.

Curieus – dat speelt zich quasi in het geheim af, geen haan die ernaar gekraaid heeft. Voor die prijs genomineerd was ook de Boliviaanse putschiste Jeanine Añez die de wereld met verbijstering sloeg toen ze bij haar eerste optreden als juntachef na de putsch tegen Evo Morales met een bijbeltje stond te zwaaien en verkondigde dat dat voortaan het fundament van de politiek moest wezen.

Assange, de eigentijdse Dreyfus – geen kik naar aanleiding van het massieve onrecht tegen hem. Al een paar jaar heeft het EU-parlement de gelegenheid gemist om hem die prijs toe te kennen. Een prijs dus, niet voor echte voorvechters van mensenrechten, maar voor marionetten. Voor de liefhebbers van de wa-ha-hare mensenrechten.

 

Tenslotte

Polen en Spanje zijn als de twee kaken van de tang waarin Europa gevangen zit. Daar worden precedenten gecreëerd die dan maar moeilijk meer kunnen worden teruggeschroefd.

Een figuur van Europese betekenis was de Brusselse Carl Schmitt-specialist, Piet Tommissen, commentator, bibliograaf en verzamelaar van getuigenissen en documenten in verband met Schmitt.

Tommissen publiceerde o.a. herinneringen van Günther Krauss, een oude bekende van Schmitt. Krauss biedt een goede synthese:

‘Carl Schmitt stapt als echte contrarevolutionair heen over Montesquieu, stapt terug in de tijd vóór de verlichting. Zijn denken is (…) “middeleeuws”. Dat betekent: het is christelijk. Hoe paste dat bij het Nationaal-Socialisme? Welnu: ook dat keerde zich af van verlichting en vrijmetselarij. Zo waren er raakpunten bij alle onenigheid in andere opzichten…’[2]

Postscriptum

Op dit ogenblik verschijnt een stuk op Telepolis waarin de rol van de katholieke kerk in Polen wél enigszins belicht wordt:

https://www.heise.de/tp/features/Polen-Mehr-Klerus-wagen-6262064.htmlhttps://www.heise.de/tp/features/Polen-Mehr-Klerus-wagen-6262064.html

Uit een van de eerste reacties daarop, van een zekere ‘Schnupperkurs’, kennelijk vanuit Polen, over de repressie aldaar tegen wie zich verzet:

‘Als je als burger tegenover een junta staat, een brutale geheime dienst inclusief, dan blijft je weerstand binnen de perken.’

______________________________________________

 

  1. De belangrijkste propagandist van Schmitt was Victor Leemans die al in 1933 een monografie publiceerde: ‘Carl Schmitt. Bijdrage tot de sociologie van staat en politiek’. Antwerpen 1933. Leemans was een nazi van het eerste uur en werd tijdens de bezetting consequent een notoire collaborateur. Na de oorlog maakte hij carrière in de christendemocratische CVP. Onder hevige protesten, onder andere van de Nederlandse PvdA werd hij in 1965 voorzitter van het EU-parlement. De Duitse christendemocraten van de CDU drukten hem door. Logisch, hij was een geestesgenoot.
  2. Günther Krauss: Erinnerungen an Carl Schmitt. (1991)In: Piet Tommissen: Schmittiana II. (Eclectica jg. 20 nr. 84-85)

Steekkaart: Recht 2.2.2.: De Herstellers

 

Coralie Coloratuur. maart 2018.

correcties: 19 juni 2019.

 

De Hollandse bisschop Van Weddingen, door Rome geconsulteerd in verband met de oprichting van een Hoger Instituut voor Wijsbegeerte in Leuven, gaf te kennen dat België volgens hem ’était le dernier pays de l’Europe pour la philosophie sérieuse’[1], dus dat België voor de serieuze filosofie het allerlaatste land van Europa was.

