Zwijgen

Anna Netrebko

 

 

 

Eigen aangelegenheden. Een nieuw boek. Strategisch geduld. ‘Leugenkunst’.

Eurykleia, mei 2024.

 

 

Lucas Mariën is begonnen zijn teksten over Willem Frederik Hermans van deze webstek weg te halen. Ik heb er me genoeg tegen verzet. Maar wie ben ik… Een aantal van die teksten zullen deel uitmaken van Mariëns boek over de klassieke Hermans. Ze hebben correctie nodig, moeten herzien worden, er moeten ook nieuwe dingen geschreven worden.

Dit is dus een periode van intensief werk, met als resultaat dat Lucas, bijna nog meer dan anders, met rust wil worden gelaten. Om het beleefd uit te drukken: hij is niet om aan te spreken.

 

Er zijn mensen die reclameren, zeg ik dan bijvoorbeeld tegen hem. Als je ziet wat er in de wereld allemaal aan de hand is, als je dat allemaal ziet… De Russische ‘speciale operatie’ in de Oekraïne, die een einde maakt aan de Waardenwesterse hegemonie bijvoorbeeld, een symptoom en symbool ook van het einde van die dominantie… kun je daaraan voorbijgaan?

Of aan de genocide in Palestina? Aan weer maar eens die rechtsverkrachting van het Waardenwesten, die huichelarij, die selectieve verontwaardiging, die medeplichtigheid… Moeten de mensen die nog iets als een geweten hebben niet zorgen dat ze uittreden uit die medeplichtigheid? Was dat indertijd niet ook de motivering van de leden van de Baader-Meinhof groep? Niet-medeplichtig zijn aan wat er in Vietnam gebeurde?

Maar ook dat voorbijgaan aan het ontwaken van machten in het zuidelijk halfrond, Zuid-Afrika, Brazilië… Om van de Afrikaanse wereld maar te zwijgen…

De politici snappen het niet en blijven doen alsof dat Waardewesten gelijk heeft, altijd gelijk heeft gehad. Hun handelen is niet gebaseerd op inzicht, op rationele processen, zie maar dat fiasco in Afghanistan. De mensen vragen soms… Moet de literatuur geen standpunt innemen tegen misdaden waarvoor het eigen Waardenwesten verantwoordelijk is? Waaraan ook de literatuurliefhebbers medeschuldig zijn, zonder daar iets tegen te kunnen doen? De toestanden hekelen, de daders aanklagen? Als literatuur nog iets wil betekenen, moet ze dan nú niet reageren?

 

Lucas’ reactie op mijn pleidooi is kortaf: de literatuur moet niets. Behalve dan woorden volgens het Paradigma op een rij zetten. En de taal zuiveren, het misbruik aantonen, de taalverloedering, het bedrog. Voor de rest, op dit ogenblik,  Eurykleia: IJzeren Zwijgen. En hij verwijst naar zijn eerste Nederland-boek, het Bolwerk van de geest, vorig jaar verschenen, waarin hij uitwegen zoekt uit de hedendaagse post-literaire situatie en enkele van de onveranderlijke fundamenten van de kunst in herinnering brengt. Daarmee zouden we het voorlopig moeten stellen, want hij ‘moet nu werken aan het nieuwe boek’.

 

Maar alle verboden zijn dus ongeldig, herhaalt hij nog eens. Literatuur mag alles. Ze moet alleen het literaire paradigma respecteren.

Autonomie

Een schrijver die rekening houdt met de meningen, regels, verboden… van politici uit het Waardenwesten is daarenboven verloren. Is daardoor vanzelf als schrijver dood. Dat is precies wat Goethe ook zei over wie voor geld schrijft. In de kunst gaat het alleen om het kunstwerk, om de oplossing van een esthetisch probleem dat de kunstenaar niet met rust laat: andere drijfveren vertroebelen de daartoe vereiste geestelijke hygiëne. Verboden belemmeren de vrije stroom van de inspiratie – en tegenover die stroom staat alleen: géén inspiratie.

