2020 Posts

Kerstverhaal 2020

Geen jaareinde zonder Eurykleia’s Kerstverhaal

Eurykleia. 24 december 2020.

Herzien: 27 januari 2021.

 

Het hoogtepunt van het kerstfeest is bij de betere families sinds enkele jaren het voorlezen van mijn nieuwe kerstverhaal – als de kinderen naar bed zijn. Maar nu de kerstviering overal maar op een laag pitje staat…

Stuur elkaar een mail met de link naar dit gewrocht.

Voordeel: als iedereen zijn kerstverhaal in stilte voor zich kan lezen, zal er minder glühwein worden gemorst en minder in tot vuisten gebalde handen verkruimelde koekjes zullen op het tapijt belanden.

*

 

‘Hemel, waar ben ik!’ Voltaire: Semiramis. V, 6.

Stientje had me vooraf geraadpleegd. Mijn relatie met Zoetesmeer ‘inspireerde’ haar. Kon zo’n platonische verhouding ook met terugwerkende kracht worden beleefd, wou ze weten. Stroopsmeerderij.

‘Je zou eerst en vooral moeten zien te verkrijgen dat Armand je niet meer tutoyeert,’ opperde ik.

Stientje Averechts wilde dat ik haar nieuwe roman ‘De Verkeerde Man’ bij Het Paradigma zou uitgeven – van de hoernalituur naar de echte literatuur, naar de avant-garde zelfs, dat is haar grote ambitie.

En ze werd zo mijn beste bondgenote bij het werven van Varg Vuylebeau voor de uitgeverij – om zelf een voetje binnen te krijgen, ik weet het, maar als het kan helpen! Ik wilde Vargs bundel ‘Tandbederf’ te allen prijze opnieuw uitgeven. Ik had Averechts’ manuscript al onder de titel ‘De Verkeerde Man’, ‘De Mesalliance van de Eeuw’, en ‘De Mesalliance van het Millennium’ op mijn bureau liggen gehad, maar het lukte Stientje niet er een opgewekt verhaal van te maken dat ook verkoopbaar zou wezen. Ik zal de hele historie hier niet navertellen, maar voor ik het wist had ik al toegezegd dat ik naar haar feestje zou komen. Varg zou er ook zijn, verzekerde Stientje me, de gelouterde en tot inkeer gekomen Varg Vuylebeau.

Ik ben er overal zelf bij geweest, ik heb zelfs in het middelpunt van de gebeurtenissen gestaan. Tenminste, bij het dramatische einde ervan.

Zuster Maria-Jozefa, E.H. Verontschøldig en ik waren nog bezig onze mantels op te hangen in de vestibule. Er klonk gedempte muziek die de bezoekers in een sfeer moest brengen als van een warme omhelzing. Stientje had daarvoor de ouverture tot Tannhäuser uitgekozen, de Préludes van Liszt en het Vorrei vendicarmi del perfido cor van Händel.

Pijnlijk – we konden daar in de vestibule niet anders – we moesten de laatste onderrichtingen en dreigementen van Stientje aan Armand mee aanhoren door de deur naar de salon, die half open stond. Kennelijk had ze Armand uitdrukkelijk verboden om iets te zeggen, wat dan ook.

‘Als je rechtstreeks aangesproken wordt, dan moet je beginnen hoesten of desnoods een hartaanval simuleren. Alleen als je rechtstreeks iets gevraagd wordt moet je zeggen ach, ik weet niet zo eh… In ieder geval: één ding bovenal: geen woord spreken.’

*

Dit jaar had Stientje twee kerstbomen, een in de hal en een in de woonkamer. Omdat ze de nieuwe jarretelles die ze van Armand cadeau gekregen had niet zomaar in dit gezelschap kon vertonen, had ze zichzelf ter compensatie zo opgesmukt, dat ze bijna ook voor een kerstboom kon doorgaan.

De eerste vraag van Zuster Maria-Josefa, de mondaine Tartufistaanse diplomate bij de Heilige Stoel.

‘Die kerstboomballen, Stientje, is dat nog met de mond geblazen glas?’

‘Daar heb ik genoeg veilingen voor moeten afketsen,’ antwoordde Stientje. ‘Jij bent tenminste iemand die dat ziet, Maria-Jozefa.’

*

De “hoogste instanties” hadden Zoetesmeer gevraagd zich om Vuylebeau te bekommeren. En de directie van diens krant natuurlijk, die zich zoveel moeite heeft gegeven om een andersdenkende in haar staf te krijgen.

‘Hoogmoed, superbia bij Thomas van Aquino, is de zonde die iemand ertoe brengt zichzelf te zien als meer dan hij echt is,’ doceerde Jos. ‘En die derhalve meent in een positie te verkeren van waaruit hij op anderen neer kan zien om op die manier zijn slechtheid ten opzichte van die anderen voor zichzelf te kunnen rechtvaardigen. Dat staat in de Summa Theologiae, IIa – IIae, 162.’

‘Ga je dat kunnen onthouden, Varg?’ vroeg Maria-Jozefa. ‘Je moet altijd maar goed naar professor Zoetesmeer luisteren en doen wat hij zegt. Voor je eigen bestwil.’

De tenen van Zr. Maria-Jozefa stonden in een hoek van negentig graden aan haar voeten. In die stand werden ze gehouden door schoenen met extreem hoge naaldhakken, die stiletto’s heetten. Ze waren het enige wat Maria-Jozefa altijd in Rome kocht. Als ze door de onderaardse gangen van de Eeuwige Stad van het ene gebouw naar het andere moest, kon ze zich zonodig met haar schoenen verdedigen tegen uit de duisternis opdoemende belagers.

