Interview (1)

Koehns exemplaar van deze affiche. Nu in het ‘Archief Rechtvaardige Rechters’, Ascona. Foto: Coralie Coloratuur.

 

Lucas Mariën: Is ons interview begonnen? Dan zal ik maar meteen een vraag stellen, Coralie. Het is me opgevallen dat je geschreven hebt over moslim-meisjes die een bijdrage zouden kunnen leveren tot de studie van Siger van Brabant…

Coralie Coloratuur: in een interview is het normaal gesproken zo dat de interviewer de vragen stelt.

Lucas Mariën: Maar met iemand die zo onervaren is als jij – je hebt me gemaild dat je een interview met mij wou maken. Daarvoor ben je speciaal uit Zwitserland gekomen met je vurige Porsche en je oranje pumps en nu je hier bent… Nu zou ik geen vraag mogen stellen?

Coralie Coloratuur: het is de Porsche van mijn vriendin Saga…

Lucas Mariën:  …die ken ik. Heet die niet Sofia?

Coralie Coloratuur: Zo noemde ze zich vroeger meestal, met haar tweede voornaam – maar dat staat toch in je boek? Maar ik neem aan dat dat een van de 97 restricties was voor dit gesprek, waarover je niet wou praten. Wie was Henry Koehn?

Lucas Mariën:  Henry Koehn, ja, maar in de – wat jij zo voortreffelijk genoemd hebt: de legende Koehn – daarin was er veel wat niet kon kloppen. Om maar iets te noemen: enerzijds wordt Koehn voorgesteld als een sinistere nazi met een top-opdracht: hij moet de Rechtvaardige Rechters terugvinden om ze aan Hitler cadeau te geven. Maar anderzijds is hij bij wijze van spreken met de fiets onderweg. Alles heel amateuristisch, geïmproviseerd. Altijd alleen ook. Als er topstukken van het naziregime zo een onderzoek begonnen, zeker ook als het was om de Führer te eren, dan stuurden ze toch geen oude man met een boekentas die de bus moest nemen. Behalve dan dat hij zelf een zeer ijverige en degelijke werker was, de belichaming van de beroemde Duitse Gründlichkeit.

Coralie Coloratuur: dat blijkt ook nog uit de correspondentie, na de oorlog. Mensen uit Wetteren die zeggen: als meneer Koehn het niet heeft kunnen oplossen, dan kan niemand het. Ik geloof dat die journalist van de Gazet van Antwerpen, Leon Leys, dat schrijft, in een brief aan Eva Koehn.

Lucas Mariën:  Ja, het lijkt erop dat hij niet onsympathiek overkwam. Ze spreken met een zekere warmte over hem. Hij moet wel een innemend mens geweest zijn, ook zijn collega’s, zijn superieuren vonden dat. En dat is dan een tweede in het oog springend feit: dat waren geen nazi’s. De Kunstschutz, zoals die instantie heette, wordt pas in de loop van de oorlog genazificeerd. Die was eigenlijk in de Eerste Wereldoorlog ontstaan, door professor Clemen. Ik heb de indruk dat dat kunsthistorici waren die gewoon probeerden er het beste van te maken en in die oorlogsomstandigheden iets zinnigs te doen. Clemen liet het Tartufistaanse patrimonium fotograferen en in kaart brengen – iets waaraan Koehn ook nog zal meewerken, in de Tweede Wereldoorlog dan. Maar de Kunstschutz, dat waren grotendeels zeer competente mensen, Clemen, Metternich, Rosemann… het waren echte kunsthistorici. Professoren ook. In Duitsland betekent dat wel iets.

Coralie Coloratuur: … Moltke.