Dit citeer ik naar Lucas Mariëns ‘Traktaat van het alsof’ (in Alle lust wil eeuwigheid, 2017), waarnaar ik ook verwijs voor die hele geschiedenis. Ik beperk me hier tot een paar hoofdlijnen om de achtergrond van de diefstal van de Rechtvaardige Rechters in herinnering te roepen. Het begrip Rechtvaardige Rechters is na de Eerste Wereldoorlog een politiek symbool geworden. Het ging erom de rechtsfilosofie een nieuwe wending te geven, terug naar wat er aan de verlichting en zelfs aan de reformatie voorafging. Geen democratie meer, maar wahahare democratie. Hierover gaat Steekkaart https://hetparadigma.eu/2018/12/17/steekkaart-recht-2-1/.

***

Het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte in Leuven zou het centrum worden van een renouveau van het thomisme, de middeleeuwse, niet kritische en de naam filosofie niet verdienende scholastiek van Thomas van Aquino. In een encykliek Aeterni Patris van 1879 bezweert de paus al in de inleiding een ‘herstel van de gezonde wijsbegeerte’, waarmee hij het thomisme bedoelt. Hij plaatst deze ‘gezonde’ tegenover de ‘valse’ moderne filosofie, die ‘de oorsprong is van private en sociale kwalen’. Kant en Hegel zijn op dat ogenblik al lang dood en behoren tot het ideële erfgoed van de mensheid. Marx heeft het versteende denken over kapitaal en arbeid voorgoed opengebroken. Friedrich Nietzsche is aan zijn zegetocht begonnen.

***

De framing: de ware, gezonde dit en dat… Het herstel – dat een heersende toestand van ziekte impliceert. ‘Het herstel der sociale orde’ luidt de titel van het ‘Volledig Verslag der XXste Vlaamsche sociale week’, gehouden in Brussel in 1933, enkele maanden voor de diefstal van de panelen van Jan van Eyck. De heersende toestand is er zelfs een van barbarij in heel Europa, meent de in die tijd beroemde domincanerpater Laurentius Julius Callewaert: ‘…Europa dat in barensnood is van nieuwe tijden, dat in geestelijken zin beleeft de volksverhuizing van de barbaarsheid naar de nieuwe kultuur.’[2]

De opvolger van Leo XIII, Pius X, neemt het herstellen op in zijn wapenspreuk: Instaurare omnia in Christo – alles herstellen in Christus. De pausen pikken aan bij de middeleeuwen-cultus van de romantici en construeren mee een romantisch, irreëel en sentimenteel beeld van deze voor de allermeeste mensen – maar ook voor de kunst en het denken – duistere periode.

***

De jonge Arsène Goedertier werd bij gelegenheid uitgescholden voor ‘salondemocraat’. Er bestond namelijk niet alleen een wahahare, maar ook een ‘valse’ democratie. Welke van beide in een bepaalde context bedoeld werd, werd niet altijd uitdrukkelijk vermeld – het is de opgave van de historische semantiek om hier klaarheid te scheppen. In ieder geval: doublespeak; bewuste, vaak bedoelde spraakverwarring was aan de orde van de dag. Men kon zich voordoen als democraat, maar iets heel anders bedoelen dan wat de algemene taal daaronder verstond.

***

De Rechtvaardige Rechters werden gestolen aan de vooravond van de afkondiging van een nieuwe, klerikaalfacistische grondwet in Oostenrijk die de neothomistische maatschappijopvatting weerspiegelde. De juichkreten waren niet uit de lucht, ook – en vooral – niet in de Vlaamse ‘pers’. Waarom hadden wij dat ook niet?

Ook Spanje, Portugal en Slovakije kregen – tot op zekere hoogte tot in onze dagen – klerikaalfascistische regimes. Katholiek Europa had een programma aan de omzetting waarvan ondergronds, maar ook openlijk, gewerkt werd.

De strategie bestond erin van de randen naar het centrum toe te werken en in gespreide slagorde op te treden, en ordre dispersée.