Even dodelijk is het voor de schrijver rekening te houden met voorschriften van mensen die in de meeste gevallen beunhazen zijn.  Zelfs echte kunstregels, als de beroemde eenheden van Aristoteles – de eenheden van tijd, plaats, handeling – zijn ‘lastige knevels voor onze verbeeldingskracht’ – aldus Goethe, laat staan dan de verzinsels, de denk- en schrijfverboden, afkomstig uit de bovenkamers van de zo-even genoemden.

 

Er bestaan voor de kunst geen uiterste grenzen van wat mag of niet mag, behalve wat in het Paradigma is vastgelegd.

 

Het is zelfs bijzonder verdienstelijk dingen te schrijven die niet mogen, juist dát te schrijven wat verboden is. Ik denk dat dat te maken heeft met zelf-ervaring. Immanuel Kant had al waargenomen dat zich iets ontzeggen vaak gepaard gaat met een gevoel van voldoening, van tevredenheid. Dat is een gevolg van het feit dat de rationaliteit daarbij de controle behaalt over instinctieve impulsen, meent hij. Door het overwicht van de wilsdaad op intuïtieve neigingen wordt het ik-gevoel aangewakkerd, het zelfbewustzijn, met lustgevoelens als gevolg.

In de literatuur is dat niet anders: ze schenkt een gevoel van bevrediging als ze haar autonomie realiseert, als ze stijl kan worden. Schrijven wat niet mag verhevigt in de dichter het bewustzijn van… literariteit, van scheppingskracht, vorm en autonomie.

Voor wie moet leven onder geestelijke of andere dictaturen is het schrijven vanzelfsprekend ook een middel om aan de knevelarij te ontsnappen. Natuurlijk heeft dat praktische gevolgen: literaire werken zullen niet altijd aan de openbaarheid kunnen worden prijsgegeven zonder dat dat voor de producent nadelige gevolgen heeft – en vooral voor het werk dat hij nog onder de hand heeft. Meer dan ooit moet hij bijgevolg leren strategisch te denken. En het Zwijgen in te zetten waar dat zijn werk ten goede komt.

 

Intendanten

Er wordt te veel aandacht geschonken aan intermediaire structuren die ten onrechte als onvermijdelijk, als natuurlijk-gegeven worden beschouwd. Die controleren de wereld rondom en in verband met kunst, ze zijn actief tussen producent en publiek: galerieën, uitgeverijen, media, leerstoelen, musea – die wereld kunnen ze controleren, ‘Opus Dei en de CIA’, daar kunnen ze functionarissen en commissies benoemen. Via die tussenpersonen oefenen ze controle uit, bewerkstelligen ze de verloedering van het begrip kunst zelf.

 

De mechanismen van de culturele sector en van de markt zijn niet onontkoombaar.

Gottfried Wilhelm Leibniz heeft daar al in het begin van de achttiende eeuw tegen gereageerd. Gotthold Ephraim Lessing schrijft later in die eeuw een pleidooi voor een distributie waarbij de schrijver de volledige controle over zijn werk zou behouden, een pleidooi waartegen de ‘boekhandelaars’ overigens heftig protesteerden.

Ook Goethe heeft gesympatiseerd met en meegewerkt aan een project van verlichting-van-bovenaf dat was opgezet in Dessau en Wörlitz – in hetzelfde kader als de wereldberoemde parken daar, vandaag Unesco-erfgoed. Dat was een omvangrijk en ambitieus project voor volksopvoeding en emancipatie, georganiseerd door adellijke heren die met de ideeën van de verlichting sympathiseerden. Ze zochten naar middelen om de opbrengst van de landbouw te vergroten, organiseerden volksonderwijs, ambachtsscholen, bibliotheken, gezondheidszorg… En in die context was er ook een ‘uitgeverij van geleerden en kunstenaars’ opgericht, waarin de producenten als collectief het hele proces controleerden en het erom ging de ‘geleerden te bevrijden van het juk van de boekhandelaars’. Het was een opstand tegen de beginnende cultuurindustrie, tegen wat in de twintigste eeuw, hoofdzakelijk onder Angelsaksische invloed, de verwording van de kunst tot post-kunst zou worden.

 

Op de Documenta in Kassel in 2023 ontstond er een incident rond een agent van de Mossad die onsympathiek werd voorgesteld, met slagtanden en zo, meen ik – precies zoals ieder beschaafd mens zich zo’n type voorstelt. Het waren niet meer dan een paar pixels in een werk dat een zeer grote oppervlakte besloeg, een klein gezichtje in een massa, je moest er naar zoeken om het te vinden. Maar het werk werd van de Documenta verbannen. De intendante, de leidster van het evenement moest – ondanks de alsnog tentoongespreide gehoorzaamheid – ontslag nemen.

De kunstenaars kwamen bij dat alles nauwelijks in beeld, laat staan aan het woord. Hun mening viel tussen de plooien, verdronk in het schandaal. Ze hadden natuurlijk hun hele bijdrage moeten terugtrekken. Maar ook de andere deelnemers aan het evenement demonstreerden dat ze helemaal geen kunstenaars waren – wat ook al aan hun werk te zien was geweest. Ze hadden allemaal moeten weigeren om nog mee te doen.

 

De minister van cultuur liet weten dat ze het hele gremium van uitverkiezers voor Kassel, de keuzecommissie, zou vervangen.

 

Het is een voorbeeld van regressie, van het terugvallen in een ‘esthetica van de gezindheid’, een infantiele en cultuurloze houding die met een eigenlijke esthetica niets te maken heeft, maar die in het Waardenwesten onder Amerikaanse invloed de toon is beginnen aangeven. Of een kunstenaar juist gestroomlijnd is en er aan hem geen uitsteeksels zijn. Of hij, kortom, wel de juiste gezindheid heeft.

 

*

 

Dezer dagen is er net heibel rond de deelname van de grote  zangeres Anna Netrebko aan een concert in Luzern. Er kwam pressie van de kantonsregering om haar niét te laten optreden. Als argument werd aangehaald dat de ‘publieke waarneming van de soliste controvers’ zou zijn.

Kwaliteiten als controvers-zijn, zijn altijd een kenmerk van echte kunst. Politici werken mee aan een herdefinitie van kunst, een umwertung – ik kom hierop terug.

 

In het internet gemakkelijk te vinden is een opname van Le Nozze de Figaro in Salzburg in 2006, onder de leiding van Nikolaus Harnoncourt, met Netrebko in de rol van Susanna en daarin is ze ongeëvenaard.

 

Voor wie niet de tijd heeft om de hele opera nog eens te beluisteren – de aria Deh vieni non tardar uit het vierde bedrijf staat ook afzonderlijk op YouTube.

Die magische, hemelse houtblazers van Mozart altijd, in combinatie met déze zangeres…

 

De agitatie van de verkochte media tegen haar: Stendhal had het al voorspeld, dat er een tijd zou komen waarin de mensen de ‘Morning Chronicle’ zouden lezen, in plaats van Marianna Conti toe te juichen. We kunnen op dit moment zien waartoe dat de mensheid gebracht heeft.

 

 

Er zouden lijsten gepubliceerd moeten worden van meelopers die in een geval als dit hun medewerking aan zo’n concert niét terugtrekken. Nooit eerder traden de tweedeklassers met meer branie op de voorgrond – behalve dan in de nazitijd. Ook dat was een gouden periode voor meelopers. Maar wie insprong voor een geboycotte kunstenaar gaf zich daardoor meteen ook als dusdanig te kennen en drukte zichzelf een stempel op.

Netrebko vervangen kunnen ze niet, maar ze kunnen optreden als minderen. Die bovendien bereid zijn de grote beginselen van de kunst door beunhazen te laten umwerten.

 

*

 

Een gevolg van incidenten als dat op de Documenta

is natuurlijk ook dat een kunstenaar die nog ernstig genomen wil worden zal willen laten zien hoe zo’n Mossad-man er echt uitziet, en een aantal realistische trekken in zijn werk opneemt. Hij werkt ook in dat opzicht met lijstjes van foute meningen die hij ‘afwerkt’. Om de zestig bladzijden de Mossad, om de veertig de Amerikanen, om de anderhalf…

Kunst is subversief omdat ze niet meedoet met het inlepelen van voorgekauwde meningen, maar het publiek attent maakt op de noodzaak zélf te denken.

