Kunstschutz Posts

Verrassend & foto Kunstschutz

 

7 september 2020. Lucas Mariën.

 

Een bekende historicus uit A. reklameert omdat wij te laatdunkend over zijn vakgenoten gesproken zouden hebben.

‘Wat wil je, als je niets onderneemt tegen lieden die je permanent belachelijk maken? Niet alleen dat zekere nationale schertsfiguren zich voor historicus uitgeven…’

‘Maar de man die jij nu bedoelt geeft zich voor álles uit! Naast astronoom, fysioloog, pediater en spekpater is hij ook nog kernfysicus, astrolabium, filosoof…’

‘Hij houdt zich voor competent genoeg om zelfs in verband met literatuur een duit in het zakje te mogen doen.’

‘Dat loopt dan altijd en terecht slecht af voor zo’n stuk onbenul. Dankzij Het Paradigma en de nieuwe actualiteit van zijn dichtbundel weet iedereen nu wat hij waard is.’

‘Vergeet de kerstverhalen van Eurykleia niet!’

Incident gesloten.

***

De foto van de Brusselse Kunstschutz uit het Archief Rechtvaardige Rechters wou ik nog als primeur kunnen publiceren, voor hij de wijde wereld in gaat. Vermoedelijk is dit de enige bekende foto van dat gezelschap. Helemaal links zit Henry Koehn, uiterst rechts zijn chef, Professor Rosemann.

Kennelijk werd Rosemann door zijn ondergeschikten aangesproken met het Nederlandse woord ‘baas’. In ieder geval luidt de aanhef van een brief die de secretaresse Lotte Weber (derde van links) lang na de oorlog aan hem adresseerde: ‘Lieber Baas’.

Noemde ook Koehn hem zo?

We zullen het waarschijnlijk nooit weten.

 

***

Een opstel van Wolfgang Krönig uit 1964 in de nalatenschap van Rosemann.

‘Teneur van het opstel,’ aldus Christina Kott, ‘is het tekort aan volledige (…) inventarissen in België. Redenen hiervoor: de ontbrekende organisatie van overheidswege van monumentenzorg.’ Ze citeert dan Krönig:

‘Nóg een reden, niet minder belangrijk hoewel ternauwernood ooit uitgesproken, zou het verlangen zijn naar onbeperkte liberaliteit, het al te ongeremde maar laten betijen van industrie, private bouwactiviteit en stedenbouwkundige ontwikkeling in de voorbije meer dan honderd jaren. Het verlies aan culturele waarden dat het land hierdoor geleden heeft is aanzienlijk. De onaangename aanblik van veel plaatsen en landstreken in stedenbouwkundig opzicht, contrasteert opvallend met het Nederlandse buurland. In Nederland heeft het ‘Rijksbureau voor Monumentenzorg’ een inventarisatie van monumenten op z’n actief die in België tevergeefs zijns gelijke zoekt. (…) Zo kun je maar hopen dat in België niet alleen de inventarisatie (…) in de toekomst in een verhoogd tempo voort zal gaan, maar ook het daarmee verbonden inzicht in de steeds dringender wordende geordende bevrediging van (…) behoeften. Alleen dán kan de gemeenschappelijke erfenis van de Europese cultuurnaties beter bewaard worden voor de toekomst.’

 

***

Een van de opzienbarendste dingen die ik de voorbije dagen geleerd heb: het ontslag van Metternich als chef van de Kunstschutz in België en Noord-Frankrijk zou geen gevolg geweest zijn van de confrontatie met Göring – die dat ontslag vervolgens bewerkstelligd zou hebben. Maar wel zou het in verband hebben gestaan met het ‘Genter Altar’ – het Lam Gods dus. Hoe en waarom? Om velerlei redenen hangt er om dit ontslag een waas van geheimzinnigheid.

 

Archief Rechtvaardige Rechters

6 september 2020. Lucas Mariën

Een schrijver die zich aan een historische stof waagt loopt het gevaar geschiedenis te willen schrijven in plaats van literatuur. Dat is een van de redenen waarom bijvoorbeeld Goethe – ook hierin gevolgd door Willem Frederik Hermans – de ‘historische roman’ afwijst. In de inleiding tot mijn Rechtvaardige Rechters-complex verklaar ik waarom ik hun bezwaar ten dele kan weerleggen. Ik beperk er me hier dus toe te verwijzen naar het eerste deel van dat complex.

De verleiding om historisch onderzoek te doen is – zeker in een geval als dat van de Rechtvaardige Rechters – soms groot en niet zelden heb ik met leedwezen bepaalde strengen moeten laten schieten. Heb ook wel wegen gevolgd die ik niet had hoeven te volgen. Het excuus dat een schrijver in Huichelarije dingen moet doen die in beschaafde landen door historici worden gedaan wil ik niet helemaal laten gelden; niet zelden heb ik erg genoten van mijn onderzoek.

Om de cesuur tussen literatuur en geschiedenis nadruk te verlenen heb ik nu besloten het leeuwendeel van het Archief Rechtvaardige Rechters te delen met dr. Christina Kott, die een echte specialiste is voor dit soort dingen, o.m. voor de Kunstschutz in Parijs en Brussel tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze is verbonden aan de universiteit Paris-Pantheon en heeft tal van publicaties op haar naam staan, onder andere ook een boek over de Kunstschutz in België tijdens de Eerste Wereldoorlog:

Le patrimoine de la Belgique vu par l’occupant. Un héritage photographique de la Grande Guerre.

Een uitgave van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium, alleen in het Frans.

