Steekkaarten Posts

Detectivebord, alfabetisch: Banken

 

Verrassend relict?

Algemeene Bankvereeniging

 

Banco di Roma

Een van de redenen waarom het Vaticaan zo tevreden was met de machtsgreep van Benito Mussolini, was dat die in 1923 het faillissement van de (Vaticaanse) Banco di Roma wist te verhinderen – door anderhalf miljard lire staatsgeld toe te schieten. De Banco di Roma was vervlochten met het netwerk van katholieke Raiffeisenbanken. (Genoemd naar bankencoöperatieven voor de boeren, uitgevonden door Friedrich Wilhelm Raiffeisen.) Karlheinz Deschner: Die Vertreter Gottes. München 1994. p. 36.

 

 

Detectivebord, alfabetisch: B

 

In het Sylter Archiv bevindt zich een foto-met-opdracht van Jos de Beer, conservator van het museum Sterckxshof in Deurne, “aan Lt. H. Koehn”. Koehn moet op dat moment al majoor zijn geweest. De foto is niet gedateerd, maar wel het “borstbeeld” van “Beeldhouwer Ed Veryecken” dat de schenker De Beer vereeuwigt en dat van juli 1944 zou zijn. Dat is de maand waarin Koehn terugkeert naar Duitsland, kort daarop zal hij afzwaaien. Op het moment dat wij die foto wilden kopiëren – eeuwen geleden – beschikten we alleen over een fotokopieermachine van het gemeentehuis van Westerland op Sylt. Excuses voor de slechte kwaliteit.

Kennelijk hebben Koehn en De Beer langere tijd contact met elkaar gehad. Volgens de opdracht van de “Museumsdirektor” (aldus Koehn, achter op de foto) was er zelfs sprake van “vier jaren wederzijdsche dienstbetoon” (zo staat het er; cfr. foto, verso).

De Beer was afkomstig van Wetteren en had Arsène Goedertier gekend. Anderzijds was hij al sinds 1895 weg uit zijn geboortedorp. Hij beschrijft Goedertier als “een fantasierijk man, maar niet de dader van de diefstal”! Goedertier zou veeleer een “tussenpersoon” of “bemiddelaar” zijn geweest. (Cfr. MoK II, 308.) Hier krijgen we weer eens de versie “bemiddelaar” te horen – die ook Koehn tot de zijne zou maken; die ook de versie van Julienne Goedertier was, van Arsènes broer Valère en tenslotte van Robert Senelle – grondig gedocumenteerd bij Paul de Ridder in “De RR terug van weggeweest”, Gent 2020.

Volgens de opdracht op de foto moeten er dus meerdere ontmoetingen tussen De Beer en Koehn hebben plaatsgevonden, vier jaar lang. Wat dat “wederzijdsch dienstbetoon” behelsde – we hebben er het raden naar. Waarschijnlijk hebben ze het vaker over de RR gehad, Koehn zal de getuige penibel hebben uitgevraagd, hebben geconfronteerd met andere gegevens die hij bij andere getuigen had verzameld… De schenking van de foto met de opdracht op de valreep van Koehns definitieve vertrek naar Duitsland wijst wel op een zekere warmte in die relatie. We hebben er al op gewezen dat Koehn een aimabel man was, die met zowat iedereen (Julienne Goedertier, Max Winders…) goed kon opschieten. Er is een aantekening van Koehn dat hij bij De Beer op bezoek was in juli 1943. Hij had toen al verbod gekregen om zijn onderzoek in de affaire RR voort te zetten, maar hij heeft dat bij verschillende gelegenheden aan z’n laars gelapt. Voor zijn definitieve terugkeer naar Duitsland heeft hij verschillende Vlaamse kennissen een soort afscheidsbezoek gebracht. De datum van de sculptuur op de foto wijst erop dat De Beer een van hen was.

De Beer was ook de man die tegen Koehn beweerde dat Monseigneur van den Gheyn wist waar de RR zich bevonden: “U zult zien, na de dood van die kanunnik komt het paneel weer te voorschijn.” (Naar MoK II, 308.)

Bovendien zouden Van Puyvelde en Renders bij de zaak betrokken zijn. We hebben dit al even aangestipt: Detectivebord: steekkaart Renders – godin van het Recht.

De foto van het borstbeeld met opdracht aan Koehn; verso.