Stientje klapte in de handen om aandacht te vragen.

‘Beste vrienden… Varg Vuylebeau hier heeft zich bereid verklaard om ons exclusief een paar bladzijden uit zijn autobiografie voor te lezen.’

‘Keurbladzijden,’ corrigeerde Varg bescheiden, ‘het zijn keurbladzijden, zo heette dat vroeger toch ook. Ik voel me met deze traditie verbonden. Het gaat over een droom van een gouden tijdperk, het is nog niet helemaal af.

Het was niet duidelijk of Stientje misschien expres of onbewust toch iets wilde laten zien van de nieuwe jarretels, haar kerstgeschenk. Ze was niet echt extreem kort gerokt – naar mijn maatstaven – maar haar nieuwe jarretels waren ongetwijfeld bijzonder lang. Telkens als ze ging zitten bood dat een zeker spektakel. Ik zorgde ervoor dat Jos niet vlak tegenover haar kon blijven zitten doordat ik een kleine zwakte veinsde en hem vroeg – Stientje bood lavendelwater aan, maar ik eiste eau de cologne, en dat Zoetesmeer die uit de auto ging halen. Lavendel is slaapverwekkend en ik besefte terdege dat Stientje me in slaap wilde sussen en verdoven. Ik wilde ook dichter bij de open haard met het knappende vuur zitten. Zo wilde het lot dat Varg Vuylebeau tegenover haar kwam te zitten. Het noodlot, mag ik in dit geval wel zeggen.

Waarom moeten mijn kerstverhalen altijd met horten en stoten verlopen? Misschien heb ik toch een grotere begaafdheid voor politieke tribunes en stakingsoproepen als voor de zuivere literatuur.

Het was al een tijdje geleden dat Varg Vuylebeau zich in gedichten voor god uitgaf. De voormalige miles gloriosus had door Zoetesmeers lessen geleerd dat hij zijn eer moest stellen in de nederigheid en dat het erop aan kwam dáárin de grootste te worden.

‘Hij werkt nu aan een autobiografie die negenenveertig boekdelen zal beslaan,’ informeerde Zoetesmeer het gezelschap, toen Varg zich een ogenblik verwijderd had.

‘Hoe schoon nochtans,’ zei E.H. Verontschøldig uit Damme, de vaderstad van Tijl Uilenspiegel, ‘waren die gezangen eertijds. Bijvoorbeeld van een – ik citeer – “glijbaan om op stil te zitten”. Onze dichter is het slachtoffer van de nijd van de middelmatigen.’

‘Maar daarom wil Eurykleia hem juist opnieuw uitgeven! Nietwaar Eurykleia?’

‘Vergeet dat probleem van die “ontsnappende dromen” niet,’ kon ik zelf niet nalaten op te merken, waarna ook Zuster Maria-Jozefa begon te citeren:

‘”Van de aandriften wordt het toilet, met daarin het proces ervan gemaakt”.’

Kortom, er heerste een ontspannen sfeer.

‘En vergeet niet, nu zit hij onder de vleugels van Jos. Als allerhoogste geruststelling kan dat tellen,’ vleide Stientje.

‘Eenvoud en bescheidenheid, heeft Zoetesmeer hem geleerd, nietwaar Jos? Toen is hij begonnen zijn autobiografie te schrijven. Een louteringsproces is dat. De titel luidt Slechts Journalist.’

‘Bescheidener is niet denkbaar.’

‘Er ligt een klare beslissing aan ten grondslag. Hij wil bescheiden en nederig zijn. Geen astrofysicus, geen quantenmechanicus, oncoloog, pediater meer. Maar dus Slechts Journalist.’

‘Armand heeft juist een levenscrisis als die van jou met succes overwonnen,’ richtte Stientje het woord tot Varg, die nu weer binnenkwam en weer tegenover haar ging zitten.

‘Het beste is dan dat niet onder stoelen of banken te willen steken. De mensen weten het sowieso.’

‘Mijn levenscrisis heb ik glansrijk overwonnen,’ zei Varg. ‘We moeten leren in de toekomst te zien.’

‘Bij Armand was het zo dat hij eerst jeugdherbergsvader wilde worden, toen hij nog klein was,’ vertelde Stientje spontaan. ‘Toen hij dan in zijn puberteit kwam, werd gynaecoloog zijn droomberoep. Nadat hij met mij getrouwd was werd het opnieuw jeugdherbergsvader.’

‘Misschien had hij ingezien dat een gynaecoloog wiskunde moet kennen,’ opperde Varg.

*

Ik bleef niet de hele tijd in de salon. Tussendoor moest ik ook wel eens naar het toilet. Wat lag er meer voor de hand dan een paar treden de trap op – kijkje nemen op de overloop. Hoe Stientje haar huishouden bestierde. Waar diende die gecapitonneerde deur van een van de slaapkamers voor?

In de salon werd nog steeds over de toekomst van de voormalige Miles Gloriosus geraisonneerd.

‘We moeten niet blijven stilstaan bij kleine fouten – Wie heeft die niet gemaakt?’

‘We moeten vooruitkijken,’ beaamde Jos.

‘Dørven vooruitkijken.’

‘We moeten blijven geloven.’

‘Dørven blijven.’

‘Blijven wat?’

‘Geloven.’

‘Is het nu geloven of durven?’

‘Dørven ook.’

‘Zolang je zoekend onderweg bent,’ kwam Maria-Jozefa tussenbeide, ‘zolang kan er eigenlijk niets fout gaan.’