***

In stilte gaat dat natuurlijk nog steeds door. Opus Dei is alleen maar het meest bekende van de organisaties, prelaturen, broederschappen, charismatische bewegingen… die ondergronds woelen om de democratie af te schaffen. Dat alles speelt zich af in een soort van halve openbaarheid, iets dat verwant is met Goethes openbaar geheim: de meeste mensen hebben niets in de gaten, maar de ingewijden of wie de moeite wil doen om zich in de zaken te verdiepen, om bijvoorbeeld Thomas van Aquino erop na te lezen, die kan te weten komen van waar de wind waait.

De verlichte, liberale democratie wordt bestreden – in de media en het onderwijs.

Onrechtvaardige wetten moeten niet worden gehoorzaamd, mogen zelfs niet worden gehoorzaamd als ze in strijd zijn ‘met een goddelijk goed’, zegt Thomas. (Summa Theologiae, Ia-IIae.) Een voorbeeld van een onrechtvaardig rechtsprincipe is bijvoorbeeld de godsdienstvrijheid. Die geeft immers aan de ‘dwaling’ dezelfde rechten als aan de ‘waarheid’. Idem dito natuurlijk de grote vrijheden van de wereld die het ancien regime (hier en daar, tot op zekere hoogte) van zich af heeft geschud: vrijheid van meningsuiting, van vereniging, persvrijheid…

De moderne liberale rechtsopvatting van een zo groot mogelijke persoonlijke vrijheid, waarbij de overheid alleen tussenkomt als het algemeen belang op het spel staat – dat is niet compatibel met Thomas’ opvatting van een rechtvaardige (katholieke) orde.

De wereldlijke macht moet onderworpen zijn aan de geestelijke macht – met de beeldspraak van Thomas: zoals het lichaam onderworpen is aan de ziel. De paus is het hoogste gezag, boven alle wereldlijke macht en het belangrijkste begrip uit de verlichte rechtsopvatting, de scheiding van de machten, is volgens de neothomistische staatsleer uit den boze.

***

Spannend is wat er dezer dagen in Polen gebeurt. Daar hebben ze op weg naar die stralende nieuwe middeleeuwen de scheiding van de machten gewoon afgeschaft, de justitie opnieuw onder controle van kerk en politiek geplaatst: de heropleving van de Rechtvaardige Rechters, de Justi Judices van het thomisme. Niemand wijst erop dat die Poolse restauratie katholiek is, dat dat consequent is, dat dat de toepassing is van het (voor katholieken eigenlijk verplichte) thomisme. De media behandelen het als eenmalig, door een nu eenmaal door meerderheden, politieke constellaties tot stand gekomen bestel, wat immers democratisch is! Ze wijzen niet of nauwelijks op het systeem erin, op het programma van een katholieke restauratie.

Er wordt wel wat geprutteld in de EU, maar niet echt, niet menens. Het zijn protesten voor de galerij, er wordt niet doortastend ingegrepen volgens de grondprincipes die in de EU eigenlijk heersen.

Nog geen jaar geleden, op 4 juli 2018, hield de Poolse minister-president Mateusz Morawiecki een toespraak in het Europese parlement. Hij begon met te zeggen dat de ‘democratie’ gesterkt moet worden. Dat horen de mensen graag, en de spreker geeft zichzelf impliciet een diploma van mensenvriend.

In een adem beschuldigde Morawiecki er dan de EU van ‘boosaardige dreigementen’ in de richting van Polen te uiten, naar aanleiding van die restauratieve ingreep, maar zijn land zou niet wijken, integendeel. In plaats daarvan was het zijn droom, aldus Morawiecki, ‘de EU te transformeren, ze te re-christianiseren’ (https://deutsch.rt.com/europa/72607-polnischer-ministerpraesident-beschuldigt-russland-gezielten/). M.a.w. van de hele EU een Polen te maken.

