Rechtvaardige Rechters Posts

Detectivebord, alfabetisch: Banken

 

Verrassend relict?

Algemeene Bankvereeniging

 

Banco di Roma

Een van de redenen waarom het Vaticaan zo tevreden was met de machtsgreep van Benito Mussolini, was dat die in 1923 het faillissement van de (Vaticaanse) Banco di Roma wist te verhinderen – door anderhalf miljard lire staatsgeld toe te schieten. De Banco di Roma was vervlochten met het netwerk van katholieke Raiffeisenbanken. (Genoemd naar bankencoöperatieven voor de boeren, uitgevonden door Friedrich Wilhelm Raiffeisen.) Karlheinz Deschner: Die Vertreter Gottes. München 1994. p. 36.

 

 

Te romantisch?

 

Coralie Coloratuur. Oktober 2020

 

Ook wij staken tegen censuur. Maar als ik nu blijf zwijgen, dan bevorder ik juist die censuur.

En volgens Lucas mocht er op een literaire website niet over condooms gesproken worden. Dat vindt hij te romantisch. We moesten de hele Goethe er maar eens op nalezen, daar komt geen ene condoom in voor. Bij Hermans ook niet of nauwelijks. Bovendien doet de literatuur niet aan politiek.

De mainstreaming van de media is in Duitsland ook bezig, maar er zijn belangrijke uitschieters, zoals het satirisch programma Die Anstalt, op het tweede net ZDF.

Meesterlijk, hun behandeling van het Assange-proces.

Vandaar dat ik niet kan nalaten er naar te verwijzen:

https://www.zdf.de/comedy/die-anstalt/die-anstalt-vom-29-september-2020-100.html

Ik moet dit tekstje nog wat fatsoeneren; maar nu gauw op het net, alvorens onze anti-romanticus er erg in krijgt.

Groet aan iedereen,

Coralie.

(Ik kom hier op terug!)

Er kan intussen niet genoeg reklame worden gemaakt voor het kwestieuze Wikileaks-filmpje ook. Te vinden onder “collateral murder”. Bekijk het, deel het…

Vier dozen documenten

 

30 december 2019. Lucas Mariën.

 

In de zomer van 1944, in het vooruitzicht van zijn ontslag uit het leger, zoekt Henry Koehn een bergplaats voor vier ‘Kisten’ – kartonnen dozen, mogen we aannemen – met documenten en foto’s die hij in België bijeen heeft gebracht. De moderne mens als nomade – in de filosofie was dat beeld toen nog niet ontwikkeld, maar een nomade was Koehn altijd al geweest. In die zomer, als de oorlog voor hem gedaan is, moet hij eerst op zoek gaan naar een onderkomen, niet alleen voor zichzelf, maar ook voor zijn gezinnetje.

Het ouderlijk huis, een kasteeltje tussen de ambassades en de aristocratische optrekjes aan de Schöne Aussicht in Hamburg, vroeger altijd een toevluchtsoord, was platgebombardeerd. Zijn moeder, de spil rond wie alles daar draaide, was kort geleden gestorven.

Een paar weken voor het begin van de oorlog was Henry, tweeënvijftig was hij op dat moment, zeker tot verwondering van familie en kennissen nog getrouwd met de veel jongere en erg mooie Eva Oschatz, die zonder twijfel een vrijdenkende, niet-conventionele vrouw was die kon omgaan met de intellectuele bohémien die haar man was. Eva had de oorlog bij haar familie doorgebracht, ver in het oosten, in Silezië. Samen met het kleine meisje Helga, haar nichtje, die door haar en Henry als eigen dochter geadopteerd zou worden.

Of hij die Kisten niet bij haar kan onderbrengen, vraagt Koehn aan Hildegard Kornhardt, de nicht en erfgename van Oswald Spengler, die nog altijd in het Spenglerhuis in München woont. Geen probleem, antwoordt zij, laat maar komen.

Maar hij is intussen naar Duitsland gereisd voor administratieve rompslomp in verband met zijn afzwaaien. Als hij weer in Brussel komt is zijn kamer door iemand anders in beslag genomen. En zijn dozen zijn verdwenen – zal hij Hilde Kornhardt schrijven.

De vraag is nu: zat alles in die dozen?