‘Dat heeft professor Zoetesmeer mij ook geleerd,’ zei Vuylebeau zo bescheiden dat het bijna onhoorbaar was. Maar niet voor  Maria-Jozefa:

‘Je kunt altijd nog bijleren,’ zei die, ‘heb je de kerstverhalen van Eurykleia al gelezen, Varg?’

‘Ik lees geen kortverhalen,’ zei Varg, plotseling ondraaglijk hautain.

‘Waarom niet?’

Hij zette een gezicht van de hoogst denkbare bescheidenheid op en zei:

‘Omdat ze te kort zijn.’

*

Armand zat er bij maar durfde zich nauwelijks te bewegen en al helemaal niets te zeggen. Één keer had hij ‘ach, ik weet niet zo… eh’ gemompeld, toen Varg hem rechtstreeks had aangekeken – later zou Stientje zeggen dat het door diens loensen was – in feite had Varg een blik willen werpen op haar jarretelles, die door de korte feestdress telkens weer een ogenblik te zien kwamen.

In plaats van Armand in de ogen te kijken, keek Varg onder de rokken van Stientje en kreeg daarvan een “ontsnappende droom”.

Dit alles bracht de voormalige miles gloriosus, met andere woorden, danig van zijn stuk, zodat hij zelfs een groot deel van de lessen van Zoetesmeer ter plekke dreigde te vergeten. Hij werd door het ondergoed van Stientje teruggebracht op het slechte pad! Kortom, hij was zijn hele bescheidenheid inclusief Thomas van Aquino compleet vergeten en begon te lallen over ‘de uitgebreide kennis die ik bezit’ maar toch vooral over: ‘ze gunnen mij mijn prestaties niet.’

Zoetesmeer probeerde zijn leerling met een zo bescheiden mogelijk ‘sss’ en zo onopvallend mogelijk gesticuleren op het rechte pad te houden.

‘Jezus Maria! Hij wordt opnieuw ernstig ziek!’

Moraaltheologen zijn vanzelfsprekend gewoon dat niet naar ze geluisterd wordt, maar nu scheen Jos toch ernstig te wensen dat niet al zijn lessen tevergeefs waren geweest. Hij wrong zich de handen en mompelde iets van ziektes die chronisch zijn en die slechts schijnbaar genezen.

‘Ze gunnen mij niets,’ dramde Varg intussen door, ‘ik heb gedichten geschreven als astronoom en als ruimtevaarder. En doorwinterde astronomen en ruimtevaarders stonden vol bewondering over mijn kennis van zaken. Ik heb ook een tekst geschreven waarin ik alle Nobelprijswinnaars en mijzelf distantieerde van beunhazen en knoeiers. Ik heb over de Rechtvaardige Rechters geschreven. Toen kreeg ik nog op mijn kop van de chefs van de krant wier standpunt was dat hoe meer idioten zich met de Rechtvaardige Rechters bezighielden, hoe beter. En dat ik het debat niet op een hoger niveau had mogen brengen.’

*

Zo ging dat maar door. Om me met eau de cologne te besprenkelen en uit mijn zakfles iets substantiëlers te consumeren dan de slappe thee van Stientje, toog ik nog maar eens naar de vestibule.

Gevolgd door Armand.

Die gaf me bij de kerstboom bij de ingang van het huis een pakje dat hij achter zijn rug had gehouden. Eigenlijk was het geen pakje maar een papieren zakje met twee dragers.

‘Wat is dat, Armand?’ vraag ik zo, terwijl ik in het zakje keek.

‘Een bikinitrimmer,’ klonk het triomfantelijk.

‘Is dat nu een bikinitrimmer?’

Zeg ik zo.

Nog steeds niet van mijn verbazing bekomen. Maar op dat ogenblik – deze jeugdherbergsvader… (Nooit werd een aankondiging dat ik zelf bij de gebeurtenissen betrokken was sterker bevestigd als in dit geval.)

Bons, gerinkel, scherven… Alles ging zo ongelooflijk snel!

Van Zoetesmeer ben ik zoiets niet gewoon.

Ik moet toegeven dat ik een afgrijselijke gil slaakte: Armand was handtastelijk geworden!

En terwijl ik nog gilde haalde ik al uit voor een dreun die ik hem zou geven, maar ik sloeg in het ijle! Armand was namelijk zo geschrokken van mijn kreet dat hij, achteruitgeslingerd, in de kerstboom terechtkwam en, behangen met de door Stientje met zoveel zorg in de boom gedrapeerde lampjes en kerstbollen, probeerde weer overeind te krabbelen.

‘Eurykleia wordt in de vestibule lastig gevallen door Armand,’ riep Maria-Jozefa, die haar hoofd door de deuropening stak.

‘Het is niets, het is niets! Waarschijnlijk is Armand…’ Stientje – in de salon – wilde met grote haast overeind springen om zich naar de vestibule te begeven, maar ze bleef met haar jarretelles hangen aan een uitsteeksel van de zware neogotische fauteuil van gebeeldhouwd eikenhout waarin ze gezeten had.

Weliswaar speelde ik een hoofdrol als slachtoffer bij de gebeurtenissen in de vestibule en was ik er dus in de salon niet meer bij, maar ik heb alle getuigen zorgvuldig ondervraagd en kan garanderen dat de gebeurtenissen zich ook daar niet anders hebben voorgedaan dan ik ze hier beschrijf.

Eerst rekte de vast hangende jarretelle uit tot haar maximale lengte. Maar ze was dus nog nieuw en zo veerkrachtig dat Stientje teruggeslingerd werd en dus door haar jarretelle als het ware gekatapulteerd werd en in de kerstboom van de woonkamer belandde.

De grootst mogelijke verwarring.