Dat delen van materiaal bevrijdt mij van een zekere verantwoordelijkheid. Ik krijg er ook wat voor terug: Mevrouw Kott heeft haast alle ter zake interessante archieven bezocht en mij nu inzage gegeven in aantekeningen en fotografisch materiaal die ik anders niet – of alleen ten koste van veel tijd, moeite en ook geld – onder ogen zou hebben gekregen. Een aardig nieuwtje met die herkomst publiceer ik aansluitend aan deze tekst.

Aangezien ik zelf geen geschiedenis wil schrijven moet ik ook niet het origineel van documenten etc. onder ogen krijgen en kan ik het stellen met foto’s en aantekeningen van een ervaren wetenschapsvrouw. Ik verwacht binnen afzienbare tijd ook publicaties van haar hand waarin van het Archief Rechtvaardige Rechters gebruik wordt gemaakt. De ervaring heeft me geleerd dat de meeste Vlaamse historici bronnen overbodig vinden en allang blij zijn als ze van elkaar wat af kunnen schrijven. Doordat ik het archief aan dr. Kott ter beschikking heb gesteld, krijgen die nu allicht de gelegenheid om ook van haar af te schrijven. En iedereen is tevreden.

 

 

Vier dozen documenten

 

30 december 2019. Lucas Mariën.

 

In de zomer van 1944, in het vooruitzicht van zijn ontslag uit het leger, zoekt Henry Koehn een bergplaats voor vier ‘Kisten’ – kartonnen dozen, mogen we aannemen – met documenten en foto’s die hij in België bijeen heeft gebracht. De moderne mens als nomade – in de filosofie was dat beeld toen nog niet ontwikkeld, maar een nomade was Koehn altijd al geweest. In die zomer, als de oorlog voor hem gedaan is, moet hij eerst op zoek gaan naar een onderkomen, niet alleen voor zichzelf, maar ook voor zijn gezinnetje.

Het ouderlijk huis, een kasteeltje tussen de ambassades en de aristocratische optrekjes aan de Schöne Aussicht in Hamburg, vroeger altijd een toevluchtsoord, was platgebombardeerd. Zijn moeder, de spil rond wie alles daar draaide, was kort geleden gestorven.

Een paar weken voor het begin van de oorlog was Henry, tweeënvijftig was hij op dat moment, zeker tot verwondering van familie en kennissen nog getrouwd met de veel jongere en erg mooie Eva Oschatz, die zonder twijfel een vrijdenkende, niet-conventionele vrouw was die kon omgaan met de intellectuele bohémien die haar man was. Eva had de oorlog bij haar familie doorgebracht, ver in het oosten, in Silezië. Samen met het kleine meisje Helga, haar nichtje, die door haar en Henry als eigen dochter geadopteerd zou worden.

Of hij die Kisten niet bij haar kan onderbrengen, vraagt Koehn aan Hildegard Kornhardt, de nicht en erfgename van Oswald Spengler, die nog altijd in het Spenglerhuis in München woont. Geen probleem, antwoordt zij, laat maar komen.

Maar hij is intussen naar Duitsland gereisd voor administratieve rompslomp in verband met zijn afzwaaien. Als hij weer in Brussel komt is zijn kamer door iemand anders in beslag genomen. En zijn dozen zijn verdwenen – zal hij Hilde Kornhardt schrijven.

De vraag is nu: zat alles in die dozen?

Later, in de jaren zestig, zal Koehn’s weduwe Eva immers in het bezit blijken te zijn van het ‘Dossier Lam Gods’, de documenten waaraan we te danken hebben dat het Zwarte Paradigma er niet in geslaagd is alles onder het tapijt te vegen. Maar ze had ook belangrijke stukken van buiten het ‘dossier’, losse documenten en aantekeningen die niet in die ‘kisten’ zaten, die Koehn in zijn handbagage moet hebben meegenomen. Die zijn nu in het bezit van het Archief Rechtvaardige Rechters, daaraan geschonken door Eva’s en Henrys pleegdochter en erfgename Helga, en ze bevinden zich in de kluis van Coralie Coloratuur in Ascona in Zwitserland.

Maar bestaat de kans dat er nog meer was, nog ‘vergeten’ documenten? Voor de lezers van HP zal – op den duur – niets in het verborgene blijven.

 

Moltke en de ‘Madonna van Groeninghe’.

Niet alleen Henry Koehn sleet menig uur in de koninklijke bibliotheek in Brussel – er zijn aanvraagbriefjes van hem bewaard gebleven (Archief Rechtvaardige Rechters). Voor we doorgaan met de beschrijving van Koehns activiteiten bij de Kunstschutz, en van deze Kunstschutz zelf, willen we onze geregistreerde lezers de gelegenheid bieden om kennis te maken met het werk van iemand uit Koehns omgeving die ook vaak te vinden was in die bibliotheek: de kunsthistoricus Dr. Joachim Wolfgang von Moltke. Op het adelspredikaat von schijnt die trouwens niet te hebben gestaan. Hij laat het gewoon weg in de auteursnaam van zijn opstel over de door hem in Kortrijk ontdekte ‘Madonna van Groeninghe’, een stuk dat in volle oorlog verscheen in het gezaghebbende vakblad Pantheon. Hetzelfde Pantheon als waarin Émile Renders Leo Van Puyvelde onsterfelijk aan de kaak stelde. Voor geregistreerde lezers dus, vanaf 26 oktober op deze webstek, op deze plaats: https://hetparadigma.eu/2017/10/26/moltke-recalcitrant/ .

Beschermd: Over de ‘Madonna van Groeninghe’. J.W. von Moltke recalcitrant.

Deze inhoud is beschermd met een wachtwoord. Vul hieronder het wachtwoord in om het te bekijken: