Apoftegmata Posts

Geadopteerde apoftegmata (II)

 

 

 

 

Zomer 2022.

We hebben terechte kritiek gekregen dat niet al onze geadopteerde apoftegmata échte apoftegmata zijn.

Maar dit is er wél een, afkomstig van een vrouw op een betoging tegen de levensduurte in Plauen, in Duitsland. Ze zei:

“Aan het einde van het geld blijft er altijd nog veel maand over.”

 

15 januar 2023.

Treffende, briljante, bewonderenswaardige uitspraken zelfs, zijn niet altijd apoftegmata. Ik kom even terug op een claus van de filosoof Slavoj Žižek, waarnaar ik eerder al verwezen had:

“…stelde T.S. Elliot vast dat er ogenblikken zijn waarop men alleen maar de keuze heeft tussen sektarisme en ongeloof, en waarin een religie slechts in leven kan worden gehouden door een sectaire afsplitsing van het eigenlijke lichaam. Daarin bestaat vandaag onze enige kans. Alleen door een “sectaire afsplitsing” van het overgeleverde Europese erfgoed, alleen doordat we ons afscheuren van het zich in staat van ontbinding bevindende corpus, kunnen we de Europese erfenis levendig houden. Het is geen gemakkelijke opgave, en ze dwingt ons tot een riskante sprong in het ongewisse, maar het enige alternatief is het sluipende verval, het geleidelijk afglijden van Europa in wat Griekenland voor het hoog-ontwikkelde Romeinse rijk was: een reisdoel voor nostalgische cultuurtoeristen, zonder werkelijk belang.”

 

Behartenswaardig, om over na te denken enzovoort – maar geen apoftegma. Dat betekent dat deze uitspraak van de filosoof geen literatuur is maar slechts filosofie.

Peter Hacks schrijft over de opkomende romantiek en de positie van Goethe daartegenover. Citaat Hacks:

“Wie niets te zeggen had, zegde het romantisch; Goethe, die iets te zeggen hád, zweeg.”

 

 

Apoftegmata (10)

 

 

Lucas Mariën, 25 oktober 2022. Auteur & vertaler.

Zwijgende Gedichten

[Confer over autonomie, gedwongen en vrijwillige censuur:

Het Walschap-initiatief .]

 

De eerste tekst die ik hier vertaal is van Heinrich Heine. Het is niet echt een gedicht, het is het twaalfde hoofdstuk uit zijn ‘Reisebilder’. Het heeft het voordeel dat een vertaler die eraan begint zich niet vastlegt voor maanden of zelfs jaren.

Ik vertaal het alsof het een gedicht zou wezen en schrijf hier alleen maar die dingen uit die echt nodig zijn. Eerst Heines tekst:

 

 

Dan mijn vertaling:

De titel: Hoofdstuk 12

Eerste regel: De Duitse censoren

zevende regel: domkoppen.

De streepjes die de rest van de tekst uitmaken staan voor censuurstrepen. Uitgevers waren gedwongen manuscripten vóór publicatie voor te leggen aan een censurerende instantie. Die kwamen dan vaak – zeker als het om werken van Heine ging – terug vol doorhalingen en onleesbaar gemaakte passages. Áls ze überhaupt werden teruggestuurd en gepubliceerd mochten worden.

*

Mijn tweede vertaling is die van een gedicht van Christian Morgenstern dat als volgt luidt:

Fisches Nachtgesang


‿       ‿
—     —     —
‿       ‿       ‿       ‿
—     —     —
‿       ‿       ‿       ‿
—     —     —
‿       ‿       ‿       ‿
—     —     —
‿       ‿       ‿       ‿
—     —     —
‿       ‿

 

Er bestaat onder meer een Angelsaksische poging om dit beroemde gedicht te vertalen. Een zekere William M. Calder heeft bij zijn vertaling zelfs een heel opstel geschreven: Translating Morgenstern. In: Oxford German Studies 4 (1969).

Het spreekt vanzelf dat zo’n Brit zich alleen maar aan een vertaling kan wagen met desastreuze gevolgen.

Van de titel maakt hij: ‘Nocturne of a Fish’.

Kent klaarblijkelijk geen Engels ook niet. Is ‘nocturne’ soms hetzelfde als ‘Nachtgesang’? Maar dat zien we nog door de vingers. Kan komen door de taalarmoede van het Engels.

