Archief Rechtvaardige Rechters Posts

Archief Rechtvaardige Rechters

6 september 2020. Lucas Mariën

Een schrijver die zich aan een historische stof waagt loopt het gevaar geschiedenis te willen schrijven in plaats van literatuur. Dat is een van de redenen waarom bijvoorbeeld Goethe – ook hierin gevolgd door Willem Frederik Hermans – de ‘historische roman’ afwijst. In de inleiding tot mijn Rechtvaardige Rechters-complex verklaar ik waarom ik hun bezwaar ten dele kan weerleggen. Ik beperk er me hier dus toe te verwijzen naar het eerste deel van dat complex.

De verleiding om historisch onderzoek te doen is – zeker in een geval als dat van de Rechtvaardige Rechters – soms groot en niet zelden heb ik met leedwezen bepaalde strengen moeten laten schieten. Heb ook wel wegen gevolgd die ik niet had hoeven te volgen. Het excuus dat een schrijver in Huichelarije dingen moet doen die in beschaafde landen door historici worden gedaan wil ik niet helemaal laten gelden; niet zelden heb ik erg genoten van mijn onderzoek.

Om de cesuur tussen literatuur en geschiedenis nadruk te verlenen heb ik nu besloten het leeuwendeel van het Archief Rechtvaardige Rechters te delen met dr. Christina Kott, die een echte specialiste is voor dit soort dingen, o.m. voor de Kunstschutz in Parijs en Brussel tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze is verbonden aan de universiteit Paris-Pantheon en heeft tal van publicaties op haar naam staan, onder andere ook een boek over de Kunstschutz in België tijdens de Eerste Wereldoorlog:

Le patrimoine de la Belgique vu par l’occupant. Un héritage photographique de la Grande Guerre.

Een uitgave van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium, alleen in het Frans.

Dat delen van materiaal bevrijdt mij van een zekere verantwoordelijkheid. Ik krijg er ook wat voor terug: Mevrouw Kott heeft haast alle ter zake interessante archieven bezocht en mij nu inzage gegeven in aantekeningen en fotografisch materiaal die ik anders niet – of alleen ten koste van veel tijd, moeite en ook geld – onder ogen zou hebben gekregen. Een aardig nieuwtje met die herkomst publiceer ik aansluitend aan deze tekst.

Aangezien ik zelf geen geschiedenis wil schrijven moet ik ook niet het origineel van documenten etc. onder ogen krijgen en kan ik het stellen met foto’s en aantekeningen van een ervaren wetenschapsvrouw. Ik verwacht binnen afzienbare tijd ook publicaties van haar hand waarin van het Archief Rechtvaardige Rechters gebruik wordt gemaakt. De ervaring heeft me geleerd dat de meeste Vlaamse historici bronnen overbodig vinden en allang blij zijn als ze van elkaar wat af kunnen schrijven. Doordat ik het archief aan dr. Kott ter beschikking heb gesteld, krijgen die nu allicht de gelegenheid om ook van haar af te schrijven. En iedereen is tevreden.

 

 

Wanderer

januari 2020. Eurykleia.

 

Orde op zaken

 

Ik heb Lucas genoeg afgeraden om op reis te gaan.

‘Denk aan Heinrich von Kleist, die werd als spion opgepakt,’ hield ik hem voor.‘ Hij reisde kriskras door Duitsland, dan naar Zwitserland – dat is toch precies de route die jij ook wilt nemen. Verschillende tussenstations in Noord-Duitsland en zelfs in Denemarken waar de familie van Henry Koehn intussen schijnt te wonen. Vervolgens naar het Lago Maggiore om krijgsraad te houden met Coralie…’

‘En voor de kluis in Ascona.’

‘Twee keer hebben ze Kleist gearresteerd. Hij zat ook een hele tijd in de gevangenis.’

Hij scheen daarvan niet erg onder de indruk te zijn.