Later, in de jaren zestig, zal Koehn’s weduwe Eva immers in het bezit blijken te zijn van het ‘Dossier Lam Gods’, de documenten waaraan we te danken hebben dat het Zwarte Paradigma er niet in geslaagd is alles onder het tapijt te vegen. Maar ze had ook belangrijke stukken van buiten het ‘dossier’, losse documenten en aantekeningen die niet in die ‘kisten’ zaten, die Koehn in zijn handbagage moet hebben meegenomen. Die zijn nu in het bezit van het Archief Rechtvaardige Rechters, daaraan geschonken door Eva’s en Henrys pleegdochter en erfgename Helga, en ze bevinden zich in de kluis van Coralie Coloratuur in Ascona in Zwitserland.

Maar bestaat de kans dat er nog meer was, nog ‘vergeten’ documenten? Voor de lezers van HP zal – op den duur – niets in het verborgene blijven.

 

Steekkaart: Recht 2.2.2.: De Herstellers

 

Coralie Coloratuur. maart 2018.

correcties: 19 juni 2019.

 

De Hollandse bisschop Van Weddingen, door Rome geconsulteerd in verband met de oprichting van een Hoger Instituut voor Wijsbegeerte in Leuven, gaf te kennen dat België volgens hem ’était le dernier pays de l’Europe pour la philosophie sérieuse’[1], dus dat België voor de serieuze filosofie het allerlaatste land van Europa was.

Dit citeer ik naar Lucas Mariëns ‘Traktaat van het alsof’ (in Alle lust wil eeuwigheid, 2017), waarnaar ik ook verwijs voor die hele geschiedenis. Ik beperk me hier tot een paar hoofdlijnen om de achtergrond van de diefstal van de Rechtvaardige Rechters in herinnering te roepen. Het begrip Rechtvaardige Rechters is na de Eerste Wereldoorlog een politiek symbool geworden. Het ging erom de rechtsfilosofie een nieuwe wending te geven, terug naar wat er aan de verlichting en zelfs aan de reformatie voorafging. Geen democratie meer, maar wahahare democratie. Hierover gaat Steekkaart https://hetparadigma.eu/2018/12/17/steekkaart-recht-2-1/.

***

Het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte in Leuven zou het centrum worden van een renouveau van het thomisme, de middeleeuwse, niet kritische en de naam filosofie niet verdienende scholastiek van Thomas van Aquino. In een encykliek Aeterni Patris van 1879 bezweert de paus al in de inleiding een ‘herstel van de gezonde wijsbegeerte’, waarmee hij het thomisme bedoelt. Hij plaatst deze ‘gezonde’ tegenover de ‘valse’ moderne filosofie, die ‘de oorsprong is van private en sociale kwalen’. Kant en Hegel zijn op dat ogenblik al lang dood en behoren tot het ideële erfgoed van de mensheid. Marx heeft het versteende denken over kapitaal en arbeid voorgoed opengebroken. Friedrich Nietzsche is aan zijn zegetocht begonnen.

***

De framing: de ware, gezonde dit en dat… Het herstel – dat een heersende toestand van ziekte impliceert. ‘Het herstel der sociale orde’ luidt de titel van het ‘Volledig Verslag der XXste Vlaamsche sociale week’, gehouden in Brussel in 1933, enkele maanden voor de diefstal van de panelen van Jan van Eyck. De heersende toestand is er zelfs een van barbarij in heel Europa, meent de in die tijd beroemde domincanerpater Laurentius Julius Callewaert: ‘…Europa dat in barensnood is van nieuwe tijden, dat in geestelijken zin beleeft de volksverhuizing van de barbaarsheid naar de nieuwe kultuur.’[2]

De opvolger van Leo XIII, Pius X, neemt het herstellen op in zijn wapenspreuk: Instaurare omnia in Christo – alles herstellen in Christus. De pausen pikken aan bij de middeleeuwen-cultus van de romantici en construeren mee een romantisch, irreëel en sentimenteel beeld van deze voor de allermeeste mensen – maar ook voor de kunst en het denken – duistere periode.

***

De jonge Arsène Goedertier werd bij gelegenheid uitgescholden voor ‘salondemocraat’. Er bestond namelijk niet alleen een wahahare, maar ook een ‘valse’ democratie. Welke van beide in een bepaalde context bedoeld werd, werd niet altijd uitdrukkelijk vermeld – het is de opgave van de historische semantiek om hier klaarheid te scheppen. In ieder geval: doublespeak; bewuste, vaak bedoelde spraakverwarring was aan de orde van de dag. Men kon zich voordoen als democraat, maar iets heel anders bedoelen dan wat de algemene taal daaronder verstond.