 

Voor het publiek is de intermediaire wereld van intendanten, cultuurfunctionarissen, keuzecommissies – is die manipulatie grotendeels onzichtbaar, behalve dan als verval, als degeneratie van kunst tot post-kunst. Het publiek wordt meer en meer gevleid en misleid met simulacra, namaak, nep, rotzooi. Het wordt dom gemaakt en wel dommer dan ooit het geval is geweest. Het wordt naar beneden gehaald tot op een niveau waarop de Amerikanen een rol schijnen te kunnen spelen. Decadentie als programma: om het onbeduidende doorgang te laten vinden.

Een civilisatie die decadent is: nergens wordt dat op dit ogenblik zo duidelijk uitgesproken als in Rusland. President Poetin zelf brengt het in redevoeringen ter sprake; de filosoof Alexander Doegin schrijft over de degeneratie van het Waardenwesten en over de zorg voor een patrimonium van waaruit een renaissance van echte, traditionele waarden zouden kunnen voortkomen – wat niet impliceert dat Doegin meer is dan een vragensteller en ideeëngever. Een deel van wat hij vertelt is voor de literatuurliefhebber eigenlijk niet nieuw. Die heeft sommige van die cultuurhistorische beschouwingen al bij Dostojewski gelezen. Met verbazing, en door de duidelijker wordende manifestatie van het ware karakter van het Waardenwesten geleidelijk ook met begrip. Het loont de moeite om met zulke denkers een discussie aan te gaan. De substantie in hun cultuur die ze willen behouden of terugkrijgen – het is dat wat ook Europa verloren heeft.

Overigens bestaan er ook in verband met Rusland lijstjes die afgewerkt moeten worden.

 

Met strategisch geduld

Ook hierop kom ik terug: Duitsland, een van de motoren van de verlichting, is in het begin van de eenentwintigste eeuw op weg terug naar de middeleeuwen, met een inquisitie en alles… De leidende cultuurnatie van de negentiende en van een groot deel van de twintigste eeuw is aan lager wal. Kan de kunst Duitsland, dat is Europa, opwekken? De Franse historicus en cultuurfilosoof Emmanuel Todd betoogt dat Duitsland opnieuw de motor zou moeten worden, als Europa wil overleven. Todd wijst er ook op dat het eigenlijke oorlogsdoel van de Amerikanen de uitschakeling van Duitsland is.

 

In de tijd van de Franse revolutie was Duitsland een lappendeken van kleine vorstendommetjes. Alles zat muurvast. De classici van Weimar begrepen dat hún revolutie er een naar de geest moest zijn. Dat ze machteloos waren tegenover die politieke achterlijkheid en dat ze zich met strategisch geduld moesten toeleggen op kunst en wetenschappen. En op het kritische denken als werktuig voor het ‘uittreden van de mens uit onmondigheid door eigen schuld’.

Copernicaanse wending. Leugenkunst.

Ik verkondig de opstand tegen de leugenkunst.

De geloofwaardigheid van de traditionele media is tot beneden het nulpunt gedaald – dat blijkt niet alleen uit enquêtes, maar bijvoorbeeld ook bij manifestaties van de gele hesjes in Frankrijk, van burgercomités elders, waarbij er tegen de ‘leugenpers’ geagiteerd werd. De agressiviteit tegen journalisten was niet zelden met handen te grijpen. Maar het woord ‘leugenpers’ – was er plotseling en wat erger was: iedereen begreep het.

 

Tegen de usurpatoren en de umwerters introduceren we het begrip ‘leugenkunst’.

Leugenkunst staat voor de wereld van simulacra en post-literatuur, de wereld van de intendanten, redacteuren, professoren… Steeds meer mensen beseffen dat de echte kunst zich daarbuiten afspeelt. Zoals gezond – of tenminste niet-ongezond – voedsel een privilege van een elite aan het worden is. Ze kijken uit naar echte esthetische ervaringen en beginnen te beseffen dat die niet te vinden zijn in de leugenkunst, maar dat ze een wereld moeten scheppen waarin de kunst zich opnieuw kan ontplooien. In afwachting zullen de ware liefhebbers wel wegen vinden om aan hun trekken te komen. Een veilige haven blijven natuurlijk altijd de klassieken.

 

Zo weinig mogelijk schade aan en storing bij zijn werk ervaren – is dat Lucas zijn enige zorg?