Nachtgesang is algemener dan nocturne, kan ook iets anders zijn. Bijvoorbeeld als het Belgisch leger bij de nachtelijke bestorming van een strategische heuvel vol Russen bij wijze van krijgsgezang een wilde Brabançonne aanheft, dan kun je dat onmogelijk een nocturne noemen, hoe diep in de nacht de operatie zich ook afspeelt.

Zeker is: als Morgenstern bedoeld had ‘Nocturne’, dan had hij geschreven ‘Nocturne’.

*

Angelsaksers kennen alleen maar popmuziek.

Maar hoogmoedig menend te kunnen meepraten, zelfs als het over muziek gaat, wauwelen ze maar raak. En altijd de schijn willen wekken dat ze op een hoger niveau staan dan in werkelijkheid het geval is. (Zou die Calder misschien een Amerikaan zijn?) Nocturne, daarbij denkt iedereen natuurlijk meteen aan Chopin. Chopin was een Fransman die begrijpelijkerwijze alles in het werk heeft gesteld opdat niemand te weten zou komen dat hij oorspronkelijk uit Polen kwam.

‘Nocturne of a fish’ – volgens Calder is er maar een vis, die zingt: ‘a fish’.

De oorspronkelijke tekst is algemener. Het gaat niet om één enkel toevallig individu, het gaat om dé vis, als soort. Door Calders onbepaald lidwoord wordt die gereduceerd tot een enkel geval. Het oorspronkelijke, algemene vissendom wordt verlaagd tot anekdote. Dat is journalistiek in plaats van poëzie.

Sinds de Angelsaksische bemoeienis met cultuur vanaf de tweede Wereldoorlog wordt iedere gelegenheid aangegrepen om de literatuur naar beneden te halen en fenomenen als journalistiek op te krikken.

En rock, of pop, hoe heten al die dingen, in plaats van muziek.

Die éne, individuele in plaats van algemene, vis sluit immers iedere meerstemmigheid uit.

Bij Morgenstern houden álle vissen er zulke nachtelijke gezangen op na, zodat meerstemmigheid en zelfs koorzang mogelijk wordt. Dat alles wellicht zelfs polyfoon – daarover geeft het gedicht geen uitsluitsel.

In ieder geval is Fisches Nachtgesang bij componisten verrassend populair als liedtekst. Een van de meest geslaagde versies is die van de Russische componiste Sofia Gubaidulina, die op YouTube bekeken – en vooral beluisterd! – kan worden:

https://duckduckgo.com/?q=Fisches+Nachtgesang&t=brave&iax=videos&ia=videos&iai=https%3A%2F%2Fwww.youtube.com%2Fwatch%3Fv%3D

Je kunt natuurlijk ook gewoon de zoekwoorden Fisches Nachtgesang en Gubaidulina ingeven.

Tot zover de Angelsaksische vertaalkunst in de titel van het gedicht.

Zeker is: als Morgenstern bedoeld had een vis, dan had hij geschreven Eines Fisches Nachtgesang.

Behalve in de titel schijnt de vertalingsspecialist van Oxford geen fouten te hebben gemaakt.

We geven hier zijn vertaling van de rest van het gedicht weer.


‿       ‿
—     —     —
‿       ‿       ‿       ‿
—     —     —
‿       ‿       ‿       ‿
—     —     —
‿       ‿       ‿       ‿
—     —     —
‿       ‿       ‿       ‿
—     —     —
‿       ‿

Christian Morgenstern zelf maakt de opmerking dat Nachtgezang van een Vis het ‘diepste’ Duitse gedicht is dat er bestaat.

Als je gewoon naar de tekst kijkt, je houdt die perfect verticaal voor je ogen, dan zie je niet alleen de beweging van het water en van de vissen en misschien de weerspiegeling van de maan op het water – je ziet ook, kijk maar goed – je ziet ook: diepte.

Ik heb een boekwerk in tien delen dat Deutsche Lyrik heet en dat duizenden gedichten bevat, van de middeleeuwen tot in de twintigste eeuw.[1] Ik heb natuurlijk niet al die boekdelen pagina per pagina verticaal kunnen houden, maar steekproeven heb ik gedaan en grondiger heb ik het deel van 1600 tot 1700 bekeken.

Als voorlopige, niet wetenschappelijke bevinding kan ik Christian Morgenstern alleen maar gelijk geven: geen enkel Duits gedicht heeft die diepte.

