Steekkaarten Posts

Steekkaart, van Cauwelaert

 

 

Lucas Mariën. 31 augustus 2021.

 

Zie ook:

 

De kritische en in haar omgeving vaak intellectueel-superieure hobby-detective Hilda Leynen schreef dat ‘de tweede ruiter’ op de kopie van de Rechtvaardige Rechters van Jef van der Veken ‘een opvallende gelijkenis’ vertoont ‘met Frans van Cauwelaert in zijn jongere periode’. (Hilda Leynen: De verloren Rechtvaardige Rechters. In: Wetenschappelijke Tijdingen 1979, XXXVIII, kol. 184.)

Als Leynen gelijk heeft, zou dat wel hoog-symbolisch zijn. Van Cauwelaert als (klerikaalfacistische) remplaçant van een van de rechters van Meester Jan van Eyck. Het weze me toegestaan hier een beetje reclame te maken voor het eerste deel van mijn (papieren) boek over de affaire – dat binnenkort verschijnt. Daarin meer over deze Van Cauwelaert.

 

Steekkaart Ridder

 

Cfr. Steekkaart “Graal”.

Steekkaart G GRAAL

 

 

Steekkaart G GRAAL

 

Lucas Mariën. Augustus 2021.

 

GRAAL. Zie ook Steekkaart: misvatting i.v.m. procureur De Heem.

Deze steekkaart wordt vermeld in mijn nieuwe boek – dat nu binnenkort eindelijk zal verschijnen – hout vasthouden. Ze speelt een rol in wat ik mediale polyfonie noem, het procedé van het vermengen van media.

De graalridder Parsifal op weg naar de ‘stad op de heuvel’ (rechts, in het licht van de opgaande zon). Het glasraam dat Van Cauwelaert hoogst symbolisch cadeau kreeg van zijn ‘vrienden’ bij zijn vijftigste verjaardag. Het optimistische maar toch enigszins intelligente gelaat van de ridder zou een portret van de politicus kunnen zijn.

Deze foto is genomen in de leeszaal van het Archief en Museum van het Vlaams Cultuurleven in Antwerpen, wat nu wellicht anders heet, de leeszaal zal zó ook wel niet meer bestaan. Einde jaren ’80. Indertijd nog met gebrekkige apparatuur gefotografeerd.

***

Ter gelegenheid van zijn vijftigste verjaardag in 1930 – vier jaar voor de diefstal, kreeg Frans van Cauwelaert van zijn ‘vrienden’, allemaal christelijke prominenten en steunpilaren van het systeem, een ‘kunstbrandglasraam’ cadeau dat, zo schrijft een van die ‘vrienden’:

‘in een rijke schakering van kleuren een ridder voorstelt, zwaar geharnast, (…) de blik begeesterd gericht op de burcht, uittrekkend ter verovering van de Heilige Graal.’[1]

Dit alles werd nog eens in herinnering gebracht in een door dezelfde ’vrienden’ samengesteld gedenkboek dat hij twintig jaar later cadeau kreeg, in 1950.

De graalridder belichaamde ‘het katholiek levensideaal’, staat daar verder in te lezen, ‘waarvan hij (dit wil zeggen van Cauwelaert; LM) zich, in héél zijn leven, de dienaar heeft gemaakt: de kampende graalridder’[2].

 

Op zoek naar symbolen en verhalen die het mediëvalistisch project kleur konden geven werd vaak teruggegrepen naar een ridderromantiek. Trefwoorden: chevalerie, graal, tempeliers, de  door Wagner gekatholiseerde Parsifal, kruistocht… 

Het graal-complex behelsde onder andere een beeldprogramma dat ook voor Hitler gebruikt werd. Die te paard, in een glanzend harnas, werd afgebeeld op het bekende schilderij van Hubert Lanziger, gemakkelijk te vinden op het internet. Ook de Rex-beweging van Léon Degrelle gebruikt het beeld van de graalridder op affiches en dergelijke.