Wat te doen met de gelogen realiteit en de toenemende dwang om een strategisch niet-zwijgen te combineren met  een uit te diepen, passend zwijgen, een flexibel, zelfs een scheppend zwijgen, met talloze gradaties, lenig als een ballerina. E il mondo tace – zingt Netrebko in de hoger geciteerde aria: en de wereld zwijgt.

 

Tot zover op dit ogenblik het moment van overleg tussen Lucas en mijzelf. Kijkt u uit naar Met strategisch geduld II: Censuur allerwegen. ‘Tot de taal toe moet verboden worden’.

 

 

 

 

 

 

 

 

Tweede deel

Het tweede deel van ‘Nederland’ is verkrijgbaar! Meer informatie en bestelbon bij de —> Uitgeverij Paradigma.

 

Aan Z.M. Willem Alexander

Walschapdag 2023

Walschap-initiatief (1) 2023
25 oktober 2023. Lucas Mariën.

Vandaag, de Walschapsdag 25 oktober 2023, heb ik het tweede deel van mijn Nederland-werk voltooid. De volledige titel is: Nederland 2. De verduisterde bibliotheek.

 

Het is passend om op dit ogenblik even stil te staan bij de grote figuur Gerard Walschap, en om aan het geloof en het vertrouwen in dit nieuwe werk ook een herinnering te verbinden aan deze grote schrijver. Het is niet voorstelbaar dat er in het niet-bevrijde deel van Nederland nog iets van belang geschreven zou kunnen worden zonder dat zijn invloed er op een of andere manier – zonder dat zijn… zegen erop rust.

Nederland 2. De verduisterde bibliotheek. Een spannend boek waarin centraal staan:
– Henry Koehn, de Duitse officier die tijdens de bezetting op eigen houtje een onderzoek instelde naar het gestolen paneel van de RECHTVAARDIGE RECHTERS van Jan van Eyck. Terwijl het officiële Belgische onderzoek gesaboteerd was door de hoogste juridische instanties van het land. Zonder Koehn zou alles onder het tapijt geveegd zijn en zouden we van deze onthullende affaire haast niets hebben geweten.
– Arsène Goedertier, de schrijver van de afpersingsbrieven, niet alleen een schilderachtige figuur, een beetje Reinaert, een beetje Uilenspiegel, maar ook hij een ideaalbeeld, een Walschap van het praktische leven – de echte Walschap stond op dat moment aan het begin van zijn carrière.
– Last but not least Sofia S.S. de Lansere, de aan een schrijfblokkade lijdende achterkleindochter van Walschaps Sibylle de Lansere.

Nederland 2. De verduisterde bibliotheek zal binnenkort verkrijgbaar zijn.

We mikken er niet zonder vertrouwen op dat op de volgende Walschapsdag, op 25 oktober 2024, minstens ook het derde deel van Nederland verschenen zal zijn.

Vanzelfsprekend blijven we Nederland 1. Bolwerk van de geest aanbevelen.

 

Steekkaart Leynen 2

 

 

 

Augustus 2023. Coralie Coloratuur.

 

Hilda Leynen neemt contact op met Eva Koehn op 21 december 1974. Ze noemt zich Fräulein en stelt zich voor als kunstenares. Als dusdanig, schrijft ze, heeft ze zich ‘sinds vele jaren’ met het Lam Gods beziggehouden. Het zou haar nu te doen zijn om ‘wetenschappelijk’ onderzoek, en om de waarheid omtrent Koehns dossier en de diefstal van de Rechtvaardige Rechters aan het licht te brengen.

Op 15 september 1978 stuurt ze Eva deze foto. Ze vindt het daarbij nodig erop te wijzen dat ’de ridder op de achtergrond geen oeroud schilderij (is), maar een moderne tapisserie uit Zwitserland‘.

De ridder draagt een koningskroon, hij is een Parsifal – in de Wagneriaanse versie. Op onze steekkaart ‘Graal’ en in Mariëns boek ‘Nederland 1 Bolwerk van de geest’ –werd gewezen op de betekenis van die graal-romantiek voor het milieu van Van Cauwelaert, dat kort daarvoor begonnen was zich ‘christen-democratisch’ te noemen, in paats van – zoals vroeger – katholiek/katholieke partij etc. En – in Mariëns boek dan – op het feit dat het in dat milieu niet ongewoon was Van Cauwelaert met ‘duce’ aan te spreken.