*

Ziehier nu mijn vertaling:

Nachtgezang van de Vis


‿       ‿
—     —     —
‿       ‿       ‿       ‿
—     —     —
‿       ‿       ‿       ‿
—     —     —
‿       ‿       ‿       ‿
—     —     —
‿       ‿       ‿       ‿
—     —     —
‿       ‿

 

Over de vertaling van de Ilias van Karel van de Woestijne werd gezegd dat ze moeilijker te lezen was dan de originele Griekse tekst. Maar er bestaan ook vertalingen die de reputatie hebben dat ze beter zijn dan het origineel.

Ik hoop dat Coralie Coloratuur niet vergeet in mijn biografie te vermelden dat ik de vertaler ben van deze twee fraaie literaire werken.

 

_______________________________________

  1. Uitgegeven door Walter Killy, München 1969.

 

 

Apoftegma (9)

Henry van de Velde, Bauhaus Weimar.

 

13-15 april 2022. Lucas Mariën.

 

Er zijn goede slachtoffers en slechte. Over de laatstgenoemden zwijg je; bij de eersten maak je misbaar. Je stort krokodillentranen en vooral ben je niet zuinig met moralisme en beschuldigingen aan het adres van de juiste daders.

Want er zijn ook goede daders en slechte. Er zijn daders die nazi’s zijn, bijvoorbeeld de Oekraïense van het Azow-regiment.

Maar er zijn dus goede en slechte nazi’s.

Als de daders goede nazi’s zijn, dan zijn ze zelfs geen daders. Dan zijn er bijgevolg ook geen slachtoffers, zelfs geen goede slachtoffers over wie je misbaar zou kunnen maken. Die je de kans zouden geven je morele principes uit te stallen.

 

Geadopteerde apoftegmata.

 

 

De kroongetuige dáárvoor, dat Bin Laden en de ‘hijacker’ alleen de daders zouden zijn geweest, namelijk Khalid Sjeik Mohammed, werd in Guantanamo 182 keer aan waterboarding onderworpen. Weliswaar gaf zelfs de Heilige Inquisitie (…)  die foltermetode steeds meer op vanaf het midden van de zeventiende eeuw, maar sinds 9/11 zijn de methodes van de Heksenhamer van 1486 weer en vogue. En na George Bushs uitspraak “Met ons of met de terroristen” zijn, zoals in het origineel, diegenen, die de activiteit van de duivel bestrijden, zélf door hem bezeten (“terroristen”).

Marcus Klöckner op de Nachdenkseiten. 9/8/2021.

***

Of dook niet, – in plaats van het vrouwentype dat Christus geschapen had in Maria, Agnes, Theresia, Elisabeth van Thüringen en andere, – een totaal ander type weer op in de wereld, het type van de vrijzinnige Jezabel, van de heerszuchtige en gewelddadige Athalia, de op luxe verliefde Semiramis, de lichtzinnige Dina, de verleidelijke en geniepige Dalila, de echtbrekende en wrede Herodias?

Otto Cohausz S.J., Jesus Christus, der König etc., Kaldenkirchen 1926.

***

Oh goden! Want ook dat is god, als het geschiedt dat vrienden elkaar herkennen.

Euripides

***

Literatuurkritiek krijgt het op de radio steeds moeilijker. Nu goed, in de DDR bestond die ook niet. Wist u dat?

Der Freitag

***

Zijn er niet in onze dagen meer en beter doorvoede filosofen dan ooit in de geschiedenis van de mensheid?

Peter Decker

 

***

…stelde T.S. Elliot vast dat er ogenblikken zijn waarop men alleen maar de keuze heeft tussen sektarisme en ongeloof, en waarin een religie slechts in leven kan worden gehouden door een sectaire afsplitsing van het eigenlijke lichaam. Daarin bestaat vandaag onze enige kans. Alleen door een “sectaire afsplitsing” van het overgeleverde Europese erfgoed, alleen doordat we ons afscheuren van het zich in staat van ontbinding bevindende corpus, kunnen we de Europese erfenis levendig houden. Het is geen gemakkelijke opgave, en ze dwingt ons tot een riskante sprong in het ongewisse, maar het enige alternatief is het sluipende verval, het geleidelijk afglijden van Europa in wat Griekenland voor het hoog-ontwikkelde Romeinse rijk was: een reisdoel voor nostalgische cultuurtoeristen, zonder werkelijk belang.