Verontschøldig en Zoetesmeer waren de vestibule in gekomen. Een ogenblik staken ze de hoofden bij elkaar.

‘Volgens jou es dat døs een bekkini-tremmer, Jos?’ verwonderde Verontschøldig zich, maar bij de aanblik van de met dennennaalden en scherven van kerstbollen behangen Armand begon hij dan toch de gebeden voor de stervenden te zeggen en Zoetesmeer – je zou verwachten dat hij zich om mij bekommerde, maar nee! Ook hij knielde bij Armand neer, om die de biecht af te nemen.

Intussen kwam Stientje met verbeten gezicht, evenzeer behangen met kerstornamenten en gebroken met de mond geblazen kerstboomballen en ten gevolge van de onklaar geraakte jarretelles afzakkende kousen uit de keuken, de deegroller zwaaiend en zonder enige twijfel voornemens Armand de – nog verhevigde – dreun te geven die ik eerder geconcipieerd had, benevens menige andere. Maar zuster Maria-Jozefa sprong tussen de gebelgde echtgenote en de ter aarde liggende boosdoener in, waarbij ze in één beweging een stiletto van haar voet rukte om Stientje aldus met de zwaarste consequenties te bedreigen als die de deegroller de facto zou hanteren. Wat niet wegnam dat ze kalmerende woorden sprak:

‘Stientje treurt terecht om haar ambachtelijk geblazen kerstbollen, maar we moeten blijven geloven.’

‘Blijven dørven geløven,’ vervolledigde Verontschøldig.

 

 

Een moeilijke beslissing. Over literaire vorm.

Lucas Mariën. December 2020.

 

In het eerste deel van het werk over de Rechtvaardige Rechters moest ik beslissen of ik een foto zou opnemen in de tekst. In de inleiding tot dat werk heb ik uiteengezet dat het gebruik van digitale media consequenties heeft voor de literaire vorm. Ik ben van mening dat we een tijdlang met een mix van digitale en traditionele media zullen werken. In ieder geval – een paar decennia geleden nog was het een hele onderneming om foto’s op te nemen in een gedrukte tekst. Nu is het kinderspel, maar of je het daarom ook echt moet doen?

*

De situatie in het boek is de volgende: Frank Nienoppes (pseud. van Frank Noppes), recensent bij een obscuur weekblad waarvan de naam aan uitwerpselen doet denken, is onderweg naar het feest ter gelegenheid van de uitverkiezing van Frans Zelfspeler tot Poëet van de Natie. Hij staat op het bergpad dat hij moet volgen op een brug over een ravijn. Hij vraagt zich af of hij de foto van Nancy, door hem poëtisch de ‘dochter van de prairie’ genoemd, niet in het ravijn zou gooien. Frank is namelijk een jaar in de Verenigde Staten geweest, in een uitwisselingsprogramma onder controle van de CIA. Zijn belevenissen heeft hij beschreven in een roman ‘Amerika’ die hij zonder succes heeft aangeboden aan een uitgever. Maar bij die gelegenheid zou er een kopie van het manuscript gemaakt zijn om er op feestjes uit voor te lezen. Nancy van de Prairie was cheerleader in de band van de school waaraan ook Frank verbonden was. Frank heeft haar dan geïntroduceerd bij het ‘Werk’, een fundamentalistische organisatie waarvan het lidmaatschap niet goed in overeenstemming kan worden gebracht met het cheerleader-uniform dat door Nancy aanvankelijk ook buiten de optredens van de groep, in het dagelijks leven, werd gedragen.

Nu zit hij met het dilemma dat hij deze foto, zijn laatste herinnering aan Nancy als cheerleader, niet graag opoffert. Anderzijds mag het document in geen geval bij hem worden gevonden door Coralie Coloratuur, een van de belangrijkste personen van de Verheven Villa aan het Hogere Meer, waar het feest zal plaatsvinden. Coralie is namelijk zijn nieuwe uitverkorene. Tenmiste, hij is ernstig van plan haar het hof te gaan maken. Vervolgens zal Coralie er niet langer over peinzen ‘haar volk te leren denken’, maar zal ze met een lied op de lippen de zorg voor hun kinderen op zich nemen. Het ‘Werk’ zou het hem hoog aanrekenen als hij dat denken kon verhinderen, en misschien zou hij dan toch nog professor kunnen worden aan een universiteit van de organisatie in Pamplona of Navarra – in plaats van zijn huidige functie van ‘professor’ aan de Katholieke Hogeschool van Mechelen. Slechts. Aldus Franks redenering.

*

Op deze plaats wordt ook de schrijver geconfronteerd met een dilemma: Franks foto van de Prairiebloem laten zien of niet! Dit wil zeggen: hem opnemen in de tekst? Daarmee zou worden tegemoetgekomen aan een natuurlijke nieuwsgierigheid bij de lezer, die zich vanzelfsprekend afvraagt wat er zo opmerkelijk is aan die foto. En aan de uitdaging door dat ravijn. Bovendien zou de schrijver ontslagen worden van de taak een visuele indruk met woorden op te moeten roepen als hij gewoon die foto reproduceert. En tenslotte, als de vermenging van media voortaan mogelijk en zelfs wenselijk is, waarom dan eigenlijk niet?

Omdat het in dit concrete geval een uiting zou zijn van verloedering van de literaire vorm en van verfoeilijk naturalisme.

De post-literatuur is de tot de uiterste vulgariteit afgezonken romantiek.