Kon ik hem zeggen dat er tijdens zijn afwezigheid een einde zou komen aan onze staking en dat Jos Zoetesmeer een paar moreel hoogstaande columns zou schrijven op de webstek van HP? Dat zou chantage zijn geweest en daartoe verlagen we ons bij HP niet.

‘Denk eraan,’ zei ik, ‘de figuur van de Wanderer, van de romantische zwerver – dat is een eigenschap van de romanticus an sich, dat voortdurende ongemotiveerde reizen!’

‘Maar mijn reis is niet ongemotiveerd,’ riep hij, ‘denk toch niet dat ik een romanticus ben, Eurykleia! Ik heb kort voor Nieuwjaar een telefoontje uit Duitsland gekregen dat alles overhoop heeft gezet, maar dat ik niet kan negeren. Eurykleia, je moet me helpen, ik weet niet waar mijn hoofd staat. Ik kan het grote essay over Populistische Literatuur en Ecologische Klassiek op dit moment niet voltooien. Je moet de verschenen delen van de website halen en verwijzen naar mijn boek over Ecologische Klassiek.’

‘Maar we hebben voor dit jaar al twee andere boeken gepland.’

(Wordt voortgezet.)

‘En vergeet nooit te vermelden dat ik NIET ongemotiveerd op reis ga.’

 

Vier dozen documenten

 

30 december 2019. Lucas Mariën.

 

In de zomer van 1944, in het vooruitzicht van zijn ontslag uit het leger, zoekt Henry Koehn een bergplaats voor vier ‘Kisten’ – kartonnen dozen, mogen we aannemen – met documenten en foto’s die hij in België bijeen heeft gebracht. De moderne mens als nomade – in de filosofie was dat beeld toen nog niet ontwikkeld, maar een nomade was Koehn altijd al geweest. In die zomer, als de oorlog voor hem gedaan is, moet hij eerst op zoek gaan naar een onderkomen, niet alleen voor zichzelf, maar ook voor zijn gezinnetje.

Het ouderlijk huis, een kasteeltje tussen de ambassades en de aristocratische optrekjes aan de Schöne Aussicht in Hamburg, vroeger altijd een toevluchtsoord, was platgebombardeerd. Zijn moeder, de spil rond wie alles daar draaide, was kort geleden gestorven.

Een paar weken voor het begin van de oorlog was Henry, tweeënvijftig was hij op dat moment, zeker tot verwondering van familie en kennissen nog getrouwd met de veel jongere en erg mooie Eva Oschatz, die zonder twijfel een vrijdenkende, niet-conventionele vrouw was die kon omgaan met de intellectuele bohémien die haar man was. Eva had de oorlog bij haar familie doorgebracht, ver in het oosten, in Silezië. Samen met het kleine meisje Helga, haar nichtje, die door haar en Henry als eigen dochter geadopteerd zou worden.

Of hij die Kisten niet bij haar kan onderbrengen, vraagt Koehn aan Hildegard Kornhardt, de nicht en erfgename van Oswald Spengler, die nog altijd in het Spenglerhuis in München woont. Geen probleem, antwoordt zij, laat maar komen.

Maar hij is intussen naar Duitsland gereisd voor administratieve rompslomp in verband met zijn afzwaaien. Als hij weer in Brussel komt is zijn kamer door iemand anders in beslag genomen. En zijn dozen zijn verdwenen – zal hij Hilde Kornhardt schrijven.

De vraag is nu: zat alles in die dozen?

Later, in de jaren zestig, zal Koehn’s weduwe Eva immers in het bezit blijken te zijn van het ‘Dossier Lam Gods’, de documenten waaraan we te danken hebben dat het Zwarte Paradigma er niet in geslaagd is alles onder het tapijt te vegen. Maar ze had ook belangrijke stukken van buiten het ‘dossier’, losse documenten en aantekeningen die niet in die ‘kisten’ zaten, die Koehn in zijn handbagage moet hebben meegenomen. Die zijn nu in het bezit van het Archief Rechtvaardige Rechters, daaraan geschonken door Eva’s en Henrys pleegdochter en erfgename Helga, en ze bevinden zich in de kluis van Coralie Coloratuur in Ascona in Zwitserland.