Slavoj Žižek

 

***

Ons is de literaire cultuur eigen en het Griekendom, want wij vereren de goden. Voor u daarentegen is het gebrek aan literaire cultuur kenmerkend, en ruwe onbeschaafdheid. Uw wijsheid heeft niets wat het gebod ‘geloof’ overstijgt.

Keizer Julianus ‘de Afvallige’ (332-363) tot de christenen.

***

‘Als Kolonialmacht hatte Belgien dafür gesorgt, dass der Anteil der Einheimischen mit Studienabschluß – mit Ausnahme von Theologen – nahezu bei Null lag.’

Raj Spielmann: https://www.heise.de/tp/features/AIDS-als-koloniales-Ueberbleibsel-4403543.html

 

***

als de dolfijnen zouden grazen

op het land en

de golven aanzwellen tot oevers en

tot bergen – wat kon je nog

als wonderen verwachten dan

Archilochos (+- 680 – 645 voor Chr.)

 

***

‘In het begin vindt censuur totaal ‘vrijwillig’ plaats, en als vanzelf. Als men over de mediale infrastructuur kan beschikken om de gewenste consensus-mening voor te geven, sluiten de zelfstandige (freelance; LM) culturele elites zich uit eigen beweging aan; iedere andere houding zou neerkomen op economische zelfmoord.’ (uit: Raymond Unger: Die Wiedergutmacher. Das Nachkriegstrauma und die Flüchtlingsdebatte. Geciteerd naar Jürgen Fritz: https://juergenfritz.com/2018/12/08/buecher-des-jahres-2018/

 

***

Asger Jorn aan Guggenheim 1964.

 

***

Uit een interview van Jan C. Behmann en Mladen Gladić met Peter Handke. Der Freitag, Ausgabe 34/september 2018

 

Hebt u iets dat niet gepubliceerd worden mag?
Nee, nee, ik ben een levend geheim, ik heb geen geheimen. Het leven is onvatbaar heerlijk en onvatbaar tragisch.

Terug naar mevrouw Westermann [een recensente; LM]…
Hoe kan die het zich veroorloven zulke gezwets over mij te verkopen.

Frau Westermann spreekt voor de modale lezer – als dat nu niet te laatdunkend gezegd is.
Een modale lezer is geen lezer. Dat is misschien nog laatdunkender. Een lezer is een lezer. Zoals Gertrude Stein zegde: een roos is een roos is een roos. De literatuur heeft haar waardigheid verloren. Dat is waar. Niet voor mij. Ik sta op de waardigheid van wat ik doe.

 

Het hele interview staat hier: https://www.freitag.de/autoren/der-freitag/ich-habe-keine-schublade

 

***

‘Voor de verstandige zijn zijn vijanden nuttiger dan voor de domme zijn vrienden.’

Baltasar Graciàn, Handorakel 84; naar de vertaling van Arthur Schopenhauer.

 

***

Vrede is niet alles, maar zonder vrede is alles niets.

Willy Brandt.

***

 

Sint-Pieter riep:

Jedweden der sich im Leben

Mit Philosophie hat abgegeben

Zumalen mit der gottlos deutschen

Ich soll ihn schimpflich von hinnen peitschen.

Heinrich Heine, Romancero 262.

***

Mag dit in de geadopteerde apoftegmata? (vraagt Eurykleia).

Over Antwerpen:
‘Ici on ne lit pas, on calcule. Seuls les flamingants lisent. Ils sont vingt.’

Jan van Rijswijck. Gecit. door
Hendrik Elias, Gesch. Vl. Gedachte, 4, 440.

 

***

Jan Onghena (Cfr. Apoftegmata; Kinderziekte. Op deze stek, november 2016.)

Jan Onghena was een Gentse rederijker wiens werk volledig verloren is. Hij was aangeklaagd omwille van zijn ketterse ideeën en hij kreeg de doodstraf. ‘Na het aanhoren van het vonnis zegt Jan Onghena dat hij niet ziek is maar nu toch wel vreest aan deze ziekte te zullen sterven.’[1] Dit apoftegma is alles wat er van zijn werk is overgebleven.

[1]  Ramakers: Nonconformisten, p. 29. (Cfr. bibliografie.)

 

***

Willem Poelgier (Cfr. Apoftegmata; Kinderziekte. Op deze stek: november 2016.)