 

Via De Beer was er ook een contact naar de abdij van Dendermonde. Ik heb in Antwerpen een man gekend – die overleden is; ik kan hem geen bijkomende vragen meer stellen – die bevriend was met een pater van de abdij van Dendermonde met wie ook De Beer bevriend was. Als de pater bij De Beer op bezoek ging, werd ook mijn kennis uitgenodigd voor het gezellig onderonsje. De abdij van Dendermonde duikt in de Affaire telkens weer op.

24 januari 2021.

LM

 

 

 

 

 

Steekkaart: Recht 2.2.2.: De Herstellers

 

Coralie Coloratuur. maart 2018.

correcties: 19 juni 2019.

 

De Hollandse bisschop Van Weddingen, door Rome geconsulteerd in verband met de oprichting van een Hoger Instituut voor Wijsbegeerte in Leuven, gaf te kennen dat België volgens hem ’était le dernier pays de l’Europe pour la philosophie sérieuse’[1], dus dat België voor de serieuze filosofie het allerlaatste land van Europa was.

Dit citeer ik naar Lucas Mariëns ‘Traktaat van het alsof’ (in Alle lust wil eeuwigheid, 2017), waarnaar ik ook verwijs voor die hele geschiedenis. Ik beperk me hier tot een paar hoofdlijnen om de achtergrond van de diefstal van de Rechtvaardige Rechters in herinnering te roepen. Het begrip Rechtvaardige Rechters is na de Eerste Wereldoorlog een politiek symbool geworden. Het ging erom de rechtsfilosofie een nieuwe wending te geven, terug naar wat er aan de verlichting en zelfs aan de reformatie voorafging. Geen democratie meer, maar wahahare democratie. Hierover gaat Steekkaart https://hetparadigma.eu/2018/12/17/steekkaart-recht-2-1/.

***

Het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte in Leuven zou het centrum worden van een renouveau van het thomisme, de middeleeuwse, niet kritische en de naam filosofie niet verdienende scholastiek van Thomas van Aquino. In een encykliek Aeterni Patris van 1879 bezweert de paus al in de inleiding een ‘herstel van de gezonde wijsbegeerte’, waarmee hij het thomisme bedoelt. Hij plaatst deze ‘gezonde’ tegenover de ‘valse’ moderne filosofie, die ‘de oorsprong is van private en sociale kwalen’. Kant en Hegel zijn op dat ogenblik al lang dood en behoren tot het ideële erfgoed van de mensheid. Marx heeft het versteende denken over kapitaal en arbeid voorgoed opengebroken. Friedrich Nietzsche is aan zijn zegetocht begonnen.

***

De framing: de ware, gezonde dit en dat… Het herstel – dat een heersende toestand van ziekte impliceert. ‘Het herstel der sociale orde’ luidt de titel van het ‘Volledig Verslag der XXste Vlaamsche sociale week’, gehouden in Brussel in 1933, enkele maanden voor de diefstal van de panelen van Jan van Eyck. De heersende toestand is er zelfs een van barbarij in heel Europa, meent de in die tijd beroemde domincanerpater Laurentius Julius Callewaert: ‘…Europa dat in barensnood is van nieuwe tijden, dat in geestelijken zin beleeft de volksverhuizing van de barbaarsheid naar de nieuwe kultuur.’[2]

De opvolger van Leo XIII, Pius X, neemt het herstellen op in zijn wapenspreuk: Instaurare omnia in Christo – alles herstellen in Christus. De pausen pikken aan bij de middeleeuwen-cultus van de romantici en construeren mee een romantisch, irreëel en sentimenteel beeld van deze voor de allermeeste mensen – maar ook voor de kunst en het denken – duistere periode.

***

De jonge Arsène Goedertier werd bij gelegenheid uitgescholden voor ‘salondemocraat’. Er bestond namelijk niet alleen een wahahare, maar ook een ‘valse’ democratie. Welke van beide in een bepaalde context bedoeld werd, werd niet altijd uitdrukkelijk vermeld – het is de opgave van de historische semantiek om hier klaarheid te scheppen. In ieder geval: doublespeak; bewuste, vaak bedoelde spraakverwarring was aan de orde van de dag. Men kon zich voordoen als democraat, maar iets heel anders bedoelen dan wat de algemene taal daaronder verstond.