Maar bestaat de kans dat er nog meer was, nog ‘vergeten’ documenten? Voor de lezers van HP zal – op den duur – niets in het verborgene blijven.

 

LiteraLeaks 16.1. Paritair Comité

13 december 2019. Het Paradigma. Bijgewerkt in januari 2020.

 

De staking bij HP. Tijdens de bijeenkomsten van het paritair comité werden de hele turbulente zomer van 2019 ten dele uitermate choquerende conversaties gevoerd. Voorproef.

Uw whistleblower.

 

Coralie: We zetten onze staking onbeperkt voort. Aangezien de censuur op onze website in dit sociaal conflict al van bij het begin een rol speelde. Lucas zal dan wel verplicht zijn om over de vijanden van de literatuur te schrijven.

Eurykleia: Stakingsmoe ben ik ook wel, maar daarom toch geen stakingsbreker. Daarin geef ik je gelijk. Bij de eerste bijeenkomst van het paritair comité was Lucas geneigd om toe te geven. Ik mocht een kerstverhaal schrijven en tot op zekere hoogte zelfs politieke tribunes. Er was een virtueel akkoord en dan… Ach, Coralie, als ik mijn kerstverhaal maar op tijd af krijg!

Coralie: Maak je maar geen zorgen, oma. Eventueel verwijs je de lezers nog eens naar je vorige kerstverhaal.

Eurykleia: Maar dat gaat toch niet, Coralie. En er was bovendien een virtueel akkoord.

Coralie: Hoe komt Lucas er ook bij om de regering te vragen een bemiddelaar te sturen?

Eurykleia: Zonder die bemiddelaar zou onze staking al lang voorbij zijn geweest.

Coralie: Er moet een einde komen aan de censuur en autocensuur. Lucas heeft me een paar jaar geleden gevraagd een map in het Archief Rechtvaardige Rechters op te nemen onder het trefwoord ‘Geert Buelens’. Ik heb hier een artikel uit De Standaard. Een voormalige verloofde stuurt me daaruit artikels waarvan hij denkt dat ze me kunnen interesseren. Buelens dus, die heeft zich blijkens dat stuk geweldig ingespannen om Marc Reynebeau de status te geven van iemand die kon meepraten over kunst. Reynebeau maakte een vanzelfsprekend onleesbaar boek over Paul Van Ostaijen waarin hij demonstreert dat hij van toeten noch blazen weet. Waarin hij de niet-receptie van PvO nog eens in de verf zet. Buelens, de officiële PvO-specialist, doet alsof hij dolblij is met dat boek.

Eurykleia: Misschien wás hij dat ook.

Coralie: Dat beweert Lucas ook. Volgens mij is Buelens corrupt – maar volgens Lucas is hij in de eerste plaats geen groot licht en is zijn bewondering voor Gloriosus oprecht en diep doorvoeld. Zijn eigen dikke boek over Van Ostaijen heeft ook geen academisch niveau en is op zijn beurt een demonstratie van die niet-receptie. Maar nu dus zijn dossier in ons Archief RR stilaan volledig is, nu wil Lucas er niet aan beginnen. »Je kunt toch niet verwachten dat ik de Guitenstreken van Kwik en Flupke in de literatuur introduceer,« klinkt het nu. Maar waarom heb ik dan dat dossier moeten aanleggen, oma? De corruptie, de hoernalituur, het zo moeilijk te vatten netwerk van wederzijdse afhankelijkheid en dienstverlening… En als de geest verrot is… De vis begint te stinken aan de kop, zegt het spreekwoord. En dat de corruptie in de literaire wereld even groot is als in de justitie… Dáár, in die wereld, heeft de affaire Dutroux tenminste een en ander aan het licht gebracht. Maar dat Buelens en zijn soort de Dutroux en Nihoul van de literatuur zijn…

(Op dit ogenblik verschijnt Lucas op het terras waar Eurykleia en Coralie in de zon liggen. Nadat hij aan het verzoek van de dames om te worden ingecrèmed voldaan heeft laat hij verluiden:) O neen, Ludo Buelens, daar begin ik niet aan.