Een ander pilootproject is Spanje, waar ze het fascisme met een paar kosmetische ingrepen salonfähig hebben gemaakt. De recente processen tegen Catalanen, het misbruik van justitie voor politieke doeleinden, de rechtsverkrachting allerwegen – om maar te zwijgen over het brutale geweld in gevangenissen en verhoorkamers van de Guardia Civil.

***

Het renouveau catholique na de Eerste Wereldoorlog.

Het is de paus, Leo XIII., die ’recommençait […] à se mêler des choses de ce monde en légiferant sur elles’[3]die zich opnieuw met de gang van zaken in de wereld begon te bemoeien en de wet te stellen. De paus heeft bijgevolg mensen nodig aan wie hij macht kan delegeren, Justi Judices van de wereldlijke orde, die hij volgens het thomistische principe van de Potestas Indirecta en de theorie van de twee zwaarden kan aanstellen om de wereld te besturen overeenkomstig het kerkelijk recht. De kerk heeft de jurisdictie over de wereldse autoriteiten. Haar politieke ambities werden in de Goedertier-tijd überhaupt minder omfloerst uitgesproken, het ralliement was nog niet zo ver doorgedrongen. Voorbeelden van die mentaliteit zijn niet moeilijk te vinden. Een professor Charles Journet van de nieuw gestichte universiteit van Fribourg in Zwitserland schrijft een boek over de ’Juridiction de l’Église sur la Cité’[4], dus de rechtsmacht van de kerk over de maatschappij. Door toedoen van Mercier is Frans van Cauwelaert een tijdje professor geweest in Fribourg – Van Cauwelaert die zelf aan Merciers Institut gestudeerd had als een van de jonge toekomstige politici die daar werden klaargestoomd.

De opleving van het theocratische gedachtengoed na de oorlog wordt geïllustreerd door het werk van Jacques Maritain. Na diens boek ‘Primauté du Spirituel’, zo schrijft professor Journet, ‘en expliquant la juridiction de l’Église du Christ sur la Cité, c’est-à-dire le cas où se réalise concrètement […] la primauté du spirituel’[5] begrijpt iedereen welke kant het uit moet. Het wereldlijk recht is ondergeschikt aan het canonieke. En Journet citeert Thomas:

‘Jus autem divinum, quod est ex gratia, non tollit jus humanum quod est ex naturali ratione.’[6]het goddelijke recht echter, dat voortkomt uit de genade, erkent het menselijke recht niet dat voortkomt uit de natuurlijke rede.

Al deze meningen werden gepropageerd door het tijdschrift

Revue catholique de droit, uitgegeven door het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte. Dat ‘wou de recente ontwikkelingen in de rechtswetenschappen voor een ruimer publiek toegankelijk maken vanuit de overtuiging dat katholieken daarin een bijzondere opdracht hadden (cursivering van mij; LM). (…) Ze beschikten namelijk over ‘des vérités stables’ en hadden zich van bij de aanvang opgeworpen als ‘les défenseurs de toute justice’. ‘[7]

***

Rechter over België.

Een zekere Picavet, Professor aan de École des hautes Études in Parijs publiceerde over het neothomisme in de Revue Philosophique van Leuven en wordt door kardinaal Mercier als volgt geciteerd[8]: ’Les catholiques, unis par le thomisme, qu’ils complètent avec une ample information scientifique, sont devenus les maîtres de la Belgique.’ – De katholieken, eendrachtig door het thomisme dat ze completeren met een brede wetenschappelijke vorming, zijn de heersers over België geworden.

Niet zonder een zekere ironische ijdelheid voegt de kardinaal daar aan toe dat de Franse professor de toestand wel als ’un peu bien au tragique’[9] ziet.