***

De Rechtvaardige Rechters werden gestolen aan de vooravond van de afkondiging van een nieuwe, klerikaalfacistische grondwet in Oostenrijk die de neothomistische maatschappijopvatting weerspiegelde. De juichkreten waren niet uit de lucht, ook – en vooral – niet in de Vlaamse ‘pers’. Waarom hadden wij dat ook niet?

Ook Spanje, Portugal en Slovakije kregen – tot op zekere hoogte tot in onze dagen – klerikaalfascistische regimes. Katholiek Europa had een programma aan de omzetting waarvan ondergronds, maar ook openlijk, gewerkt werd.

De strategie bestond erin van de randen naar het centrum toe te werken en in gespreide slagorde op te treden, en ordre dispersée.

***

In stilte gaat dat natuurlijk nog steeds door. Opus Dei is alleen maar het meest bekende van de organisaties, prelaturen, broederschappen, charismatische bewegingen… die ondergronds woelen om de democratie af te schaffen. Dat alles speelt zich af in een soort van halve openbaarheid, iets dat verwant is met Goethes openbaar geheim: de meeste mensen hebben niets in de gaten, maar de ingewijden of wie de moeite wil doen om zich in de zaken te verdiepen, om bijvoorbeeld Thomas van Aquino erop na te lezen, die kan te weten komen van waar de wind waait.

De verlichte, liberale democratie wordt bestreden – in de media en het onderwijs.

Onrechtvaardige wetten moeten niet worden gehoorzaamd, mogen zelfs niet worden gehoorzaamd als ze in strijd zijn ‘met een goddelijk goed’, zegt Thomas. (Summa Theologiae, Ia-IIae.) Een voorbeeld van een onrechtvaardig rechtsprincipe is bijvoorbeeld de godsdienstvrijheid. Die geeft immers aan de ‘dwaling’ dezelfde rechten als aan de ‘waarheid’. Idem dito natuurlijk de grote vrijheden van de wereld die het ancien regime (hier en daar, tot op zekere hoogte) van zich af heeft geschud: vrijheid van meningsuiting, van vereniging, persvrijheid…

De moderne liberale rechtsopvatting van een zo groot mogelijke persoonlijke vrijheid, waarbij de overheid alleen tussenkomt als het algemeen belang op het spel staat – dat is niet compatibel met Thomas’ opvatting van een rechtvaardige (katholieke) orde.

De wereldlijke macht moet onderworpen zijn aan de geestelijke macht – met de beeldspraak van Thomas: zoals het lichaam onderworpen is aan de ziel. De paus is het hoogste gezag, boven alle wereldlijke macht en het belangrijkste begrip uit de verlichte rechtsopvatting, de scheiding van de machten, is volgens de neothomistische staatsleer uit den boze.

***

Spannend is wat er dezer dagen in Polen gebeurt. Daar hebben ze op weg naar die stralende nieuwe middeleeuwen de scheiding van de machten gewoon afgeschaft, de justitie opnieuw onder controle van kerk en politiek geplaatst: de heropleving van de Rechtvaardige Rechters, de Justi Judices van het thomisme. Niemand wijst erop dat die Poolse restauratie katholiek is, dat dat consequent is, dat dat de toepassing is van het (voor katholieken eigenlijk verplichte) thomisme. De media behandelen het als eenmalig, door een nu eenmaal door meerderheden, politieke constellaties tot stand gekomen bestel, wat immers democratisch is! Ze wijzen niet of nauwelijks op het systeem erin, op het programma van een katholieke restauratie.

Er wordt wel wat geprutteld in de EU, maar niet echt, niet menens. Het zijn protesten voor de galerij, er wordt niet doortastend ingegrepen volgens de grondprincipes die in de EU eigenlijk heersen.

Nog geen jaar geleden, op 4 juli 2018, hield de Poolse minister-president Mateusz Morawiecki een toespraak in het Europese parlement. Hij begon met te zeggen dat de ‘democratie’ gesterkt moet worden. Dat horen de mensen graag, en de spreker geeft zichzelf impliciet een diploma van mensenvriend.

In een adem beschuldigde Morawiecki er dan de EU van ‘boosaardige dreigementen’ in de richting van Polen te uiten, naar aanleiding van die restauratieve ingreep, maar zijn land zou niet wijken, integendeel. In plaats daarvan was het zijn droom, aldus Morawiecki, ‘de EU te transformeren, ze te re-christianiseren’ (https://deutsch.rt.com/europa/72607-polnischer-ministerpraesident-beschuldigt-russland-gezielten/). M.a.w. van de hele EU een Polen te maken.