Lucas Mariën: Joachim Wolfgang von Moltke, ja. Hij deed dingen waarvoor mensen met een minder grote adellijke naam direct de gevangenis in vlogen. Zijn broer Helmuth was trouwens een van de initiatiefnemers van de beroemde samenzwering van officieren tegen Hitler, uitgevoerd door Stauffenberg. Helmuth von Moltke hebben ze toen trouwens ook gefusilleerd. Overigens ook een broer van Henry Koehn, Waldemar, zou in de nadagen van die aanslag… Ze zouden hem zelfmoord hebben nahegelegt – dat wil letterlijk zeggen: dichtbij gelegd. Namelijk een geladen pistool gelegd op zijn nachtkastje. Wie zoiets vond wist wat er van hem verwacht werd. Meer weet ik daar ook niet van. Ik zal er mijn hele leven spijt van hebben dat ik niet meer met de kroongetuige Joachim Wolfgang von Moltke heb kunnen praten. Ik heb nog wel geprobeerd, maar hij was toen al ver in de 90. In het begin leek het een veelbelovend contact, maar dan kon hij niet meer. Hij is kort daarop ook gestorven. Hij had zeer veel vragen over Koehn en zijn onderzoek kunnen beantwoorden. Hij heeft na de oorlog belangrijk werk geleverd als museumman en hij heeft het standaardwerk over de leerling van Rembrandt Aart de Gelder geschreven. Koehn paste perfect in dit milieu, niet alleen door zijn politieke gezindheid, maar ook om zijn technische bekwaamheid. Hij was een zeer goede fotograaf, echt wat zo’n Kunstschutz nodig had. Foto’s nemen, dat was toen nog een specialiteit. Hij schijnt zijn Leica altijd bij zich te hebben gehad; ik heb die nog in handen gehad, die Leica. En ik heb zijn dochter gevraagd of ik hem nog eens mag bekijken en foto’s nemen en zo. Dan moeten we eerlang de website nog eens voor een tijdje sluiten en naar Sylt reizen, Coralie.

Coralie Coloratuur: Ik wil ook wel alleen naar Sylt reizen, daar hoef je niet per se bij te zijn. Dan kun je onze website wel een paar weken alleen open houden.

Lucas Mariën: Maar Coralie, met jouw onervarenheid! Alleen naar Sylt! Wie weet verloof je je dan nog eens met een Fries. Of je steekt met een walvisvaarder in zee. En je bekeert je tot het protestantisme…

Coralie Coloratuur: Ter zake alsjeblieft. Doorgaans schuif je het historische aspect ver van je af. Je zegt dan, van die broer van Koehn, die Waldemar, dat weet ik niet precies…

Lucas Mariën: Ik hoef dat niet perfect te weten. Ik wou een boek schrijven dat wel geen historische roman zou zijn, maar een roman met – ik zal het zo zeggen: een historisch aspect. Zowel Goethe als Hermans verwerpen de historische roman. Ik heb daar veel over gepiekerd. De historische roman beperkt de schrijver te zeer, zegt Hermans, belemmert zijn vrije scheppingskracht. Omdat hij dus gebonden zou zijn aan dat historisch materiaal. Mijn tegenargument was: waarom gebonden? De historische roman is verwerpelijk als hij de ambitie heeft de geschiedenis te schrijven, maar niet als hij de geschiedenis gebruikt om de lezer te plezieren. De schrijver kan met die geschiedenis toch doen wat hij wil! En als die zogenaamde geschiedenis hem kan helpen om andere dingen aan de man te brengen – des te beter. Ik verschil niet graag van mening met de grote classici, maar later heb ik dan een uitspraak van Ovidius gevonden: Exit in immensum fecunda licentia vatum, obligat historica nec sua verba fide.

Coralie Coloratuur: De vruchtbaarheid van de dichter expandeert tot in het oneindige en ook de trouw aan de geschiedenis legt hem geen beperkingen op.

Lucas Mariën:  Zo ongeveer vertaal je dat niet slecht, Coralie, maar voor vatum zou je misschien een beter woord kunnen vinden.

Coralie Coloratuur: Geen historische roman dus?

Lucas Mariën:  Nee, dat is niet echt… literair. Bovendien is er in verband met de Rechtvaardige Rechters altijd te veel nadruk gelegd op zogenaamde historische elementen. Dat diende alleen om de mensen zand in de ogen te strooien. Er is nodig wat jij zo treffend genoemd hebt: een copernicaanse omwenteling. Van het materiële naar het ideële; van de detective naar de filosoof. De vraag is niet wat wij geloven, maar wat ze willen dat we geloven? De feiten in verband met de diefstal zullen wel stilaan allemaal bekend zijn. Maar ze zijn niet toereikend om een sluitende reconstructie te maken. Onder andere omdat er veel verdoezeld en verdonkeremaand is. Het is een van de grote verdiensten van Karel Mortier dat hij niets verdoezelt, bijvoorbeeld in verband met stukken die gestolen zijn uit de officiële dossiers van het gerecht.