Ook Hilda Leynen is geïnteresseerd in dat complex: de graal, de politieke elite van de tafelronde, de ideale maatschappij, kruistochten, tempeliers. Ze zal bijvoorbeeld een opstel schrijven over de Lijkwade van Turijn, die door kruisvaarders mee naar Europa zou zijn gebracht, een opstel dat gepubliceerd werd en waarnaar in de desbetreffende publicistiek nog steeds verwezen wordt: Linceul-de-Turin.fr

2.

Maar in het algemeen is Leynen wel het lot ten deel gevallen van de vrouw in de ‘ware’, de ‘ideale’ maatschappij van Van Cauwelaert c.s.. In intellectuele aangelegenheden wordt ze niet au sérieux genomen. Ze schnabbelt hier en daar wat. Een paar keer mag ze in de Gazet van Antwerpen iets over de Rechtvaardige Rechters schrijven, maar in het algemeen…

Tegenover Eva Koehn beklaagt ze zich dat het gerecht niet echt geïnteresseerd is in wat ze aanbrengt en dat ze behandeld wordt als een fantaste. Dat is geen slechte wil van die mensen, schrijft ze, maar met een zeker onbegrip zijn ze wel behept.

Wat zij zelf over de Rechtvaardige Rechters te berde brengt is in de context waarin ze leeft opvallend informatief en zakelijk. Ze gaat in tegen de woekering van verhalen, tegen het folklore-karakter van wat er in omloop is. De pendelaars, helderzienden en koffiediklezers spoken op dat moment nog rond tot in de boeken van Karel Mortier toe.

Leynen probeert als een van de weinigen ballast af te werpen en échte vragen te stellen. Ze probeert het voorgekauwde te ‘hinterfragen’.

3

Hilda Leynen was kennelijk goed thuis in het milieu van de Gazet van Antwerpen. Ze kende de journalisten Leys en Kerckhaert, die als eersten contact hadden gezocht met de familie Koehn.

Nog zo’n schnabbel: ze schrijft televisiekritiek voor ‘een van onze kranten’ laat ze Eva weten, maar ze verzwijgt de naam van de krant, zeker uit angst dat de roep van de Gazet tot op het eiland Sylt zou kunnen zijn doorgedrongen en dat ze daar voortaan met de nek zou worden aangezien.

In het Archief Rechtvaardige Rechters bevinden zich nog een paar aantekeningen in verband daarmee. Lucas heeft in 1998 en in 2002 met de broer en erfgenaam van Fräulein Leynen gesproken, Herman heette die. Die onderkende in het werk van zijn zus » twee grote complexen van vragen:

  1. Waar zit het paneel van de Rechtvaardige Rechters?
  2. Waarom is het gebeurd? «

Het waarom.

Hilda was de eerste die verder keek dan het zuiver materiële aspect van de zaak, die zich afvroeg welk scenario achter de hele affaire stak.

Stel, het paneel wordt teruggevonden, de normale toestand hersteld, de diefstal is alleen maar een incident geweest, een – volgens de sprachregelung van het bisdom – een fait divers dat mettertijd zou worden vergeten als zoveel andere schanddaden van dat systeem.

Maar nu, zolang het paneel van Jef van der Veken de plaats van het origineel moet blijven innemen, kunnen ze er niet stilletjes over zwijgen, over de reden waarom dat een kopie is. Ze moeten blijven uitleggen dat er iets scheef is gegaan. En altijd zal daar ook om het hoekje komen kijken: het gevaar van het klaarblijkelijk worden van massief bedrog, van de non-existentie van een rechtsstaat, van het bestolen-zijn  van een heel volk.

Maar gebleken is door de diefstal ook de betrokkenheid van het niet-bevrijde deel van Nederland bij het kunstwerk van Jan van Eyck. Was dat al het begin van een niet-feodale cultuur? Van identiteit?

Als het paneel van de Rechtvaardige Rechters nog bestaat en wellicht ooit terugkomt…

Een dreigend gevaar?

Als de literatuur er niet was tenminste, om de diefstal te perpetueren naar de geest. Om te zorgen voor een voortzetting van de diefstal met andere middelen. (Zie ook Mariëns ’Nederland 1 Bolwerk van de Geest’ 2023. Verschenen bij het Paradigma.)