Coralie: Waarom noem je hem Ludo, Lucas?

Lucas: Heet hij niet zo?

Coralie: Hij heet Geert.

Lucas: Ach… Zijn gedichten zien eruit alsof hij Ludo heet. Ik heb er een gelezen in een boek van Ilja Leonard Pfeijffer[1]. Die bespreekt een ‘gedicht’ van Buelens en citeert het ook grotendeels. Daar heb ik dat ‘gedicht’ gelezen dus. Ik heb er me verder niet mee beziggehouden want toen ik dat ene gelezen had, dat Pfeijffer citeert, toen had ik vreselijke hoofdpijn en de hele nacht heb ik gedroomd van een roze tuinkabouter. Wie zoiets in alle ernst als gedicht publiceert, die geeft zichzelf een diploma van niet te weten wat poëzie is.

***

Eurykleia: We zouden een nieuw atelierfeest kunnen geven. Ik zou erover kunnen denken een kunstwerk te concipiëren en ook uit te voeren dat zou bestaan uit een langzaam draaiende lampenkap waarop een gedicht van Geert Buelens zou zijn afgedrukt. Wie het nodige geduld opbrengt, zou het hele gedicht zich als het ware voor zijn ogen zien afrollen. Als hij tenminste het licht eerst wil aanknippen. Hilarische effecten zouden minder frequent zijn als in de hiervan zo verzadigde Vlaamse dichtwerken van Gloriosus Reynebeau, maar toch – de als het ware met Vl. poëzie bekladde lampenkap zou kunnen symboliseren hoe dat geknoei het licht belemmert om volop en onvertroebeld te schijnen.

  1. Ongetwijfeld wordt het volgende boek van Pfeijffer bedoeld: Het geheim van het vermoorde geneuzel. Een poëtica. Amsterdam 2003.

 

Henry Koehn als fotograaf (1).

Mei 2016. C. Coloratuur.

 

Op 20 augustus 1940 trok Henry Koehn onder andere naar Zeebrugge. Een paar foto’s die hij die dag maakte werden vermoedelijk ingezonden voor een fotowedstrijd – de ambtenarij van de bezetter probeerde het zich in Brussel gezellig te maken. Dit vermoeden steunt op het grote formaat van de afdrukken en het feit dat hij op de rugzijde nog eens extra zijn (bureau-)adres schreef. Dit zijn afwijkingen van zijn gewone foto’s.

Berging van tot zinken gebrachte schepen aan de sluis van Zeebrugge.

 

691

 

690

 

 

Een tweede foto is genomen uit een andere hoek aan dezelfde sluis. Op de rugzijde (met dezelfde extra adresvermelding) wordt nu ook genoteerd dat het bergingsschip uit Bremerhaven ‘Berger I’ heet.

De adresvermelding heeft niet kunnen bewerkstelligen dat Koehn alle ingezonden foto’s terugkreeg. Eerst hoorde hij er lange tijd niets meer van. Lucas weet niet meer of hij verzonnen heeft of ergens gevonden heeft dat Koehns collega’s bij de Kunstschutz op den duur navraag gedaan hebben (zoals in HOB), dan wel of dat Koehn zelf was. In ieder geval ontbraken een paar van de ingezonden foto’s en kreeg hij als verontschuldiging te horen dat de organisatoren van de wedstrijd intussen aan het oostfront zaten, zonder dat de eigenlijke wedstrijd plaats had gevonden.

 

 

693

 

692