De ridder is op weg naar de burcht op de heuvel, anders gezegd de graalsburcht. Mijn medewerkster Eurykleia Coloratuur heeft het openbare smachten van de  huidige Tartufistaanse operettekoning  Filips III naar de ‘stad op de heuvel’ besproken in een bijdrage op de Paradigma-website. https://hetparadigma.eu/2020/02/09/dike-anti-ursula/

 

Ik meen dat Eurykleia  erop gewezen heeft dat het staatshoofd Filips III  een staatsvijand is die –  zoals zijn oom  Boudewijn en zijn grootvader Leopold III  – alleen maar zit te wachten op een gelegenheid  om de nu nog meer liberale ‘democratie’ op te doeken en te vervangen  door een christelijke heilsstaat.

Tekenen en symbolen, daar houden de rattenvangers van: van subtiele, symbolische openbare boodschappen die toch alleen maar voor ingewijde geestesgenoten bestemd zijn en die het gewone volk niet begrijpt. Zulke ‘openbare geheimen’ versterken het elite-gevoel dat in de jaren twintig theoretisch gefundeerd werd door Carl Schmitt – zijn doorgeefluik naar Huichelarije was Victor Leemans. Een andere naam is Edgar Julius Jung, die een boek schreef over de dominantie van de minderwaardigen, ‘Herrschaft der Minderwertigen’ (1927). Het kwam geen ogenblik bij ze op dat zij die minderwaardigen zouden kunnen zijn.

In een agendaatje dat door de Katholieke Actie werd uitgegeven en dat onder andere verspreid werd aan het Klein Seminarie van Hoogstraten staat op 11 april 1935 een soort motto van Frans van Cauwelaert: ‘De Meester gaf den ontwikkelden de opdracht de geestelijke rentmeesters over Zijn volk te zijn.’

Typisch is die naamval, de datief ‘den ontwikkelden’, die in het Nederlands ook toen al obsoleet was. Maar deze ridders wilden hun Schoonvlaams zo Duits mogelijk laten klinken.

Concreet is de graalromantiek een onderdeel van dat fictieve, geïdealiseerde, nostalgische verhaal van die ‘gezonde’ maatschappij van de middeleeuwen waar we opnieuw naartoe zouden moeten. Precies dié wereld waarop de DUA- brieven bij herhaling alluderen.

 

Ook Arsene Goedertier werd in een grafrede geattesteerd dat hij een ‘caractère chevaleresque’ had gehad en op de achterkant van zijn doodsprentje[3] werd beweerd dat ‘sa nature chevaleresque’ zich nooit verloochende.

Een actuele parallel: het ‘gedicht’ The Hill We Climb dat door Amanda Gorman werd voorgelezen bij de installatie van Jozef Biden als president van de Verenigde Staten. Weer Amerika, zoals Filips III dat begrijpt, als de stad op de heuvel. De min of meer ontwikkelde Europeaan ziet hier weer eens een mooi symbool voor de Verenigde Staten in de kunstwereld: na Baudelaire, Rilke en Hölderlin terug naar Amanda Gorman, het kleuterschoolniveau van de poëzie.

 

Een reminiscentie die te interessant is om ze op deze plaats helemaal niet te vermelden –

Hilda Leynen was lange tijd een van de bekendste amateurdetectives in de Rechters-affaire. Zij was een soort graalridder-es en ze maakte zich onsterfelijk doordat ze het dossier ‘Genter Altar’ van Oberleutnant Henry Koehn afkocht van diens weduwe. Nadat officiële instanties in België hun uiterste best hadden gedaan om dat dossier niét in hun bezit te krijgen. Een steekkaart Hilda Leynen wordt voorbereid.

 

[1]  Frans van Cauwelaert: Vriendenhulde. Antwerpen (De Vlijt) 1950. P. 47.

[2]  T.a.p.

[3] Gereproduceerd bij Mortier en Kerckhaert(2), p.154

 

***

 

Hitler als graalridder-Parsifal. Het bekende schilderij van Hubert Lanzinger: De Banierdrager.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Detectivebord, alfabetisch: Banken

 

Verrassend relict?

Algemeene Bankvereeniging

 

Banco di Roma

Een van de redenen waarom het Vaticaan zo tevreden was met de machtsgreep van Benito Mussolini, was dat die in 1923 het faillissement van de (Vaticaanse) Banco di Roma wist te verhinderen – door anderhalf miljard lire staatsgeld toe te schieten. De Banco di Roma was vervlochten met het netwerk van katholieke Raiffeisenbanken. (Genoemd naar bankencoöperatieven voor de boeren, uitgevonden door Friedrich Wilhelm Raiffeisen.) Karlheinz Deschner: Die Vertreter Gottes. München 1994. p. 36.