 

4

Leynen geeft Eva Koehn uitleg over wat ze de ‘Stofftapete’ noemt, op de achtergrond van haar foto. Ze had beter ‘Tapisserie’ geschreven; het gaat niet om behangsel maar om echte tapisserie. Over het algemeen is Leynens Duits nochtans duidelijk minder slecht dan dat van alle andere correspondenten uit het niet-bevrijde deel van Nederland die met Eva contact opnamen. Leynen was ook de eerste die het onwaarschijnlijke verhaal van Mortier over Koehns onderzoek als ‘speciale opdracht van Goebbels’ naar het rijk der fabelen verwees. En wel in een van haar schnabbels, in ‘Wetenschappelijke Tijdingen’, 1979, XXXVIII, kol. 181-192 en kol. 231-246: ‘De verloren Rechtvaardige Rechters’.

Ze ontkracht daarin de nazi-verhalen van Mortier en wijst op de in-officiële, persoonlijke kant van Koehns onderzoek. Maar haar objecties werden vanzelfsprekend genegeerd, doodgezwegen, niet waargenomen. De versie Mortier bleef de enige die erkend werd en herhaald en nagepraat. Daar zou het ook bij blijven tot bij het ter perse gaan van de Paradigma-webstek in 2016.

5

Over tapisserie gesproken – Leynen hield zich, ‘als kunstenares’, zelf ook bezig met weven… Als we dat mogen contextualiseren: het past(e) in het kader van het neo-mediëvalistisch kunstbegrip van het klerikaal milieu in die tijd. Én het was een bijdrage die vrouwen nog konden/mochten leveren. Rubriek ‘vrouwelijke handwerken’. Ook over het grote ongemak dat vrouwen, precies die van de generatie Leynen, ook in Tartufistan voor de hoeders van de ’ware aard der vrouw’ begonnen te veroorzaken, maken we een aparte steekkaart.

–> Het Vrouwengevaar: » ‘t Is dan toch maar een meisje. «

Maar het ‘katholiek renouveau’ van na de eerste wereldoorlog bestond op het gebied van de ‘kunst’ onder andere in een opgeven van de neogotiek. Het paradigmatische voorbeeld was de Basiliek van Koekelberg. Dit ‘symbool van het katholieke België’ was vóór de oorlog nog opgezet als neogotisch bouwwerk. Er was zelfs al begonnen met de opbouw van de fundamenten. Maar na de oorlog scheen dat plan verouderd en achterhaald te zijn. Er werd een volledig nieuw ontwerp gemaakt en met de bouw werd gewoon opnieuw begonnen. Duidelijker dan voorheen werd er nu gebruik gemaakt van moderne technische mogelijkheden en materialen. En dat was dan in de eerste plaats het gewapend beton. Ter verfraaiing van betonnen vlakken kon dan tapisserie worden gebruikt. Zo konden oude, ambachtelijke technieken geïntegreerd worden in een modernistisch vocabularium.

6

Een van Leynens schnabbels, ze tekent illustraties, vignetten voor een boekje van Anton van de Velde, die een vriend is van haar vader, en een typisch katholieke schrijver en fascistische propagandist.

Anton van de Velde had connecties met de ‘Pelgrimsbeweging’, een vereniging van christelijke ‘kunstenaars’ die ijverden voor de neo-mediëvalistische aanpak. In het geval Van de Velde ging dat gepaard met sympathieën voor Rex-Vlaanderen, de Schoonvlaamse dépendance van de klerikaal-fascistische beweging van Léon Degrelle. Een lid van de familie Leynen, Hubert, behoorde tot de leidinggevende figuren in die organisatie.

De graalridder was ook populair bij Rex. Er bestaat een affiche van de SS-brigade ‘Wallonie’. We hebben jammer genoeg geen afbeelding van betere kwaliteit kunnen bemachtigen, maar de boodschap is leesbaar: een ridder in volle wapenrusting zweeft boven een tank van de SS-brigade ‘Wallonie’, als immateriële geestesverschijning boven de concrete, materiële tank. Een beetje mistig, nevelig. Dat was ook wel de bedoeling van de graficus.

C.c.A.e.d.