***

De Rechtvaardige Rechters werden gestolen aan de vooravond van de afkondiging van een nieuwe, klerikaalfacistische grondwet in Oostenrijk die de neothomistische maatschappijopvatting weerspiegelde. De juichkreten waren niet uit de lucht, ook – en vooral – niet in de Vlaamse ‘pers’. Waarom hadden wij dat ook niet?

Ook Spanje, Portugal en Slovakije kregen – tot op zekere hoogte tot in onze dagen – klerikaalfascistische regimes. Katholiek Europa had een programma aan de omzetting waarvan ondergronds, maar ook openlijk, gewerkt werd.

De strategie bestond erin van de randen naar het centrum toe te werken en in gespreide slagorde op te treden, en ordre dispersée.

***

In stilte gaat dat natuurlijk nog steeds door. Opus Dei is alleen maar het meest bekende van de organisaties, prelaturen, broederschappen, charismatische bewegingen… die ondergronds woelen om de democratie af te schaffen. Dat alles speelt zich af in een soort van halve openbaarheid, iets dat verwant is met Goethes openbaar geheim: de meeste mensen hebben niets in de gaten, maar de ingewijden of wie de moeite wil doen om zich in de zaken te verdiepen, om bijvoorbeeld Thomas van Aquino erop na te lezen, die kan te weten komen van waar de wind waait.

De verlichte, liberale democratie wordt bestreden – in de media en het onderwijs.

Onrechtvaardige wetten moeten niet worden gehoorzaamd, mogen zelfs niet worden gehoorzaamd als ze in strijd zijn ‘met een goddelijk goed’, zegt Thomas. (Summa Theologiae, Ia-IIae.) Een voorbeeld van een onrechtvaardig rechtsprincipe is bijvoorbeeld de godsdienstvrijheid. Die geeft immers aan de ‘dwaling’ dezelfde rechten als aan de ‘waarheid’. Idem dito natuurlijk de grote vrijheden van de wereld die het ancien regime (hier en daar, tot op zekere hoogte) van zich af heeft geschud: vrijheid van meningsuiting, van vereniging, persvrijheid…

De moderne liberale rechtsopvatting van een zo groot mogelijke persoonlijke vrijheid, waarbij de overheid alleen tussenkomt als het algemeen belang op het spel staat – dat is niet compatibel met Thomas’ opvatting van een rechtvaardige (katholieke) orde.

De wereldlijke macht moet onderworpen zijn aan de geestelijke macht – met de beeldspraak van Thomas: zoals het lichaam onderworpen is aan de ziel. De paus is het hoogste gezag, boven alle wereldlijke macht en het belangrijkste begrip uit de verlichte rechtsopvatting, de scheiding van de machten, is volgens de neothomistische staatsleer uit den boze.

***

Spannend is wat er dezer dagen in Polen gebeurt. Daar hebben ze op weg naar die stralende nieuwe middeleeuwen de scheiding van de machten gewoon afgeschaft, de justitie opnieuw onder controle van kerk en politiek geplaatst: de heropleving van de Rechtvaardige Rechters, de Justi Judices van het thomisme. Niemand wijst erop dat die Poolse restauratie katholiek is, dat dat consequent is, dat dat de toepassing is van het (voor katholieken eigenlijk verplichte) thomisme. De media behandelen het als eenmalig, door een nu eenmaal door meerderheden, politieke constellaties tot stand gekomen bestel, wat immers democratisch is! Ze wijzen niet of nauwelijks op het systeem erin, op het programma van een katholieke restauratie.

Er wordt wel wat geprutteld in de EU, maar niet echt, niet menens. Het zijn protesten voor de galerij, er wordt niet doortastend ingegrepen volgens de grondprincipes die in de EU eigenlijk heersen.

Nog geen jaar geleden, op 4 juli 2018, hield de Poolse minister-president Mateusz Morawiecki een toespraak in het Europese parlement. Hij begon met te zeggen dat de ‘democratie’ gesterkt moet worden. Dat horen de mensen graag, en de spreker geeft zichzelf impliciet een diploma van mensenvriend.