Een ander pilootproject is Spanje, waar ze het fascisme met een paar kosmetische ingrepen salonfähig hebben gemaakt. De recente processen tegen Catalanen, het misbruik van justitie voor politieke doeleinden, de rechtsverkrachting allerwegen – om maar te zwijgen over het brutale geweld in gevangenissen en verhoorkamers van de Guardia Civil.

***

Het renouveau catholique na de Eerste Wereldoorlog.

Het is de paus, Leo XIII., die ’recommençait […] à se mêler des choses de ce monde en légiferant sur elles’[3]die zich opnieuw met de gang van zaken in de wereld begon te bemoeien en de wet te stellen. De paus heeft bijgevolg mensen nodig aan wie hij macht kan delegeren, Justi Judices van de wereldlijke orde, die hij volgens het thomistische principe van de Potestas Indirecta en de theorie van de twee zwaarden kan aanstellen om de wereld te besturen overeenkomstig het kerkelijk recht. De kerk heeft de jurisdictie over de wereldse autoriteiten. Haar politieke ambities werden in de Goedertier-tijd überhaupt minder omfloerst uitgesproken, het ralliement was nog niet zo ver doorgedrongen. Voorbeelden van die mentaliteit zijn niet moeilijk te vinden. Een professor Charles Journet van de nieuw gestichte universiteit van Fribourg in Zwitserland schrijft een boek over de ’Juridiction de l’Église sur la Cité’[4], dus de rechtsmacht van de kerk over de maatschappij. Door toedoen van Mercier is Frans van Cauwelaert een tijdje professor geweest in Fribourg – Van Cauwelaert die zelf aan Merciers Institut gestudeerd had als een van de jonge toekomstige politici die daar werden klaargestoomd.

De opleving van het theocratische gedachtengoed na de oorlog wordt geïllustreerd door het werk van Jacques Maritain. Na diens boek ‘Primauté du Spirituel’, zo schrijft professor Journet, ‘en expliquant la juridiction de l’Église du Christ sur la Cité, c’est-à-dire le cas où se réalise concrètement […] la primauté du spirituel’[5] begrijpt iedereen welke kant het uit moet. Het wereldlijk recht is ondergeschikt aan het canonieke. En Journet citeert Thomas:

‘Jus autem divinum, quod est ex gratia, non tollit jus humanum quod est ex naturali ratione.’[6]het goddelijke recht echter, dat voortkomt uit de genade, erkent het menselijke recht niet dat voortkomt uit de natuurlijke rede.

Al deze meningen werden gepropageerd door het tijdschrift

Revue catholique de droit, uitgegeven door het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte. Dat ‘wou de recente ontwikkelingen in de rechtswetenschappen voor een ruimer publiek toegankelijk maken vanuit de overtuiging dat katholieken daarin een bijzondere opdracht hadden (cursivering van mij; LM). (…) Ze beschikten namelijk over ‘des vérités stables’ en hadden zich van bij de aanvang opgeworpen als ‘les défenseurs de toute justice’. ‘[7]

***

Rechter over België.

Een zekere Picavet, Professor aan de École des hautes Études in Parijs publiceerde over het neothomisme in de Revue Philosophique van Leuven en wordt door kardinaal Mercier als volgt geciteerd[8]: ’Les catholiques, unis par le thomisme, qu’ils complètent avec une ample information scientifique, sont devenus les maîtres de la Belgique.’ – De katholieken, eendrachtig door het thomisme dat ze completeren met een brede wetenschappelijke vorming, zijn de heersers over België geworden.

Niet zonder een zekere ironische ijdelheid voegt de kardinaal daar aan toe dat de Franse professor de toestand wel als ’un peu bien au tragique’[9] ziet.

Bij Mercier wordt justice een strijdkreet, vooral na het begin van de Eerste Wereldoorlog. Onvermoeibaar herhaalt hij dat de Duitse aanval op België een rechtsbreuk is en een direct gevolg van de Duitse filosofie. En dat het recht hersteld worden moet, vanzelfsprekend in de zin van de wahahare filosofie. Vooral in de Verenigde Staten wordt Mercier populair op een manier die misschien vergelijkbaar is met de Dalai Lama op bepaalde momenten. Na de oorlog maakt hij een triomfantelijke reis langs Amerikaanse universiteiten die met elkaar wedijveren om hem tot eredoctor te mogen promoveren. Er verschijnen boeken over hem, hij werd opgenomen onder de ‘Reuzen’[10] en zijn geschriften werden in Amerika gepubliceerd[11]. Het hoogtepunt van zijn invloed bereikte Mercier onder paus Benedictus XV (1914-1922), die na de oorlog een ‘Nieuwe Wereldorde’ wilde oprichten en die zich onder andere bezighield met de oprichting van een volkerenbond op basis van het canoniek recht (Encykliek „Pacem Dei“, 23 mei 1920).