De romantiek die op ieder kunstwerk loert om het te besmetten als schimmel, om het aan te tasten met zwammen, door schurft. Die foto opnemen – juist dat zou romantiek zijn, anekdotisch, alleen maar decoratief. De ecologische klassiek heeft het decoratieve en naturalistische de oorlog verklaard ten voordele van het scheppende, de plotselinge openbaring. Niet nog meer vormeloosheid, dwaalwegen van de twintigste eeuw – maar scheppende restauratie van de door de grootste genieën ontwikkelde paradigmata van de literatuur.

Wat zouden Pindaros en Leopardi in zo’n geval hebben gedaan? En de rijpe Gerard Walschap, de adelaar van Londerzeel – ze zijn nog niet eens in staat geweest hem goed te lezen! (Walschap niet gerecipieerd.) 

De foto in de tekst onderbreekt de stroom, het ritme en de melodie van het proza. Het is al een oude kritiek op Lessing die het beeld, de metafoor aanprijst als middel om de lezer directe toegang te laten vinden tot het literaire medium, dat hij een vreemd element binnenhaalt in het medium literatuur. Door de beeldvorming niet over te laten aan het voorstellingsvermogen van de lezer maar het hem kant-en-klaar voor te zetten.

De interruptie door het beeld is een inbreuk in het tekstmedium. Het vreemde medium slaat een schaarde in de bewustzijnsstroom die de tekst juist in het brein van de lezer teweeg wil brengen. Maar misschien moeten we in een poly-mediale literaire structuur – daarover meer in de hierboven vermelde inleiding tot het Rechtvaardige Rechters-werk – minder denken vanuit de tekst die bestemd is voor het gedrukte boek. En ook denken vanuit het digitale medium.

Op deze plaats moet er in ieder geval een knoop worden doorgehakt.

Ik laat de tekst onaangetast en plaats de foto hieronder in het net – vol angst te veel te tonen en al dingen te verklappen uit een ‘roman‘ waartoe wij hopelijk de kracht zullen hebben hem nooit te schrijven. We beschouwen de traditionele roman sowieso als achterhaald, leeggemolken, een lege huls.

Alles wat u ooit over het geheime leven van Frank te weten zult komen staat al in het Bolwerk van de Geest, d.w.z. in het hoger genoemde eerste deel van het werk over de Rechtvaardige Rechters.

Nienoppes’ Prairiebloem als cheerleader.

 

Win vandaag nog…

22 november 2020. Lucas Mariën

 

De beroemde Ode aan Jan van Eyck die Lucas de Heere schreef, en waarin hij het Lam Gods bezong, bevat voor mij duistere plaatsen. Ik heb ook twijfels i.v.m. de transcriptie van de tekst. Het hele gedicht is gemakkelijk te vinden bij de Digitale Bibliotheek Nederlandse Literatuur. Vooral voor vers 37 ben ik op zoek naar een overtuigende verklaring:

 

36   Sijn broeder Hubert rijdt bij hem in d’hoogste sté.

37   Welcken Hubert dit waerck begon naer sijn zé

38   Maer door de doot (diet al doodt) moest hijt staken

 

De eerste drie lezers die een bevredigende lezing voorstellen (voor dat vers 37) krijgen een gecertificeerde reynebeau cadeau.

 

Van Assange tot de Zwarte Kous

 

Van Assange tot de Zwarte Kous.

CC. 27 oktober 2020.

 

Een van de gefabriceerde bewijzen tegen Assange was dat condoom waarop niet het geringste spoor van DNA te vinden was. Niet van hem, en ook niet van de betrokken dame (die hem van verkrachting beschuldigde). Deze dame heet Anna Ardin.

De voormalige Britse diplomaat Craig Murray noemt haar op grond van dit door haar geproduceerde valse bewijsstuk en andere contradicties in haar optreden een leugenares.

https://www.craigmurray.org.uk/archives/2012/09/why-i-am-convinced-that-anna-ardin-is-a-liar/

Hij hangt het beeld op van een teleurgestelde groupie die heeft vastgesteld dat de aanbedene ook nog in een andere vrouw geïnteresseerd is en die van dat ogenblik af bezield wordt door wraakzucht.

Anna Ardin

Ardin is intussen dominee in een protestantse kerk. Christenen staan in de wereldliteratuur bekend als huichelaars (Molières Tartuffe, Stendhals Rood en Zwart…) Meer bepaald over de Zweedse protestanten bestonden er al lang geen illusies meer, sinds August Strindberg in meerdere werken zijn licht over deze oprechte gelovers heeft laten schijnen.

De geloofwaardigheid van Ardin kreeg nóg een knauw door het onderzoek van de Zwitserse UNO-diplomaat Nils Melzer, ‘UN Special Rapporteur on Torture’ noemt hij zich. Melzer publiceerde op 26 juni vorig jaar – ter gelegenheid van de Internationale Dag voor de slachtoffers van foltering – een stuk, ‘Demasking the torture of Julian Assange’.

https://medium.com/@njmelzer/demasking-the-torture-of-julian-assange-b252ffdcb768

Hij had deze tekst ter publicatie aangeboden aan een hele reeks Angelsaksische persorganen waaronder The Guardian, The New York Times, The Washinton Post, schrijft hij aan het einde van zijn opstel. “None responded positively.”

Over het feit dat het hele Zweedse incident geënsceneerd was kan geen twijfel meer bestaan.