In een adem beschuldigde Morawiecki er dan de EU van ‘boosaardige dreigementen’ in de richting van Polen te uiten, naar aanleiding van die restauratieve ingreep, maar zijn land zou niet wijken, integendeel. In plaats daarvan was het zijn droom, aldus Morawiecki, ‘de EU te transformeren, ze te re-christianiseren’ (https://deutsch.rt.com/europa/72607-polnischer-ministerpraesident-beschuldigt-russland-gezielten/). M.a.w. van de hele EU een Polen te maken.

Een ander pilootproject is Spanje, waar ze het fascisme met een paar kosmetische ingrepen salonfähig hebben gemaakt. De recente processen tegen Catalanen, het misbruik van justitie voor politieke doeleinden, de rechtsverkrachting allerwegen – om maar te zwijgen over het brutale geweld in gevangenissen en verhoorkamers van de Guardia Civil.

***

Het renouveau catholique na de Eerste Wereldoorlog.

Het is de paus, Leo XIII., die ’recommençait […] à se mêler des choses de ce monde en légiferant sur elles’[3]die zich opnieuw met de gang van zaken in de wereld begon te bemoeien en de wet te stellen. De paus heeft bijgevolg mensen nodig aan wie hij macht kan delegeren, Justi Judices van de wereldlijke orde, die hij volgens het thomistische principe van de Potestas Indirecta en de theorie van de twee zwaarden kan aanstellen om de wereld te besturen overeenkomstig het kerkelijk recht. De kerk heeft de jurisdictie over de wereldse autoriteiten. Haar politieke ambities werden in de Goedertier-tijd überhaupt minder omfloerst uitgesproken, het ralliement was nog niet zo ver doorgedrongen. Voorbeelden van die mentaliteit zijn niet moeilijk te vinden. Een professor Charles Journet van de nieuw gestichte universiteit van Fribourg in Zwitserland schrijft een boek over de ’Juridiction de l’Église sur la Cité’[4], dus de rechtsmacht van de kerk over de maatschappij. Door toedoen van Mercier is Frans van Cauwelaert een tijdje professor geweest in Fribourg – Van Cauwelaert die zelf aan Merciers Institut gestudeerd had als een van de jonge toekomstige politici die daar werden klaargestoomd.

De opleving van het theocratische gedachtengoed na de oorlog wordt geïllustreerd door het werk van Jacques Maritain. Na diens boek ‘Primauté du Spirituel’, zo schrijft professor Journet, ‘en expliquant la juridiction de l’Église du Christ sur la Cité, c’est-à-dire le cas où se réalise concrètement […] la primauté du spirituel’[5] begrijpt iedereen welke kant het uit moet. Het wereldlijk recht is ondergeschikt aan het canonieke. En Journet citeert Thomas:

‘Jus autem divinum, quod est ex gratia, non tollit jus humanum quod est ex naturali ratione.’[6]het goddelijke recht echter, dat voortkomt uit de genade, erkent het menselijke recht niet dat voortkomt uit de natuurlijke rede.

Al deze meningen werden gepropageerd door het tijdschrift

Revue catholique de droit, uitgegeven door het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte. Dat ‘wou de recente ontwikkelingen in de rechtswetenschappen voor een ruimer publiek toegankelijk maken vanuit de overtuiging dat katholieken daarin een bijzondere opdracht hadden (cursivering van mij; LM). (…) Ze beschikten namelijk over ‘des vérités stables’ en hadden zich van bij de aanvang opgeworpen als ‘les défenseurs de toute justice’. ‘[7]

***

Rechter over België.

Een zekere Picavet, Professor aan de École des hautes Études in Parijs publiceerde over het neothomisme in de Revue Philosophique van Leuven en wordt door kardinaal Mercier als volgt geciteerd[8]: ’Les catholiques, unis par le thomisme, qu’ils complètent avec une ample information scientifique, sont devenus les maîtres de la Belgique.’ – De katholieken, eendrachtig door het thomisme dat ze completeren met een brede wetenschappelijke vorming, zijn de heersers over België geworden.

Niet zonder een zekere ironische ijdelheid voegt de kardinaal daar aan toe dat de Franse professor de toestand wel als ’un peu bien au tragique’[9] ziet.