***

Het neothomisme van Leo XIII is een poging om de anti-revolutionaire, retrograde, reactionaire stroming een ‘filosofisch’ fundament te geven en ze te systematiseren.

Kardinal Mercier noemde het gevecht tegen de filosofie van Kant, ce doux philosophe (sic)[12], zijn levensinhoud:

‘Le grand pervertisseur des idées du dix-neuvième siècle, est le philosophe allemand, Emmanuel (sic) Kant. J’en fus toujours si profondément convaincu, pour ma part, que je consacrai à le combattre tout ce que je pus trouver d’énergie et d’influence au cours de ma carrière professorale.’[13] De grote perverteerder van de ideeën van de negentiende eeuw is de Duitse filosoof Emmanuel (sic) Kant. Daar was ik altijd al zo diep van overtuigd dat ik alles wat ik kon opbrengen aan energie en aan invloed in de loop van mijn professorale carrière eraan heb besteed om hem te bestrijden.

’L’ Allemagne régnait mais le Cardinal était là, juge de l’ Allemagne’, schreef Georges Goyau in een hagiografie na de oorlog.[14] De kardinaal als rechter over Duitsland.

***

In een tijd waarin iedere publicatie gecontroleerd werd en waarin zelfs priesters niets in het licht mochten geven zonder imprimatur, is de opname van een tekst van Charles Maurras, uitgerekend in het officiële gedenkboek „Mémorial Jubilaire du Cardinal Mercier“ van 1924 – onder leiding van een baron de Waha-Baillonville[15] – niet minder dan een demonstratie. En het was Maurras die Mercier ‘le Grand Juste’ noemde.

Deze lieden beheersten het discours tussen 1918 en de diefstal van de panelen in 1934 – en nog later. Opvallend was de afwezigheid van een tegenstem, van een alternatieve opinie van enig niveau. Over de volledige achterlijkheid van de vrijzinnigen die niet in staat waren en zijn om andere ideeën in circulatie te brengen, zal ik het een andere keer hebben. De Thomistische categorieën zijn in ieder geval doorgesijpeld in het denken (sic) van de hele maatschappij.

***

Er werden brieven van Mercier gepubliceerd.

Een voorbeeld uit een schrijven van hem aan Generalgouverneur von Bissing uit de bezettingstijd: ‘Il y a une barrière, Monsieur le Gouverneur Général, où s’arrête la force militaire et derrière laquelle s’abrite inviolablement le droit.’

De diepere oorzaak van de oorlog lag volgens dit discours besloten in ‘de tegenstelling tussen de christelijk-geestelijke cultuur en de heidens-materiële barbarij, gevoed door het verderfelijke rationalisme’[16]. Dat poneerde Maria Elisa Belpaire, die voor de komst van Stientje Hemmerechts de meest pittoresk representant van het katholieke Vlaanderen was. ‘De wereldoorlog,’ schrijft ze, ‘was een keerpunt in de geschiedenis van de kerk. In bloed en tranen heeft de mensheid gezaaid, maar rijk is de oogst die onder het oog van de engelen in de eeuwige schuren wordt binnengereden. Justitia et Pax oscillatae sunt.’[17] Het nieuwe evenwicht tussen rechtvaardigheid en vrede was volgens Belpaire trouwens al bereikt in het Italië van Mussolini, waar ze in 1922 deelnam aan een internationaal congres voor katholieke vrouwen en deze tekst schreef over de in Italië eindelijk bereikte ‘ware’ democratie. Het algemene Unbehagen in der Kultur werd veelal geïnterpreteerd als een nieuw begin voor de ‘katholieke maatschappij’.

***

De overwonnen filosofie.