***

18 september 2020. Uschi von der Leyen heeft een speech gehouden voor het Europees parlement die ze ‘state of the union’ noemt. Ik wil die toespraak wel eens bekijken. Misschien vind ik ze op de website van het parlement. https://Europarl.europa.eu/news/nl/search/

Daar staat allerlei te lezen. Over bijvoorbeeld een Sacharov-prijs die door het parlement wordt toegekend aan voorvechters van de mensenrechten. De lijst van kandidaten voor het jaar 2020. Nergens een Assange te zien – die nochtans omwille van zijn inzet voor de mensenrechten en in strijd met iedere wettelijkheid gechicaneerd en gefolterd wordt – langzaam dood gefolterd wordt. Hierover bijvoorbeeld ook nog Slavoj Žižek in Der Freitag (https://www.freitag.de/autoren/der-freitag/sie-toeten-ihn-langsam/).

Ik tik het zoekbegrip Assange in voor heel de website van het EU-parlement. Krijg als antwoord: »Geen resultaten voor Assange«.

Voor een parlement dat zich zo graag opdirkt als voorvechter van mensenrechten in Rusland en China, bestaan die rechten niet voor Julian Assange, bestaat hijzelf ook niet als voorvechter, held, morele gestalte… Dat wil ik vasthouden: morele gestalte. ‘De literatuur is daar voorstander van,’ zou Lucas zeggen. En hij zou er waarschijnlijk aan toevoegen: ‘Naarmate de literatuur – die autonoom is, als ze is, en die geen geboden van buitenaf accepteert – naarmate die meer en meer geboden moet overtreden om haar autonome karakter te manifesteren en dingen moet zeggen die door profane rechtbanken bestraft zouden kunnen worden, heeft ze mensen als Assange ook meer nodig om teksten te versleutelen, te coderen en ontraceerbaar te maken. Zulke mensen zijn onmisbaar geworden, al is de literaire kwaliteit van een werk en de verdienste natuurlijk groter als je het verbodene zo kunt zeggen dat…’

Hier zou hij de vinger op de lippen leggen: er moet steeds meer geheim worden gehouden! Allicht zou ook het duivenhok – de postduif als medium voor het transport van literaire teksten naar de consument – nog ter sprake zijn gekomen. Op de vraag of het dan al zover is met de censuur antwoordt hij:

‘Niet als je nu al verboden dingen schrijft.’

***

Ruim een week later, einde september.

Schoorvoetend maar dan toch – het Europees parlement wil naar verluidt dat de Europese raad “eindelijk maatregelen neemt” tegen Polen en Hongarije, die de fundamentele rechtsprincipes waarop de EU gegrondvest beweert te zijn uit hun hengsels lichten. Het gaat niet om bijkomstigheden, het gaat om een systeem zelf, over de sluipende vervanging van een democratie door klerikaalfascisme.

Een jaar geleden schreef ik op deze website: (Steekkaart Recht 2.2.2 De herstellers):

‘Op 4 juli 2018 hield de Poolse minister-president Mateusz Morawiecki een toespraak in het Europese parlement. Hij begon met te zeggen dat de “democratie” gesterkt moet worden. (…) In een adem beschuldigde Morawiecki er dan de EU van “boosaardige dreigementen” in de richting van Polen te uiten naar aanleiding van die restauratieve ingreep, maar zijn land zou niet wijken, integendeel. In plaats daarvan was het zijn droom, aldus Morawiecki, “de EU te transformeren, ze te re-christianiseren” (https://de.rt.com/1k0v).’

Hoe deze Pool de ‘democratie’ wil ‘sterken’ zien we in zijn eigen allerwegen bewonderde land, waar de onafhankelijkheid van justitie opgeheven is, de politiek onwelgevallige juristen op non-actief gesteld en de media gezuiverd. ‘Christus-Koning’ is uitgeroepen tot eigenlijke chef van het land en er worden gigantische, – zowel qua afmetingen als qua lelijkheid –, monumenten voor hem opgericht.

De wahahare democratie!

‘Jullie visie op de fundamentele rechten is maar een visie,’ roept Moravietski. ‘Wij hebben een andere visie die evengoed geldig is.’

‘De EU kijkt passief toe hoe Polen de rechtsstaat afschaft’ bloklettert de Süddeutsche Zeitung van 13 oktober 2020, een bijdrage van Florian Hassel.

https://www.sueddeutsche.de/meinung/polen-rechtsstaat-europaeische-union-von-der-leyen-1.5064412

Hij schrijft:

‘De tweeëntwintigste juni oordeelde de (…) Raad van Europa eens te meer vernietigend over de – bagatelliserend rechtshervorming genoemde – stelselmatige liquidatie van de onafhankelijkheid van Poolse rechters en van andere delen van de justitie.’

De krant herinnert eraan dat Von der Leyen met Poolse stemmen chef van de Europese raad is geworden (na Christus-Koning ongetwijfeld; CC), en ze laat niet na haar liefde voor het land van het reeds gevestigde klerikaalfascisme te laten blijken.

‘Midden september,’ aldus de Süddeutsche, ‘sprak ze in haar rede over de toestand van de unie over ieder denkbaar thema, van corona tot klimaat, maar ze vermeldde noch Hongarije noch Polen. Lippendienst aan de rechtsstaat, dat wel natuurlijk, maar geen effectieve maatregelen.’

***

Een paar dagen na de oprisping uit het parlement komt er een officieel rapport gepresenteerd door commissaris Vera Jourova. Dat komt, nog maar eens, tot de conclusie dat de genoemde landen de wet aan hun laars lappen. Gevolgen zal dat ook deze keer niet hebben. Die landen zouden dan ook, bij wijze van sanctie en pressiemiddel, de financiële steun van de unie maar moeten verliezen, lispelt Jourova, maar daar moet eerst nog over gediscussieerd worden. De Polen en de Hongaren hebben trouwens meteen gedreigd met blokkade, als uit die negatieve beoordeling iets anders dan hol gepraat zou voortvloeien. Tot zover een bericht van de VRT op het internet.