Bij Mercier wordt justice een strijdkreet, vooral na het begin van de Eerste Wereldoorlog. Onvermoeibaar herhaalt hij dat de Duitse aanval op België een rechtsbreuk is en een direct gevolg van de Duitse filosofie. En dat het recht hersteld worden moet, vanzelfsprekend in de zin van de wahahare filosofie. Vooral in de Verenigde Staten wordt Mercier populair op een manier die misschien vergelijkbaar is met de Dalai Lama op bepaalde momenten. Na de oorlog maakt hij een triomfantelijke reis langs Amerikaanse universiteiten die met elkaar wedijveren om hem tot eredoctor te mogen promoveren. Er verschijnen boeken over hem, hij werd opgenomen onder de ‘Reuzen’[10] en zijn geschriften werden in Amerika gepubliceerd[11]. Het hoogtepunt van zijn invloed bereikte Mercier onder paus Benedictus XV (1914-1922), die na de oorlog een ‘Nieuwe Wereldorde’ wilde oprichten en die zich onder andere bezighield met de oprichting van een volkerenbond op basis van het canoniek recht (Encykliek „Pacem Dei“, 23 mei 1920).

***

Het neothomisme van Leo XIII is een poging om de anti-revolutionaire, retrograde, reactionaire stroming een ‘filosofisch’ fundament te geven en ze te systematiseren.

Kardinal Mercier noemde het gevecht tegen de filosofie van Kant, ce doux philosophe (sic)[12], zijn levensinhoud:

‘Le grand pervertisseur des idées du dix-neuvième siècle, est le philosophe allemand, Emmanuel (sic) Kant. J’en fus toujours si profondément convaincu, pour ma part, que je consacrai à le combattre tout ce que je pus trouver d’énergie et d’influence au cours de ma carrière professorale.’[13] De grote perverteerder van de ideeën van de negentiende eeuw is de Duitse filosoof Emmanuel (sic) Kant. Daar was ik altijd al zo diep van overtuigd dat ik alles wat ik kon opbrengen aan energie en aan invloed in de loop van mijn professorale carrière eraan heb besteed om hem te bestrijden.

’L’ Allemagne régnait mais le Cardinal était là, juge de l’ Allemagne’, schreef Georges Goyau in een hagiografie na de oorlog.[14] De kardinaal als rechter over Duitsland.

***

In een tijd waarin iedere publicatie gecontroleerd werd en waarin zelfs priesters niets in het licht mochten geven zonder imprimatur, is de opname van een tekst van Charles Maurras, uitgerekend in het officiële gedenkboek „Mémorial Jubilaire du Cardinal Mercier“ van 1924 – onder leiding van een baron de Waha-Baillonville[15] – niet minder dan een demonstratie. En het was Maurras die Mercier ‘le Grand Juste’ noemde.

Deze lieden beheersten het discours tussen 1918 en de diefstal van de panelen in 1934 – en nog later. Opvallend was de afwezigheid van een tegenstem, van een alternatieve opinie van enig niveau. Over de volledige achterlijkheid van de vrijzinnigen die niet in staat waren en zijn om andere ideeën in circulatie te brengen, zal ik het een andere keer hebben. De Thomistische categorieën zijn in ieder geval doorgesijpeld in het denken (sic) van de hele maatschappij.

***

Er werden brieven van Mercier gepubliceerd.

Een voorbeeld uit een schrijven van hem aan Generalgouverneur von Bissing uit de bezettingstijd: ‘Il y a une barrière, Monsieur le Gouverneur Général, où s’arrête la force militaire et derrière laquelle s’abrite inviolablement le droit.’

De diepere oorzaak van de oorlog lag volgens dit discours besloten in ‘de tegenstelling tussen de christelijk-geestelijke cultuur en de heidens-materiële barbarij, gevoed door het verderfelijke rationalisme’[16]. Dat poneerde Maria Elisa Belpaire, die voor de komst van Stientje Hemmerechts de meest pittoresk representant van het katholieke Vlaanderen was. ‘De wereldoorlog,’ schrijft ze, ‘was een keerpunt in de geschiedenis van de kerk. In bloed en tranen heeft de mensheid gezaaid, maar rijk is de oogst die onder het oog van de engelen in de eeuwige schuren wordt binnengereden. Justitia et Pax oscillatae sunt.’[17] Het nieuwe evenwicht tussen rechtvaardigheid en vrede was volgens Belpaire trouwens al bereikt in het Italië van Mussolini, waar ze in 1922 deelnam aan een internationaal congres voor katholieke vrouwen en deze tekst schreef over de in Italië eindelijk bereikte ‘ware’ democratie. Het algemene Unbehagen in der Kultur werd veelal geïnterpreteerd als een nieuw begin voor de ‘katholieke maatschappij’.