Een andere door de katholieken vermoorde schrijver uit de zestiende eeuw was Willem Poelgier. Ook van hem is er alleen een bonmot overgeleverd: ‘Toen hij voor het gerecht bedreigd werd met onthoofding, reageerde hij verontwaardigd met de vraag waar hij dan in het vervolg zijn hoed zou moeten laten.’ (Ramakers, p. 29.)

 

***

Arnold Geulinckx, zoals hij door Nietzsche geciteerd wordt (KSA, 9/518):

‘Ubi nihil vales

Ibi nihil velis.’

‘Daar waar je niets vermag, kun je beter ook niets willen; als je niet in staat bent iets met succes te ondernemen, dan kun je er beter ook niet aan beginnen.’

 

***

Een filosoof die ter redactie wel geapreccieerd wordt is de Oostenrijker Fritz Mauthner, de vader van de taalfilosofie. Dit is een uitspraak van hem:

“Die meisten Menschen leiden an dieser geistigen Schwäche, zu glauben, weil ein Wort da sei, muss es auch das Wort für etwas sein; weil ein Wort da sei, muss dem Worte etwas Wirkliches entsprechen.”

‘De meeste mensen lijden aan deze intellectuele zwakheid, dat ze geloven dat, omdat een woord bestaat, dat ook een woord voor iets moet zijn; omdat het woord bestaat, moet er ook iets dat werkelijk is mee overeenkomen.’

 

Hoe superieur drukt Goethe dezelfde gedachte uit in de Faust (v. 2565 e.v.):

‘Gewöhnlich glaubt der Mensch, wenn er nur Worte hört,

Es müsse sich dabei doch auch was denken lassen.’

 

In de Faustvertaling van Adama van Scheltema:

‘Gewoonlijk meent de mensch, als hij maar woorden hoort,

Dat daarbij toch ook wat moet wezen om te denken.’

 

***

De mens is zijn eigen doel. (Wilhelm von Humboldt)

 

***

‘Wij kunnen de machthebbers en hun trawanten niet dwingen de waarheid te accepteren, maar we kunnen ze dwingen steeds schaamtelozer te liegen.’ Gudrun Ensslin.

(Hier geplaatst door Coralie Coloratuur, op 31 mei 2017.)

***

 

 

Apoftegma 8

1 februari 2020. Lucas Mariën

 

Henry Koehn – hij noemde zich tenslotte cultureel antropoloog en hij had curieuze praktijken bestudeerd in uithoeken en barre streken – laat zelden iets blijken van verwondering over Vlaamse toestanden. Zelfs de ongelooflijke lotgevallen van het grote schilderij van Van Dyck uit de kerk van Dendermonde inspireren hem niet tot waarneembare verbazing. We hebben die vaderlandse actie waarbij de socialisten van Dendermonde dat werk in veiligheid zouden brengen eerder beschreven. Koehn als fotograaf (5). Het doek werd gewoon opgerold en op een open vrachtwagen geladen. Daar bovenop kwamen het huisraad en de schoonmoeder der socialisten. De rol werd als zitmeubel gebruikt en tenslotte achtergelaten ergens in een stal in Frankrijk. Toen Koehn het terugvond was het in feite reddeloos verloren.

Als Duitsers horen dat je met een accent spreekt komt het van de weeromstuit: Ah, u bent Nederlander. Ze kunnen een Russisch, Frans of Angelsaksisch accent heel goed van elkaar onderscheiden. Voor Nederlanders hebben ze respect. Dat je een Vlaming zou kunnen zijn komt niet bij ze op, een Vlaming is niet iets als een Nederlander, hij staat nergens voor. België zien ze sowieso als een Franstalig land. Intellectuelen weten weliswaar dat daar nog een ander volkje actief is, maar dat telt niet echt, is zoiets als folklore. Nederlanders zijn daarentegen knap, een klein land weliswaar, maar bij de pinken. Spelen een rol in de kunst, de wetenschap, de cultuur in het algemeen. Hebben een roemruchte geschiedenis. De grootste Duitse dichters hebben aan die geschiedenis stoffen ontleend: Egmont, Don Carlos… Aan zijn Geschiedenis van de Scheiding van de Nederlanden had Schiller zijn professoraat in Jena te danken. Beethoven was ook een Nederlander, van afkomst, net als een paar van de belangrijkste schilders: Van Eyck, Bruegel, de uitvinders van het landschap en schilderkunst… Aan dat alles denken ze dus als ze zeggen Ah, u bent Nederlander. Onwaar is het niet, en ik laat ze dan in hun wijsheid als ik er van uit kan gaan dat het om een oppervlakkig, eenmalig contact gaat. Anders moet ik alles beginnen uitleggen. Van de putsch die de Nederlanden voor de tweede keer scheidde, over de knevelarij van het zuiden door de katholieken en dat Goethe over een ‘satire op het volk’ sprak. Dat ik de Belgische nationaliteit niet erken en de Nederlanden wil herenigen en dat Willem Frederik Hermans zich vergiste toen hij dit een uitzichtloze onderneming achtte. Ik zou het vijfhonderdjarenplan tot normalisatie en gezondmaking van de Zuid-Nederlandse mens moeten uitleggen. En dat er een groot proces zal komen tot rehabilitatie van de slachtoffers, kunstenaars, heksen, ketters, en dat de paus als voorzitter van de meest criminele organisatie uit de geschiedenis van de mensheid daar zal moeten verschijnen met een bol aan zijn been in een gestreept pak met een dito potske op.