De correspondent van het eerste Duitse net ARD gaat hier verder (Tagesschau, 30 september 2020, 20:00 u; te vinden op YouTube). Het Duitse voorzitterschap (van de EU op dit moment), zegt hij, formuleert, ‘om een blokkade te voorkomen’, een voorstel tot compromis: financiële sancties zouden niet principieel worden opgelegd, maar alleen als kan worden bewezen dat er geld verkwist wordt of anderszins corrupt gebruikt. Dus niet wegens rechtsbreuk, dit wil zeggen niet principieel, niet naar de grond van de zaak, maar incidenteel. Ik ben maffieus, maar daar praten we niet over. Alleen als ik met mijn zakgeld zondige begeerten bevredig, dan wordt er ingegrepen. De Tale Kanaäns, ze plaveien het land met slijm en schraapsel. Het gaat er om, te voorkomen dat er een officiële, door het parlement goedgekeurde veroordeling zou komen van het rechtssysteem dat ze eigenlijk voor heel de unie zouden willen invoeren. Alleszins geen principiële veroordeling dus, waarop latere rechtspraak zich zou kunnen beroepen. De zaak laten rotten tot het krompraten gewerkt heeft en de democratie voldoende uitgehold is om een ‘democratie’, een wahahare, in de plaats te stellen. De Tale Kanaäns, het verzoetsappigen, verchristelijken, de eigenlijke doelstellingen omzwachtelen. Doen alsóf er een sanctie is. De schending van de wettelijkheid als zodanig blijft in werkelijkheid ongestraft.

Het voor de EU – verbaal dan – geldige rechtsprincipe van de Scheiding der Machten, door Montesquieu geformuleerd in 1748, was bedoeld om de willekeur van machthebbers te beknotten, zodat ook machtelozen recht zouden kunnen krijgen. Wetgevende, rechterlijke en uitvoerende macht mochten niet langer in één hand verenigd zijn omdat dat neerkwam op het recht van de sterkste. De Polen willen terug naar een voorheen, een toestand quo ante. De middeleeuwse vrouwenhater en grote brandstapelliefhebber Thomas van Aquino in plaats van de verlichte Montesquieu.

Die onappetijtelijke Poolse paus die er geweest is en wiens ambitie het was de Russische revolutie terug te draaien en vervolgens ook nog de Franse.

In Montesquieu komt het eigenlijke mikpunt van de rechristianiseerders aan de oppervlakte: de Verlichting.

Zoals die ene Pool zich opwerpt als verdediger van de democratie, de wahahare, zo beroemde die paus er zich op dat zij de uitvinders en bevorderaars van de wahahare Verlichting zouden zijn.

Het ARD-bericht brengt een stukje interview met een parlementslid van de Groenen, Daniel Freund. Dat ‘compromis’ ter verdoezeling van de Pools-Hongaarse onwettigheid meent die, zou ‘nóg een instrument zijn zonder effect, dat nooit zal worden toegepast’. Natuurlijk,– schijnpolitiek – heel dat Europees parlement is toch een schijnparlement. Het bezit bovendien geen legitimiteit.[1]

Voldongen feiten bewerkstelligen, stilaan gewoon doen worden, laten rotten, tot de toestand als onomkeerbaar geldt. En de verdoemde verlichte kant, d.w.z. de niet meer feodale kant van het EU-bestel verdringen – zoals ze commissaris Frans Timmermans op een zijspoor hebben geschoven omdat hij aanstalten maakte om de grondregels in bescherming te nemen.

In het Europees parlement, aldus de correspondent van de ARD verder, wordt daarenboven pressie uitgeoefend op de parlementsleden: “Duitsland onderhandelt met het pistool op de borst”: het corona-hulpfonds komt immers in gevaar als we niet gretig bezwijken voor de Pools-Hongaarse chantage, als we gaan staan op het in de grondprincipes immers maar pro forma opgenomen verlichte ideeën. “Om een blokkade te voorkomen” natuurlijk, en om beweerde weldaden te kunnen uitstrooien over de brave burgers, slachtoffers van corona, wij zijn zo bekommerd. En christelijk. En alles.

Het land van de dichters en denkers (zoals Duitsland zich bij gelegenheid nog steeds graag ziet; Goethe, Kant, Bach… zoals ook wij het graag zien) is aan lager wal geraakt en afgezonken tot de Bende van de Zwarte Kous van Angela, met die ambassadrice bij het Vaticaan met een vervalste doktersgraad, Schavan heette ze, en met de wollig besnorde en barensgeweldige bazin van de EU, Ursula, incluis. Het is een cancel-culture van bovenaf – in het werk gesteld door cultuurloze nouja… wezens.

***

Uschi maakte in haar zogenaamde ‘state of the union’ ook nog bekend dat de Europese raad een voorstel wil doen ‘om de lijst van Europese misdaden uit te breiden’. Ach zo, de lijst van de Europese misdaden… Hoe kan die nog ‘worden uitgebreid’, Uschi, de EU is toch al decennia lang medeplichtig aan de meeste misdaden van de Westerse Waardengemeenschap. Maar de Europese lijst moet volgens haar nu worden uitgebreid ‘tot alle vormen van haatmisdrijven en haatzaaierij, of het nu gaat om ras, religie, geslacht of seksualiteit’. Maar dan blijft alleen nog de haat tegen de Russen over, en tegen Poetin ook, en Assange – hoezeer verarmen we op die manier ons haatpotentieel, Uschi! Censursula – zo werd ze genoemd: Uschi ijverde al als minister in Duitsland voor censuur in het internet.