De Duitse nederlaag werd voorgesteld als de nederlaag van de kritische filosofie.[18] Die had een ‘moreel Verdun’[19] geleden, wat neerkwam op een godsoordeel tegen het ‘kantianisme’. Niets stond nu nog de overwinning van de neoscholastiek en de katholieke universiteit van Leuven in de weg. Het verdrag van Versailles was de uitdrukking van een door Mercier luidkeels geëiste ‘wrekende gerechtigheid’[20] – de kardinaal was zonder twijfel een van de haviken op de achtergrond van dat verdrag, waarvan de funeste kortzichtigheid alras zou blijken. Hij was wraakzuchtig, onverzoenlijk, vol haat en racistisch.

***

Een tastbaar gevolg van Versailles was natuurlijk dat de zijpanelen van het Lam Gods terug naar België kwamen. Die symboliseerden de Duitse nederlaag en Merciers grote triomf: de nederlaag van de slechte filosofie. Het Lam Gods kreeg een betekenis als een ‘nationaal’ heiligdom. Vooral het paneel van de Rechtvaardige Rechters was een hoogtepunt voor de zozeer door Juges, Grand Justes, en wahahare dingen bezeten geobsedeerden. De diefstal van vooral dát paneel, dat van de Rechtvaardige Rechters, was dan ook een steek recht in het hart van de zompige wereld van soppende soutanes en plodderige pijen.

Tenslotte: een filosofie zonder Kant, konden ze zich daarbij eigenlijk iets voorstellen? Toch alleen maar als ze zich bij ‘filosofie’ helemaal niets konden voorstellen.

 

———————————————————————–

 

  1. J-P. Hendrickx, J. Pirotte und L. Courtois: Le cardinal Mercier, un Prélat d’Avant-Garde. P. 101.
  2. Callewaert: En Vlaanderen voor Christus, p. 125.
  3. Goyau, Le Cardinal Mercier. Paris 1918. P. 30.
  4. Parijs 1931.
  5. C. Journet : La Juridiction de l’Église sur la Cité, Paris 1931. P. 18 e.v.
  6. Motto van het boek van Journet.
  7. Nieuwsbrief van het Katholiek Documentatiecentrum (Kadoc) Leuven, 01/02 2004. P. 16.
  8. Mercier : Le Christianisme dans la vie moderne. P. 76.
  9. T.a.p.
  10. Julian B. Arnold: Giants in Dressing Gowns. Chicago 1942. (daar figureert Mercier naast Darwin, Conan Doyle, T.E. Lawrence, Stanley…)
  11. Mercier, His Eminence D.J. Cardinal: Cardinal Mercier’s own Story. New York [George H. Doran Co.] 1920.
  12. Georges Goyau: Mercier. p. 97.
  13. J. D. Mercier: Voix de la Guerre. Georges Thone, éditeur, Liège 1937. p. 146.
  14. Geciteerd in (Mercier:) Voix de la Guerre. p. 11.
  15. Gepubliceerd in Antwerpen, 1924.
  16. Geciteerd door Schrooten, t.a.p. p. 58.
  17. Maria E. Belpaire: Reukwerk. Antwerpen 1931. p. 198.
  18. Bv. Georges Goyau: Le Cardinal Mercier. Paris 1918. Daarin hs. VIII: „Un vaincu de la guerre: le kantisme“.
  19. O. c., p. 9.
  20. O. c., p. 93.

 

Steekkaart Dr. Martin Konrad

 

Coralie Coloratuur. 22 februari 2019.

 

Lang vóór de Kunstschutz en met name ook alvorens Henry Koehn zich echt met de gestolen Rechtvaardige Rechters bezig begon te houden, was de SS al op zoek. Schermutselingen tussen Kunstschutz en SS waren aan de orde van de dag. Dat uitte zich bijvoorbeeld bij de keuze van de sprekers voor de officiële plechtigheden die naar aanleiding van de grote Van Eyck-herdenking in 1941 werden georganiseerd. (Toen nog) Kunstschutz-chef Metternich was de SS vóór en haalde zijn assistent aan de universiteit Bonn naar Brussel voor het belangrijkste referaat. De kandidaat van de SS die op die manier gepasseerd werd heette Martin Konrad en stuurde woedend-bedroefde schriftstukken naar zijn chef, Reichsführer-SS Heinrich Himmler.

Dat er toch een Van Eyck-interpretatie in echt nationaalsocialistische zin werd gedebiteerd was dus niet de officiële Duitse bijdrage, maar de Vlaamse, van spreker Wies Moens.