Bij Mercier wordt justice een strijdkreet, vooral na het begin van de Eerste Wereldoorlog. Onvermoeibaar herhaalt hij dat de Duitse aanval op België een rechtsbreuk is en een direct gevolg van de Duitse filosofie. En dat het recht hersteld worden moet, vanzelfsprekend in de zin van de wahahare filosofie. Vooral in de Verenigde Staten wordt Mercier populair op een manier die misschien vergelijkbaar is met de Dalai Lama op bepaalde momenten. Na de oorlog maakt hij een triomfantelijke reis langs Amerikaanse universiteiten die met elkaar wedijveren om hem tot eredoctor te mogen promoveren. Er verschijnen boeken over hem, hij werd opgenomen onder de ‘Reuzen’[10] en zijn geschriften werden in Amerika gepubliceerd[11]. Het hoogtepunt van zijn invloed bereikte Mercier onder paus Benedictus XV (1914-1922), die na de oorlog een ‘Nieuwe Wereldorde’ wilde oprichten en die zich onder andere bezighield met de oprichting van een volkerenbond op basis van het canoniek recht (Encykliek „Pacem Dei“, 23 mei 1920).

***

Het neothomisme van Leo XIII is een poging om de anti-revolutionaire, retrograde, reactionaire stroming een ‘filosofisch’ fundament te geven en ze te systematiseren.

Kardinal Mercier noemde het gevecht tegen de filosofie van Kant, ce doux philosophe (sic)[12], zijn levensinhoud:

‘Le grand pervertisseur des idées du dix-neuvième siècle, est le philosophe allemand, Emmanuel (sic) Kant. J’en fus toujours si profondément convaincu, pour ma part, que je consacrai à le combattre tout ce que je pus trouver d’énergie et d’influence au cours de ma carrière professorale.’[13] De grote perverteerder van de ideeën van de negentiende eeuw is de Duitse filosoof Emmanuel (sic) Kant. Daar was ik altijd al zo diep van overtuigd dat ik alles wat ik kon opbrengen aan energie en aan invloed in de loop van mijn professorale carrière eraan heb besteed om hem te bestrijden.

’L’ Allemagne régnait mais le Cardinal était là, juge de l’ Allemagne’, schreef Georges Goyau in een hagiografie na de oorlog.[14] De kardinaal als rechter over Duitsland.

***

In een tijd waarin iedere publicatie gecontroleerd werd en waarin zelfs priesters niets in het licht mochten geven zonder imprimatur, is de opname van een tekst van Charles Maurras, uitgerekend in het officiële gedenkboek „Mémorial Jubilaire du Cardinal Mercier“ van 1924 – onder leiding van een baron de Waha-Baillonville[15] – niet minder dan een demonstratie. En het was Maurras die Mercier ‘le Grand Juste’ noemde.

Deze lieden beheersten het discours tussen 1918 en de diefstal van de panelen in 1934 – en nog later. Opvallend was de afwezigheid van een tegenstem, van een alternatieve opinie van enig niveau. Over de volledige achterlijkheid van de vrijzinnigen die niet in staat waren en zijn om andere ideeën in circulatie te brengen, zal ik het een andere keer hebben. De Thomistische categorieën zijn in ieder geval doorgesijpeld in het denken (sic) van de hele maatschappij.

***

Er werden brieven van Mercier gepubliceerd.

Een voorbeeld uit een schrijven van hem aan Generalgouverneur von Bissing uit de bezettingstijd: ‘Il y a une barrière, Monsieur le Gouverneur Général, où s’arrête la force militaire et derrière laquelle s’abrite inviolablement le droit.’

De diepere oorzaak van de oorlog lag volgens dit discours besloten in ‘de tegenstelling tussen de christelijk-geestelijke cultuur en de heidens-materiële barbarij, gevoed door het verderfelijke rationalisme’[16]. Dat poneerde Maria Elisa Belpaire, die voor de komst van Stientje Hemmerechts de meest pittoresk representant van het katholieke Vlaanderen was. ‘De wereldoorlog,’ schrijft ze, ‘was een keerpunt in de geschiedenis van de kerk. In bloed en tranen heeft de mensheid gezaaid, maar rijk is de oogst die onder het oog van de engelen in de eeuwige schuren wordt binnengereden. Justitia et Pax oscillatae sunt.’[17] Het nieuwe evenwicht tussen rechtvaardigheid en vrede was volgens Belpaire trouwens al bereikt in het Italië van Mussolini, waar ze in 1922 deelnam aan een internationaal congres voor katholieke vrouwen en deze tekst schreef over de in Italië eindelijk bereikte ‘ware’ democratie. Het algemene Unbehagen in der Kultur werd veelal geïnterpreteerd als een nieuw begin voor de ‘katholieke maatschappij’.