En de nonnetjes in de kleuterschool hebben ons toch duidelijk geleerd dat we ‘het goede (moesten) liefhebben’ en ‘het kwaad (moesten) haten’. Uschi heeft van de lessen van de Eerwaarde Zusters alleen maar dat bevel tot breidelloos voortplanten kunnen onthouden. Het goede lief te hebben, dat is ze te enenmale vergeten.

Hate crime – het begrip komt van bij de grote broeder. Het is maar één van de voorbeelden van onzindelijk taalgebruik uit die hoek.

Taalkundig-filosofisch-juridisch gesproken is het een leeg begrip. Haat is een gevoel, een affect. Geen beredeneerde toestand die een gevolg zou kunnen zijn van een rationele beslissing. Aangezien het subject er niet verantwoordelijk voor is, is het dus onschuldig. Haat-criminaliteit, dat is absurd. Het bestaat niet, is ondoordacht en een van die vooral in het Waarden-Westen de jongste jaren puur ideologische en intellectueel bedenkelijke constructies die alleen dienen om de burgerrechten, de principes van de verlichting verder te beknotten. Haat-criminaliteit – dat is iets als hongercriminaliteit. Honger heb je of heb je niet. Maar dat in verband brengen met criminaliteit is bedrog.

Bovendien: als mensen decennia lang dag in dag uit de misdaden van bepaalde groepen, entiteiten, kunnen zien en ondanks het steeds sterker verzwijgen in de media het ware karakter van die groepen kennen, dan zou het moreel minderwaardig zijn als er geen negatieve gevoelens ontstonden. Als de ‘morele wet in mij’ die Immanuel Kant zo zeer bewonderde, zou zwijgen. ‘De sterrenhemel boven mij en de morele wet in mij’ waren de dingen waarvoor Kant beweerde een ongehoorde bewondering te hebben. Wat Ursula vdL haatcriminaliteit noemt, zou in veel gevallen wel eens die morele instantie in mij kunnen zijn. Die met het bedrog, de holle frasen, de ideologische constructies als de boven gesignaleerde niet meer wil meedoen – en meestal maar weinig middelen tot verweer heeft. Die de haatzaaierij terecht onderscheidt als door de daders veroorzaakt. Maar de eigenlijke daders wil Uschi vanzelfsprekend niet vervolgen. Dat zijn immers haar kompanen.

Ik moet hier het advies van Lucas vragen. Hij heeft de ‘haat-deugd’ uitgevonden – weliswaar gebaseerd op de lessen van de eerwaarde zusters van zijn kinderjaren. Hij denkt dat Ursula von der Leyen tot ketterij vervallen is en ondanks haar baren geen echte katholiek meer. In ieder geval: kunst zonder haat is volgens hem evenmin mogelijk als kunst zonder liefde. Ik hoor het hem nog zeggen: ‘Niet alleen de liefde koesteren, de zoetheid zingen, maar ook de haat zaaien, de haat tegen degene die onze vaderen ‘den viant’ noemden. En tegen de ongerechtigheid van deze wereld.’

En over hoe hij denkt dat de te verwachten nog meer verboden aan de laars van de kunstenaars kunnen – en moeten -worden gelapt.

Daar dient de kunst toch voor: maar zoals gezegd, dat moet hij dan maar eens uitleggen.

 

***

Ik wil hier tenslotte nóg eens verwijzen naar het satirisch programma Die Anstalt, op het tweede Duitse net ZDF.

https://www.youtube.com/watch?v=SF_bP-tAyeU/

Er kan niet genoeg reklame worden gemaakt voor het kwestieuze Wikileaks-filmpje. Te vinden onder “collateral murder”. Bekijk het, deel het, bewonder de westerse waardengemeenschap. Oordeel of u daartoe wil behoren.

Ook niet vergeten, op deze website, over de folteraarster die chef is van de CIA, Gina Cheri Haspel: LiteraLeaks (10) – vooral – en LiteraLeaks (11).

Coralie Coloratuur

C.c.A.e.d.

 

________________________

  1. Prof.Dr. Karl A. Schachtschneider: Verirrungen der EU-Europäisten. Eine kritische Nachlese zum Gerede von ‘Demokratie’ bei den EU-Wahlen. https://zeit-fragen.ch/archiv/2019/nr-18-13-august-2019/verirrungen-der-eu-europaeisten.html

 

Te romantisch?

 

Coralie Coloratuur. Oktober 2020

 

Ook wij staken tegen censuur. Maar als ik nu blijf zwijgen, dan bevorder ik juist die censuur.

En volgens Lucas mocht er op een literaire website niet over condooms gesproken worden. Dat vindt hij te romantisch. We moesten de hele Goethe er maar eens op nalezen, daar komt geen ene condoom in voor. Bij Hermans ook niet of nauwelijks. Bovendien doet de literatuur niet aan politiek.

De mainstreaming van de media is in Duitsland ook bezig, maar er zijn belangrijke uitschieters, zoals het satirisch programma Die Anstalt, op het tweede net ZDF.

Meesterlijk, hun behandeling van het Assange-proces.

Vandaar dat ik niet kan nalaten er naar te verwijzen:

https://www.zdf.de/comedy/die-anstalt/die-anstalt-vom-29-september-2020-100.html

Ik moet dit tekstje nog wat fatsoeneren; maar nu gauw op het net, alvorens onze anti-romanticus er erg in krijgt.

Groet aan iedereen,

Coralie.

(Ik kom hier op terug!)

Er kan intussen niet genoeg reklame worden gemaakt voor het kwestieuze Wikileaks-filmpje ook. Te vinden onder “collateral murder”. Bekijk het, deel het…