 

 

Detectivebord, alfabetisch: B

 

In het Sylter Archiv bevindt zich een foto-met-opdracht van Jos de Beer, conservator van het museum Sterckxshof in Deurne, “aan Lt. H. Koehn”. Koehn moet op dat moment al majoor zijn geweest. De foto is niet gedateerd, maar wel het “borstbeeld” van “Beeldhouwer Ed Veryecken” dat de schenker De Beer vereeuwigt en dat van juli 1944 zou zijn. Dat is de maand waarin Koehn terugkeert naar Duitsland, kort daarop zal hij afzwaaien. Op het moment dat wij die foto wilden kopiëren – eeuwen geleden – beschikten we alleen over een fotokopieermachine van het gemeentehuis van Westerland op Sylt. Excuses voor de slechte kwaliteit.

Kennelijk hebben Koehn en De Beer langere tijd contact met elkaar gehad. Volgens de opdracht van de “Museumsdirektor” (aldus Koehn, achter op de foto) was er zelfs sprake van “vier jaren wederzijdsche dienstbetoon” (zo staat het er; cfr. foto, verso).

De Beer was afkomstig van Wetteren en had Arsène Goedertier gekend. Anderzijds was hij al sinds 1895 weg uit zijn geboortedorp. Hij beschrijft Goedertier als “een fantasierijk man, maar niet de dader van de diefstal”! Goedertier zou veeleer een “tussenpersoon” of “bemiddelaar” zijn geweest. (Cfr. MoK II, 308.) Hier krijgen we weer eens de versie “bemiddelaar” te horen – die ook Koehn tot de zijne zou maken; die ook de versie van Julienne Goedertier was, van Arsènes broer Valère en tenslotte van Robert Senelle – grondig gedocumenteerd bij Paul de Ridder in “De RR terug van weggeweest”, Gent 2020.

Volgens de opdracht op de foto moeten er dus meerdere ontmoetingen tussen De Beer en Koehn hebben plaatsgevonden, vier jaar lang. Wat dat “wederzijdsch dienstbetoon” behelsde – we hebben er het raden naar. Waarschijnlijk hebben ze het vaker over de RR gehad, Koehn zal de getuige penibel hebben uitgevraagd, hebben geconfronteerd met andere gegevens die hij bij andere getuigen had verzameld… De schenking van de foto met de opdracht op de valreep van Koehns definitieve vertrek naar Duitsland wijst wel op een zekere warmte in die relatie. We hebben er al op gewezen dat Koehn een aimabel man was, die met zowat iedereen (Julienne Goedertier, Max Winders…) goed kon opschieten. Er is een aantekening van Koehn dat hij bij De Beer op bezoek was in juli 1943. Hij had toen al verbod gekregen om zijn onderzoek in de affaire RR voort te zetten, maar hij heeft dat bij verschillende gelegenheden aan z’n laars gelapt. Voor zijn definitieve terugkeer naar Duitsland heeft hij verschillende Vlaamse kennissen een soort afscheidsbezoek gebracht. De datum van de sculptuur op de foto wijst erop dat De Beer een van hen was.

De Beer was ook de man die tegen Koehn beweerde dat Monseigneur van den Gheyn wist waar de RR zich bevonden: “U zult zien, na de dood van die kanunnik komt het paneel weer te voorschijn.” (Naar MoK II, 308.)

Bovendien zouden Van Puyvelde en Renders bij de zaak betrokken zijn. We hebben dit al even aangestipt: Detectivebord: steekkaart Renders – godin van het Recht.

De foto van het borstbeeld met opdracht aan Koehn; verso.

 

Via De Beer was er ook een contact naar de abdij van Dendermonde. Ik heb in Antwerpen een man gekend – die overleden is; ik kan hem geen bijkomende vragen meer stellen – die bevriend was met een pater van de abdij van Dendermonde met wie ook De Beer bevriend was. Als de pater bij De Beer op bezoek ging, werd ook mijn kennis uitgenodigd voor het gezellig onderonsje. De abdij van Dendermonde duikt in de Affaire telkens weer op.

24 januari 2021.

LM