Dat Konrad echt de ‘Beauftragte des Reichsführers’ was, blijkt uit een schrijven van Reinhard Heydrich, chef van Sicherheitspolizei en de SD, aan Reichsleiter Martin Bormann van 17 november 1941. Ook Heydrich beklaagt zich over Metternich – die “Belgische” initiatieven in verband met het Lam Gods zou steunen, maar die Konrad belet naar Pau te reizen om het retabel in ogenschouw te nemen – en eist dat er iets ondernomen wordt: ‘Auch dieser Fall bestätigt dass Graf Metternich in keiner Weise die deutschen Belange in Paris zureichend vertritt. – Ook in deze aangelegenheid blijkt weer dat Graaf Metternich de Duitse belangen in Parijs in geen enkel opzicht voldoende behartigt.’ Wie weet wie deze chef van Sicherheitspolizei en de SD Heydrich wás, kan eigenlijk niet anders dan Metternich – en Koehn, die in al deze aangelegenheden Metternichs rechterhand was – tot het verzet te rekenen.

 

Martin Konrad was een gepromoveerde kunsthistoricus met speciale belangstelling voor Nederlands-Nederduitse toestanden. Hij werkte voor de oorlog onder andere in het Rijksmuseum en in het Rijksprentenkabinet in Amsterdam, met Cornelis Hofstede de Groot. Aanbevolen was hij daar kennelijk door Von Bode – bij kunsthistorici nu nog een grote naam.

Maar hij scharrelde  in 1940 en 1941 dus rond in België, hoofdzakelijk in verband met het Lam Gods. Al lang daarvoor was hij overtuigd van het legende-karakter van de zg. Hubert van Eyck. Hij kwam op het idee, de in Sint-Baafs achtergebleven kaders van het naar Pau weggebrachte retabel te gaan bekijken. In De Vlag het tijdschrift van de Deutsch-Vlaemische Arbeitsgemeinschaft publiceerde hij in augustus 1941 (nr. IV, 4 August/Augustus 1941) een stuk waarin hij daar op in gaat – bij mijn weten de enige keer dat hij daarover zal schrijven:

 

 

(C.c.A.e.d.)

 

 

 

 

 

 

Steekkaart: Max Winders.

(1) 16 december 2018. CC.

Een correspondent liet weten dat Henry Koehn en Max Winders elkaar voor de eerste keer ontmoet hebben in de kathedraal van Antwerpen. Ik herinner me vaag zoiets uit Koehns dagboeken, maar ik heb het nu niet nagekeken. Er bestaat wel een indrukwekkende serie foto’s over een gemeenschappelijk bezoek aan de kathedraal en – meen ik – ook aan Sint-Paulus. Ik zal die foto’s ter gelegenheid van Kerstmis en Nieuwjaar publiceren.

Over de spectaculaire opgang van Winders na de oorlog heb ik iets in het Archief van de Rechtvaardige Rechters – als het erop aankomt dé bron van kennis – ja van wijsheid!

In 1967 was Winders een van de hoogste waardigheidsbekleders in de Orde van Malta. Hij was volgens een ‘Annuaire’ van dat jaar namelijk een van de drie ‘conseillers’ in het ‘Conseil National de la Lieutenance de Belgique’. Bovendien was hij een van de vijf ‘Chevaliers de Grand-Croix’ die deze ‘orde’ toen rijk was. De andere vier waren:

  • Koning Leopold III.
  • Prins Karel, graaf van Vlaanderen.
  • Kardinaal Suenens.
  • Graaf Thierry van Limburg Stirum.

Andere protagonisten – zoals Frans van Cauwelaert – waren veeleer lid van de minder aristocratische ‘Orde van het Heilig Graf’.

(2)  25 december 2018. CC.

In de schriftstukken die ons ter beschikking staan noemt Max Winders Oberleutnant Koehn steevast ‘Commandant’:

Op deze enveloppe heeft Winders eigenhandig Koehns adres geschreven; in andere gevallen is dat met de schrijfmachine geschreven. Een andere eigenaardigheid is, dat hij zijn brieven verzegelde met lak. Op zijn zegel staat een bijenkorf, een stuk zuil met kapiteel en nog andere dingen. Duidelijk te lezen is de naam Winders.