Coralie Coloratuur: Was Koehn ook op zoek naar die… Ik zal maar zeggen, mythologische kant van de zaak?

Lucas Mariën:  Nee, Koehn was voor honderd procent een detective. Hij zat ook nog veel dichter bij de gebeurtenissen en geloofde dat hij het paneel kon terugvinden. Zo dichtbij… Ons archief heeft bijvoorbeeld een exemplaar van de opsporingsaffiche van 1935. Koehn heeft die nog te pakken kunnen krijgen. Van onderzoeksrechter De Heem zelf? Dat is maar een vermoeden. Over die De Heem moet je trouwens maar eens een bijdrage op je detectivebord plaatsen. Over hem zijn veel verkeerde verhalen in omloop. Maar de nazi’s, die hadden dat natuurlijk wel in de gaten, dat die Kunstschutz een soort eilandje was. De grote baas, Metternich zelf, nam het woord Schutz -de  bescherming in de naam van zijn dienst au sérieux en verzette zich bijvoorbeeld tegen de rooftochten van Göring. Toen Göring wilde rondgaan in het Jeu de Paume in Parijs om zijn keuze te maken uit de impressionistische meesterwerken wilde Metternich dat niet zo maar accepteren. Hij wou met zijn adjudant per se meegaan op die rondgang. Tenslotte was hij de chef van de Kunstschutz. Göring is toen razend geworden over die pottenkijker en liet de graaf met klikken en klakken buitengooien uit dat eerbiedwaardige museum. Mevrouw Blume van het Bundesarchiv in Berlijn heeft mij een brief laten zien van Reinhard Heydrich die erg onheilspellend was voor de hele Kunstschutz.

Coralie Coloratuur: Van die mevrouw Blume zitten er foto’s  in het archief.

Lucas Mariën: Ja, maar je kunt die niet publiceren zonder haar toestemming.

Coralie Coloratuur: Waarom heb je die dan gemaakt?

Lucas Mariën:  Ze was een erg mooie vrouw en er was toen nog geen sprake van een website. Ik werkte aan een roman, moet je niet vergeten. Die foto’s, dat was meer voor mijn eigen… herinneringen.

Coralie Coloratuur: Ik zou die foto’s toch niet op de website zetten. Maar die – zoals zijn volledige naam luidt: professor doctor Franz graaf Metternich zur Gracht…

Lucas Mariën: Die roemruchte naam heeft hem waarschijnlijk gered. Daar durfden de nazi’s toch niet zo goed met hun gewone middelen tegen beginnen. Metternich was zo’n lastpost dat ze die gewoon naar huis hebben gestuurd. Middenin de oorlog, gewoon buitengezet uit het leger en de hele boel. Toch wel raar. Maar Metternich was bijvoorbeeld iemand die Koehn in stilte ondersteunde, ook bij zijn onderzoek naar de Rechtvaardige Rechters. Dat waren mensen die gewoon niet wilden dat de nazi’s dat paneel in handen kregen. Dat zou een ongelooflijk propagandistisch succes geweest zijn, daar zou Goebbels honing uit gepuurd hebben. De Kunstschutz hoopte van harte dat het niet zo ver zou komen en dat Koehn hun stokken in de wielen zou steken.

Coralie Coloratuur: wat doe je dan met het verhaal dat Koehn bestraft zou zijn en naar het oostfront gevlogen omdat hij geen succes had met zijn onderzoek.

Lucas Mariën:  Dat is complete onzin. Koehn heeft einde 1942 uitdrukkelijk verbod gekregen om zijn onderzoek nog voort te zetten. Van de nazi’s. Hij heeft dat verbod trouwens bij meer dan een gelegenheid naast zich neergelegd en heeft tóch nog onderzoeksdaden verricht.

 

(Wordt voortgezet.)