***

De overwonnen filosofie.

De Duitse nederlaag werd voorgesteld als de nederlaag van de kritische filosofie.[18] Die had een ‘moreel Verdun’[19] geleden, wat neerkwam op een godsoordeel tegen het ‘kantianisme’. Niets stond nu nog de overwinning van de neoscholastiek en de katholieke universiteit van Leuven in de weg. Het verdrag van Versailles was de uitdrukking van een door Mercier luidkeels geëiste ‘wrekende gerechtigheid’[20] – de kardinaal was zonder twijfel een van de haviken op de achtergrond van dat verdrag, waarvan de funeste kortzichtigheid alras zou blijken. Hij was wraakzuchtig, onverzoenlijk, vol haat en racistisch.

***

Een tastbaar gevolg van Versailles was natuurlijk dat de zijpanelen van het Lam Gods terug naar België kwamen. Die symboliseerden de Duitse nederlaag en Merciers grote triomf: de nederlaag van de slechte filosofie. Het Lam Gods kreeg een betekenis als een ‘nationaal’ heiligdom. Vooral het paneel van de Rechtvaardige Rechters was een hoogtepunt voor de zozeer door Juges, Grand Justes, en wahahare dingen bezeten geobsedeerden. De diefstal van vooral dát paneel, dat van de Rechtvaardige Rechters, was dan ook een steek recht in het hart van de zompige wereld van soppende soutanes en plodderige pijen.

Tenslotte: een filosofie zonder Kant, konden ze zich daarbij eigenlijk iets voorstellen? Toch alleen maar als ze zich bij ‘filosofie’ helemaal niets konden voorstellen.

 

———————————————————————–

 

  1. J-P. Hendrickx, J. Pirotte und L. Courtois: Le cardinal Mercier, un Prélat d’Avant-Garde. P. 101.
  2. Callewaert: En Vlaanderen voor Christus, p. 125.
  3. Goyau, Le Cardinal Mercier. Paris 1918. P. 30.
  4. Parijs 1931.
  5. C. Journet : La Juridiction de l’Église sur la Cité, Paris 1931. P. 18 e.v.
  6. Motto van het boek van Journet.
  7. Nieuwsbrief van het Katholiek Documentatiecentrum (Kadoc) Leuven, 01/02 2004. P. 16.
  8. Mercier : Le Christianisme dans la vie moderne. P. 76.
  9. T.a.p.
  10. Julian B. Arnold: Giants in Dressing Gowns. Chicago 1942. (daar figureert Mercier naast Darwin, Conan Doyle, T.E. Lawrence, Stanley…)
  11. Mercier, His Eminence D.J. Cardinal: Cardinal Mercier’s own Story. New York [George H. Doran Co.] 1920.
  12. Georges Goyau: Mercier. p. 97.
  13. J. D. Mercier: Voix de la Guerre. Georges Thone, éditeur, Liège 1937. p. 146.
  14. Geciteerd in (Mercier:) Voix de la Guerre. p. 11.
  15. Gepubliceerd in Antwerpen, 1924.
  16. Geciteerd door Schrooten, t.a.p. p. 58.
  17. Maria E. Belpaire: Reukwerk. Antwerpen 1931. p. 198.
  18. Bv. Georges Goyau: Le Cardinal Mercier. Paris 1918. Daarin hs. VIII: „Un vaincu de la guerre: le kantisme“.
  19. O. c., p. 9.
  20. O. c., p. 93.