(3)  31 december 2018

Max Winders voor de door de Kunstschutz opgebouwde bescherming van de barokke gebeeldhouwde biechtstoelen in de Sint-Pauluskerk in Antwerpen. De biechtstoelen staan achter de wand waar Winders voor staat. Foto Henry Koehn, 12 maart 1941. Koehn merkt op dat de biechtstoelen toegankelijk moesten blijven, zodat de zonden van de Antwerpenaars niet onvergeven moesten blijven. Andere op deze dag genomen foto’s binnenkort bij ‘Koehn als fotograaf’.

(4) 5 januari 2019

Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van Winders wijdde het weekblad Panorama op 25 juni 1982 een dubbele pagina aan hem. Een foto van Max en zijn echtgenote, ‘staatsiefoto’ genaamd, laat het echtpaar zien in een soort petit Versailles waar gelukkig een kleinburgerlijke  noot wordt ingebracht door de Opus Dei-vorsten Fabiola en Baudouin – ik ben het vergeten, maar er was toch iets met Baudouin en de moord op Patrice Lumumba- hoe zat dat in elkaar? Van welke Saksen-Coburg-Eisenachs er dus een foto prijkt aan de voeten van mevrouw Winders.

Geen wonder, ze kenden elkaar natuurlijk van op de fuifjes van de Orde van Malta.

Winders was volgens de vlijtige beoefenaar van de Huichelarijse nepliterauur Marnix Gijsen een ‘fantast’. Maar het is waar dat hij sommige dingen wat aandikte. Zo schrijft de journaliste Maryse van Hee, auteur van het Panorama-stuk en blijkbaar gebriefd door het echtpaar:

‘Ook in de Tweede Wereldoorlog maakte hij (d.i. Max Winders; CC) zich uitermate nuttig door onze kunstschatten uit de handen van de Duitsers te houden. Niet minder dan zeven vrachtwagens, volgeladen met schilderijen en beelden van grote meesters, gingen aldus aan de neus van de bezetters voorbij, dank zij de gewiekste trucjes van Max Winders. Met medewerking van kardinaal Van Roey, de aartsbisschop van Mechelen, slaagde de nu 100-jarige erin de meest waardevolle voorwerpen in Zuid-Frankrijk te verstoppen.’

Ik stip hier alleen maar aan dat hij niet de grote held was, dat was Koehn. De zeven vrachtwagens waren er twee – een paar aanhangwagens van personenauto’s niet meegerekend. ‘Onze kunstschatten’ waren de schilderijen van het museum voor Schone Kunsten van Gent. Maar het Lam Gods was intussen wél in de handen van de Duitsers, d.w.z. de SS, gevallen. Door de operatie Pau van Koehn en zijn medestanders werd de rest van wat er in het kasteel van Pau was ondergebracht naar de eigenaar, het museum van Gent, teruggebracht. Wie er het fijne wil van weten komt in de toekomst aan zijn trekken op deze webstek en ook in de publicaties van het Paradigma.

Tenslotte die kardinaal… Ook Van Roey was tijdens de bezetting ietwat voorbarig geweest bij de aanname dat de katholieke maatschappij al bestond (toen hij  de koning met Liliane Baels trouwde zonder dat er een officieel, burgerlijk huwelijk had plaatsgevonden – een hoogst symbolische inbreuk op de ‘Belgische’ wet). Maar met het verstoppen van kunst in Zuid-Frankrijk had hij niets te maken gehad. De hele operatie Pau was opgezet door Duitsers, door de hoogst geplaatste vertegenwoordigers van het bezettingsregime incluis, die de SS een vlieg wilden afvangen. Uit politieke overwegingen moest er een min of meer salonfähige vertegenwoordiger van ‘België’ bij aanwezig zijn: Winders. Die voor de gelegenheid zelfs een pistool meekreeg. Wapendracht – iets waarop (voor normale burgers) de doodstraf stond.

De hele geciteerde passus is een exempel voor hoe propaganda werkt.

Het was wel handig voor Winders dat Koehn na de oorlog tot top-nazi werd uitgeroepen.

De intussen overleden oude man van wie ik dit knipsel kreeg was een geïnteresseerde en kritische waarnemer van het reilen zeilen in roemruchte Tartufistan. Hij vertelde dat i.v.m. Winders na de oorlog het verhaal de ronde deed dat die, Winders dus, ‘onze kerkklokken’ gered had – voor inbeslagname als grondstof voor de oorlogsindustrie. Ook in deze aangelegenheid was het in werkelijkheid Koehn die de hoofdrol had gespeeld.

Max Winders en zijn vrouw voor een portret van Max zelf.