***

De overwonnen filosofie.

De Duitse nederlaag werd voorgesteld als de nederlaag van de kritische filosofie.[18] Die had een ‘moreel Verdun’[19] geleden, wat neerkwam op een godsoordeel tegen het ‘kantianisme’. Niets stond nu nog de overwinning van de neoscholastiek en de katholieke universiteit van Leuven in de weg. Het verdrag van Versailles was de uitdrukking van een door Mercier luidkeels geëiste ‘wrekende gerechtigheid’[20] – de kardinaal was zonder twijfel een van de haviken op de achtergrond van dat verdrag, waarvan de funeste kortzichtigheid alras zou blijken. Hij was wraakzuchtig, onverzoenlijk, vol haat en racistisch.

***

Een tastbaar gevolg van Versailles was natuurlijk dat de zijpanelen van het Lam Gods terug naar België kwamen. Die symboliseerden de Duitse nederlaag en Merciers grote triomf: de nederlaag van de slechte filosofie. Het Lam Gods kreeg een betekenis als een ‘nationaal’ heiligdom. Vooral het paneel van de Rechtvaardige Rechters was een hoogtepunt voor de zozeer door Juges, Grand Justes, en wahahare dingen bezeten geobsedeerden. De diefstal van vooral dát paneel, dat van de Rechtvaardige Rechters, was dan ook een steek recht in het hart van de zompige wereld van soppende soutanes en plodderige pijen.

Tenslotte: een filosofie zonder Kant, konden ze zich daarbij eigenlijk iets voorstellen? Toch alleen maar als ze zich bij ‘filosofie’ helemaal niets konden voorstellen.

 

———————————————————————–

 

  1. J-P. Hendrickx, J. Pirotte und L. Courtois: Le cardinal Mercier, un Prélat d’Avant-Garde. P. 101.
  2. Callewaert: En Vlaanderen voor Christus, p. 125.
  3. Goyau, Le Cardinal Mercier. Paris 1918. P. 30.
  4. Parijs 1931.
  5. C. Journet : La Juridiction de l’Église sur la Cité, Paris 1931. P. 18 e.v.
  6. Motto van het boek van Journet.
  7. Nieuwsbrief van het Katholiek Documentatiecentrum (Kadoc) Leuven, 01/02 2004. P. 16.
  8. Mercier : Le Christianisme dans la vie moderne. P. 76.
  9. T.a.p.
  10. Julian B. Arnold: Giants in Dressing Gowns. Chicago 1942. (daar figureert Mercier naast Darwin, Conan Doyle, T.E. Lawrence, Stanley…)
  11. Mercier, His Eminence D.J. Cardinal: Cardinal Mercier’s own Story. New York [George H. Doran Co.] 1920.
  12. Georges Goyau: Mercier. p. 97.
  13. J. D. Mercier: Voix de la Guerre. Georges Thone, éditeur, Liège 1937. p. 146.
  14. Geciteerd in (Mercier:) Voix de la Guerre. p. 11.
  15. Gepubliceerd in Antwerpen, 1924.
  16. Geciteerd door Schrooten, t.a.p. p. 58.
  17. Maria E. Belpaire: Reukwerk. Antwerpen 1931. p. 198.
  18. Bv. Georges Goyau: Le Cardinal Mercier. Paris 1918. Daarin hs. VIII: „Un vaincu de la guerre: le kantisme“.
  19. O. c., p. 9.
  20. O. c., p. 93.

 

De affaire ‘Rechtvaardige Rechters’ voor wie die nog niet kent.

 

Het ongeschreven boek.

 

Intensieve pogingen om stukken van overtuiging te pakken te krijgen…

Sofia gooide het velletje in de papiermand, trok de computer naar zich toe, maar stond weer op om het venster te gaan sluiten. Het lawaai van de stad liep nu grotendeels op de buitenmuren te pletter.

Als titel gebruikt ze een citaat van Albert Camus, waarmee die indertijd op de diefstal had gereageerd:

 

De beroemdste schilderijendiefstal aller tijden[Albert Camus]

Auteur: Sofia de Lansere.