In oktober 1941 maakte Henry Koehn een reis naar Noord Nederland en naar Vlieland, waar hij nog familieleden van zijn moeder vond. Hij is zich ten zeerste bewust van zijn Nederlandse wortels; aan Vlaanderen denkt hij daarbij niet. Zijn houding is daarbij typisch voor die van veel Duitsers, ook nu nog.

Opgetogen is hij over Den Haag, een van de “meest gecultiveerde steden van de wereld”. Ook wat hier volgt citeren we uit zijn reisaantekeningen:

“Men krijgt door de levenswijze, d.w.z. de mensen, de façades van de huizen enz. tegelijk ook de indruk van de individualiteit en vrijheid van de enkeling, zoals ze typisch is voor de noordse mens en in het bijzonder de Hollander. Hiervoor spreekt duidelijk het beeld van de fietser, die rechtop en recht (aufrecht und gerade) zittend met een goede houding en verzorgde kledij, zoals men dat in Kopenhagen ook ongeveer zien kan, en in Stockholm, met goede verkeersdiscipline ook bij drukte zijn weg fietst. Typisch daarbij is dat in Holland iedereen fietst, jong en oud, hooggeplaatst of niet, dus ook de hoge ambtenaren enz. Totaal in tegenstrijd hiermee is het beeld van de fietser in België. Daar zie je alleen maar lage stuurstangen en krom zittende fietsers. Terwijl de Hollander op de fiets zit, ligt de Belg erop.”

Ik fotografeer een standbeeld in Hamburg. Een groep Chinezen uit de Volksrepubliek die mij bezig zien vragen of ik een paar foto’s van hen wil nemen, met hun mobieltjes. Met plezier, aan het werk. Van Vlaanderen hebben ze zeker nog nooit gehoord en het is duidelijk dat ze mij voor een vriendelijke Duitser houden die bereidwillig al hun mobieltjes vol foto’s zet van hun niet minder vriendelijke gezichten van tevreden toeristen. Is er een bij die achterdocht koestert dat ik misschien geen Duitser ben? Waarom ik dat standbeeld fotografeer? Ik zeg dat het een literatuurcriticus voorstelt die de hele literatuur op zijn schouders torst. Of de critici dat doen in Duitsland?

Criticus (met Literatuur).

Niet precies in Duitsland, maar wel heel dichtbij – handgebaar naar het zuidwesten. Daar is er een land waar ze ook een criticus hebben die tegelijkertijd Napoleon en een boegbeeld is. En ik laat een afbeelding van deze man in het museum zien, op het schermpje van mijn fototoestel. Ze kijken met zoveel ontslag naar dit fenomeen dat ik er vertrouwen in heb dat het bestaan ervan nu ook in China bekend zal worden gemaakt. Daarvoor heb ik de hele litanie van de katholiek-maçonnieke putsch van 1830 en de satire op het volk en de roem van de Nederlandse opstand in de belangrijkste literaire stroming sinds de Grieken niet eens te berde moeten brengen. Alleen schematisch, een paar trefwoorden. De Chinezen zijn vooral onder de indruk van dat gestreept potske van de paus. Hierbij de foto van boegbeeld Napoleon, opdat ook onze lezers er gebruik van zouden kunnen maken om onze zaak vooruit te helpen.

Boegbeeld én Napoleon.