Opdrachtgever:

Kopie aan: Onderdelinden, Line en Caesar, Coralie, Godelieve Edelfijn, Monen.

 

In de nacht van de tiende april 1934 werden twee panelen van het Lam Gods van Jan van Eyck gestolen uit de Sint-Baafskathedraal in Gent. De dader(s) had(den) zich laten insluiten.

De gestolen panelen waren, ten eerste, een grisaille die Sint-Jan de Doper voorstelt, en ten tweede het beroemde – juist in die tijd (weer) erg actuele – paneel van de Rechtvaardige Rechters.

De diefstal baarde wereldwijd opzien (zoals wel blijkt uit de uitspraak van Camus). Ook de omstandigheden, de virtuositeit waarmee de dief te werk was gegaan, de sfeer van mysterie eromheen droegen bij tot de vorming van een legende. Waarschijnlijk ook het gevoel dat veel mensen hadden dat ze bedrogen werden, dat er iets niet klopte. En dat dit bedrog uitging van de hoogste kringen van het land. Tenslotte was er natuurlijk ook de uitzonderlijke waarde van de panelen.

Het kapittel van Sint-Baafs had zich in de negentiende eeuw nauwelijks voor kunst geïnteresseerd. Niet voor kunst in het algemeen – de kerk duldde die alleen als gebruikskunst in de eredienst – en zeker ook niet voor Jan van Eyck en het Lam Gods, dat altijd al naar de mutserd geroken had. In ieder geval hadden de kanunniken de zijpanelen in 1816 als een paar ‘oude planken’ verkocht. Ze kwamen in het Kaiser Friedrich-museum in Berlijn terecht, waar ze beschouwd werden als het belangrijkste bezit van het museum. Het hele altaar werd er tentoongesteld, de originele zijpanelen, gecompleteerd met goede kopieën van de ontbrekende gedeelten.

In de toen nieuwe wetenschap van de kunstgeschiedenis, die tot grote bloei zou komen in de eeuw na de verkoop van de panelen, kreeg Van Eycks werk een sleutelpositie. Het Lam Gods ontving de status van hoofdwerk van de beginnende renaissance ten noorden van de Alpen en groot cultureel erfgoed van de mensheid zonder meer. De eerste die de uitzonderlijke betekenis ervan onder woorden bracht was een van de grootste dichters überhaupt: Johann Wolfgang von Goethe. Goethe onderkende de wereldschokkende betekenis van Van Eyck en zag in hem een van de waarlijk groten, die het denken van de mensheid veranderde. Zoals Bach, Cervantes, Michelangelo, Kant…

In het verdrag van Versailles, na het einde van de Eerste Wereldoorlog, werd bepaald dat Duitsland de eertijds verramsjte panelen aan België terug moest geven. In Duitsland werd vooral deze bepaling van een toch al onverteerbaar verdrag als bijzonder vernederend ervaren, als diepe symbolische krenking.

De herinnering daaraan was nog bijzonder levendig als de Rechtvaardige Rechters ruim 10 jaar later werden gestolen.

Dit was in België niet onbekend, temeer omdat de nazi’s een jaar tevoren aan de macht waren gekomen, die de strijd tegen het verdrag van Versailles omzetten in echte regeringspolitiek.

Het Belgisch onderzoek naar de diefstal was een opeenvolging van miskleunen en politiek geïnspireerd dwarsbomen van de justitie. De politie werd zonder meer geboycot en door de hoogste juridische instanties van het land om de tuin geleid.

De onderdrukking van de waarheid kwam hier aan het licht als zelden tevoren en zoals later alleen nog in de beruchte affaire van de ontvoerde en vermoorde kinderen, de zaak Dutroux.

De zaak werd, zonder dat er – beleefd uitgedrukt – al te veel moeite was gedaan om ze op te lossen, gewoon geklasseerd op 2 maart 1937. Naar Belgische maatstaven volstond dat om de affaire voorgoed in de doofpot te stoppen.

Dat ze toch niet helemaal onder het tapijt kon worden geveegd is te danken aan Oberleutnant Henry Koehn, een Duitse officier die na de bezetting van België in 1940 op eigen houtje een nieuw onderzoek begon.

Einde 1942 kreeg Koehn trouwens verbod om zijn onderzoek nog voort te zetten – er zijn aanwijzingen dat dit gebeurde na interventie van dignitarissen van het bisdom Gent, die vonden dat hij te dicht bij de waarheid kwam en die de rivaliteit tussen de SS en de militaire hiërarchie in Brussel gebruikten om pottenkijker Koehn kwijt te raken. Koehn werd verplicht zijn inofficieel onderzoek in een rapport te verantwoorden.

Thee koud. Sofia zelf ook.

Ze zette haar computer uit. Met opgetrokken knieën ging ze in een hoek van de sofa zitten en bladerde in het rapport van de Oberleutnant. Ze had toch niets geschreven dat… Oppassen, dat ze die oude viespeuk niet al te zeer tegen zich in het harnas jaagde – al geloofde ze er niet in, ze wilde toch iedere gelegenheid aangrijpen om haar onderzoek te vervolledigen. Ze stond bekend als terriër, als ze iets onderzocht. Dat bepaalde mee het succes van haar firma.

Koehn schreef ook dat het onderzoek tekort was geschoten, maar hij bleef algemeen en had het ook niet over de kunstzinnigheid van de kanunniken.

‘Tal van hoofdpersonen werden door het gerecht, eigenaardig genoeg, überhaupt niet of alleen maar inofficieel verhoord.’ Schreef hij. En hoewel ze het dossier intussen uit het hoofd kende, werd ze toch weer meegesleept door het verhaal van de officier:

‘Bij mijn naspeuringen is telkens weer gebleken dat het onderzoek, zowel de verhoren als ook het praktische onderzoek zelf, door het gerecht ontoereikend werd gevoerd. Dit feit werd tegenover mij door talrijke hoogstaande personen toegegeven. Niet bij het gerecht […], en evenmin bij de kerk (bij deze nog het allerminst) was er iemand verantwoordelijk voor het geheel. Terzake weze erop geattendeerd, dat commissaris Luysterborgh, die met het onderzoek was belast, slechts in beperkte mate inzage werd verleend in de brieven en in de andere door Arsène Goedertier nagelaten papieren.’

 

Sofia vouwde de handen, maakte een draaiende beweging, strekte de armen van zich weg en rekte zich. Ze hief het hoofd en hield zich doodstil. Ze meende dat ze de papegaai van Maria Rosseels, twee verdiepingen beneden haar, had horen roepen – en dat midden in de nacht. Zo stond op om nieuwe thee te zetten. Het was een biologisch mengsel dat Total Reset heette. Aangezien ze het document uit het hoofd kende liep de tekst gewoon door in haar binnenste:

‘Voor de oplossing van de affaire zijn de papieren van een zekere Arsène Goedertier van Wetteren van bijzonder belang. Goedertier kan als de eigenlijke dader worden beschouwd, hoewel nog niet vaststaat dat hij ook de dief is. In ieder geval heeft hij de twee panelen na de diefstal in zijn bezit gehad en heeft hij met de bisschop over losgeld onderhandeld. Hij is op 25 november 1934 gestorven. In de ure des doods heeft hij zichzelf ervan beschuldigd, de afzender van de genoemde brieven te zijn geweest; doorslagen ervan werden dan ook in zijn bureau gevonden. Zoals ook uit die brieven kan worden opgemaakt, heeft hij er de nadruk op gelegd dat hij de enige was ter wereld die de bergplaats kende van de Rechtvaardige Rechters.’

De thee smaakte volgens de verpakking naar venkel, wortelen, sinaasappel en Grieks bergkruid. De consumentenorganisatie had pas een onderzoek laten doen waaruit gebleken was dat een groot aantal kruidenthees belast was met restanten van chemische bestrijdingsmiddelen.

‘Op basis van het gerechtelijke dossier heeft schrijver dezes met nagenoeg alle betrokkenen gesprekken gevoerd. Het was er vooral om te doen een beeld te krijgen van Arsène Goedertier. Die besprekingen waren des te meer van belang, omdat Goedertiers vertrouwen door herhaalde indiscreties beschadigd was en de verbinding met hem tenslotte helemaal verbroken werd.

Zo is het te verklaren dat het onderzoek helemaal stilviel en de zaak op 2 maart 1937 geseponeerd werd  [onleesbaar: één of twee woorden] met daarbij nog een verklaring vol innerlijke tegenstrijdigheden. Sindsdien heeft geen mens nog een vinger uitgestoken.’